dinsdag 14 april 2026

Verkoop van een Schulense panoven in 1787

Een interessante bron voor het onderzoek naar oude panovens en steenbakkerijen zijn de notarisakten. Sommige notarisarchieven zijn raadpleegbaar in het rijksarchief. Het vraagt echter veel ervaring, tijd en geduld om daarin interessante informatie te vinden. Gelukkig krijg ik soms dingen door van mensen met veel ervaring zoals Ria Lemmens uit Lummen. Waarvoor dank!

Van Ria Lemmens kreeg ik een aantal jaren geleden de samenvatting van enkele akten uit het notariaat van de Lummense notaris Joannes Josephus Aerts. De stukken dateren van 1786-1787 en gaan over de erfenis en verkoop van een steen- en panoven in Schulen (Herk-de-Stad).

Een panoven voor 3000 gulden

Op 25 januari 1786 staat Maria Anna Vander Maesen uit Lummen, weduwe van Michael Reijnders, haar vruchtgebruik van een steen- en panoven in Schulen af aan haar drie kinderen.
Blijkbaar is deze oven ook voor de helft eigendom van Nicolaes Bossemans. Op 27 januari stelt de notaris op verzoek van de erfgenamen vast dat hij er ‘bezig is met het uitsteken van leem’. Bossemans wil zijn aandeel in de oven niet aan hen verkopen.
Op 14 maart 1787 wordt deze steen- en panoven dan verkocht aan een schoonzoon van Maria Anna Vander Maesen, Petrus Bijnens, gehuwd met Catharina Reijnders, en dit voor 3000 gulden.

Interessant is ook de vermelding van de volgende passage: “De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven.
Blijkbaar werden er in deze oven dus zowel pannen, plaveien als stenen gebakken. 

In de volkstelling van 1796 staat in ‘De Stap’ het gezin Nicolaes Bosmans-Catherina Schepers vermeld, zijn beroep is pannebakker, ze hebben 5 kinderen. Hieruit kunnen we afleiden dat deze verkoop gaat over een steen- en panoven gelegen in de buurt van de Stapstraat, de huidige Sint-Jorislaan en Leemkuilstraat.
Misschien betekent dit ook dat deze oven uiteindelijk toch volledige eigendom werd van Nicolaes Bosmans, ofwel dat hij misschien verder samen werd uitgebaat. Dat laatste is minder waarschijnlijk. Het gezin Petrus Bijnens-Catharina Reijnders woont blijkbaar in Lummen… 

De pannenoven op de Villaretkaart (1748) in de buurt van de huidige Sint-Jorislaan (onderaan)

Op de Villaretkaart uit 1748 zien we in die buurt van Sint-Jorislaan, Stapstraat en Leemkuilstraat een 'thuillerie' vermeld staan (onderaan op de afbeelding). Mogelijk is dit de pannenoven waar het om gaat. 

Pannenoven de Buurtwegenatlas in 1841-1844, aan de Leemkuilstraat, de huidige Sint-Jorislaan in Schulen

In de inventaris van 1841-1844 (en in de Buurtwegenatlas) staat er in de Leemkuilstraat nog steeds een panoven vermeld. Die situeert zich nu langs de straat. Hij is dan eigendom van een zekere Pieter Jan Van Cluysen.


Het verhaal

Hieronder kan je de samenvattingen van de akten nalezen.

Notariaat Lummen – notaris Joannes Josephus Aerts

Akte nr. 5 of nr. 18 van 25.01.1786.
Maria Anna Vander Maesen wed. Michael Reijnders, wonend Binnen Vrijheid Lummen, renuntieert aan haar tocht (=staat haar vruchtgebruik af) in een steen- en panoven en gronden en al wat erbij hoort aan deze oven in Schulen, tussen regenoten O. de straat, Z. Jan Joors, W. Petrus Polaris, ten voordele van haar 3 kinderen. Dit zijn: Marie Josepha Reijnders x Joannes Greven, present, Catharien Reijnders x Petrus Beijnens, present, en Petrus Josephus Reijnders, present, en allen samen accepterend. Opgemaakt in het huis van de comparante in Lummen. Getuigen: Henricus Schepers, Christina Wouters.

Akte nr. 6 of nr. 13, 27.01.1786.
De notaris ging op verzoek van Joannes Greven, Petrus Beijnens en Petrus Josephus Reijnders naar de steen- en panoven in Schulen en vond er Nicolaes Bossemans, bezig met het uitsteken van leem. Hij vroeg aan Bossemans, met Joannes Greven en consorten, om aan hen zijn 4de deel in de oven te verkopen, omdat deze ondeelbaar is en zij met 3 de helft bezitten. Bosmans wil niet verkopen. Hierop verklaren de 3 personen dat Bosmans geen hand meer naar de oven mag uitsteken (landrecht). Akte opgemaakt in het woonhuis van Joannes Droogmans in Schulen. Getuigen: Petrus Joannes Vaes en Joannes Droogmans.

Akte nr. 7 of nr. 12, 27.01.1786.
Notaris bracht een bezoek aan het woonhuis van Arnoldus Wyens in Schulen in gezelschap van de drie voorschreven familieleden en vroeg aan Arnold eveneens om zijn 4e gedeelte in de oven te verkopen. Deze weigerde ook. Hij krijgt verbod om nog iets voor de oven te kopen, niets meer te “roeren of te handtplichtigen”. Getuigen: Gerardus Maris, Joannes Wyens.

Akte nr. 6 of nr. 22, 22.03.1787.
Joannes Greven x Maria Josepha Reijnders, Petrus Beijnens x Catharina Reijnders, Petrus Reijnders meerderjarige jongman: afhandeling van de rekening van de steen- en pan(h)oven in Schulen. Uitgaven: 3 713: 14: ½ (= 3 713 gulden 14 stuivers 2 oorden); inkomsten: 2 678: 19: 0. Het verschil bedraagt 1 034: 15: ½. Joannes Greven maakte de rekeningen op, deed de uitgaven. De twee anderen zullen binnen 2 dagen betalen. Twee schuldposten moeten nog betaald worden, samen: 68 gulden BBL aan jofr. Thielen en aan capiteyn Briers in Curingen nog enig geld. Ze moeten binnen 2 dagen 50 gulden BBL betalen aan hun moeder Maria Anna Vandermaesen (samen 150 gulden). De verdere ontvangsten moeten door 3 gedeeld worden. Opgemaakt in het huis van de notaris; getuigen Maria Elisabeth Windelen, Maria Christina Stevens.

Akte nr. 32.
Voorwaarden voor verkoop in 1 zitdag op 14.03.1787 door Petrus Bijnens x Catharina Reijnders, Joannes Greven x Maria Reijnders en Petrus Reijnders, na publicatie, van een steen- en panoven met zijn meubelen en toebehoorten in Schuelen gelegen, regenoten O. de straat, W. Joannes Bossemans met consorten, Z. de steeg, N. heer Libotton. De oven is aan de verkopers toegekomen na afstand van tocht van hun moeder Maria Anna Vandermaesen op 25.01.1786 via notariële akte. De grond is belast aan iemand van Kermpt. Betalen op 29.03.1787 in het notarishuis. De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven. De verkoop gaat door in het huis van Joannes Greven in Lummen, om 8u ‘s avonds. Verkocht aan Petrus Bijnens voor 3 000 gulden BBL. C. Ramakers, gerechtsdienaar. Getuigen: Arnoldus Wellens, schepen Binnen; C. Hoelen, notaris. Op 02.05.1787 betaalt Petrus Bynens 2 000 gulden BBL aan de 2 andere verkopers voor hun deel. Kwijting. Getuigen: E.H. Joannes Bijnens, priester en Ghielis Cox. 

 

Meer info en bronnen:
website van Ria Lemmens

 

zaterdag 28 maart 2026

Productie kleibuizen Keramo stopgezet

In januari 2026 liet de Hasseltse producent van kleibuizen Steinzeug-Keramo weten dat ze stoppen met de productie in hun Hasseltse vestiging. Als gevolg daarvan verliezen 90 van de 144 werknemers hun job. De productie wordt overgebracht naar het zusterbedrijf in het Duitse Bad Schmiedeberg (in het voormalige Oost-Duitsland). 

Steinzeug-Keramo in Hasselt (foto TVL)

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt. 

Egypte... 

Nu zou de volledige productie in Hasselt stopgezet worden. Het ging blijkbaar al een tijd niet goed met het bedrijf. Sinds december 2025 was er technische werkloosheid omdat de tunneloven stilgelegd werd. Die wordt nu niet meer heropgestart. De hoge energiekosten en de oorlog in Oekraïne zouden vooral een rol spelen. De productie verhuist volgens de directie van het bedrijf naar Duitsland. Volgens de werknemers zou men echter meer buizen willen kopen in Egypte waar de productiekosten (uiteraard) veel lager liggen. Het bedrijf zou volgens de werknemers de laatste jaren niet meer geïnvesteerd hebben in het Hasseltse bedrijf.

Andere activiteiten van Keramo blijven volgens de directie wel behouden. Zo zouden 90 van de 144 werknemers hun job verliezen. De onderhandelingen tussen werkgever en vakbonden lopen nog. Volgens de vakbonden zou er in Hasselt wel degelijk een beperkte productie kunnen behouden blijven.

Met het stoppen van de productie in Hasselt eindigt een belangrijk verhaal van de grofkeramische industrie in Limburg en België... 

 

dinsdag 3 maart 2026

Steenbakkers en pannenbakkers in Wellen

Een van de Limburgse gemeenten waarover we tot nu toe erg weinig informatie vonden, is Wellen. Een dorp nochtans gelegen in de Limburgse leemstreek, maar waar blijkbaar nooit pannenbakkerijen actief zijn geweest. Er waren wel enkele brikkenbakkers...

Op oude kaarten van Wellen vind je vooral 'brasseries'... Bouwerijen dus. En molens.

Almanakken 

In de historische Almanakken vonden we een aantal 'briquetiers' of steenbakkers, nl. tussen 1857 en 1888. Het gaat om blijkbaar om vier steenbakkersfamilies: Billen, Swerts, Pexters en Schoenaerts-Gautier.

1857
Pexters P.L.
Swerts R.
Billen T.

1866
Billen T.
Schoenaerts-Gautier
Swerts R.

1882
Schoenaerts M.
Billen F.
Swerts

1888
Swerts R.
Schoenaerts M. 

De familie Swerts vonden we terug in een stamboom. Renier Swerts, geboren op 16‑12‑1885 in Wellen en overleden op 14‑06‑1958 in Kerniel op 72-jarige leeftijd. Hij was gehuwd met Maria Leux en woonde in de Kalverstraat te Wellen, was brikkenbakker en landbouwer. Hij was de zoon van Wilhelmus Swerts, ook een kareelbakker, en Anna Ramaekers. De R. Swerts in de Almanakken is allicht de grootvader of een oom.

In een andere stamboom vonden we ook nog Wilhelmus Boes, geboren op 08‑01‑1897 in Wellen en er overleden op 21‑02‑1953. Hij woonde in de Bloemenstraat op nummer 43 te Wellen, en was gehuwd met Maria Vanmuysen. Hij was fabriekwerker en brikkenbakker.

De Belgische Nijverheidstelling van 1896 vermeldt één steenbakkerij in Wellen. 

 

Toch een pannenbakkerij?

In geen enkele inventaris vonden we tot nu toe een pannenbakkerij in Wellen of een van de Wellense deelgemeenten.

In februari 1913 verschenen in de krant 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' verschillende aankondigingen van een openbare verkoop van een groot stuk grond, in het gehucht Kukkelberg, geschikt voor woningen en 'voor pannenbakkerij'. Wil dat zeggen dat er in Wellen toch al andere pannenbakkerijen waren? 

Aankondiging in 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' van 2 februari 1913.



zondag 1 maart 2026

Wandelen op de zeedijk...

Je bent er waarschijnlijk al eens over gelopen. Overal aan zee werden de typische gele straattegels gebruikt voor de aanleg van de zeedijken. De laatste jaren werden heel wat dijken vernieuwd en zo verdwijnen ze stilaan. 
Deze oersterke tegels werden echter niet in West-Vlaanderen geproduceerd...

De zeedijk in Blankenberge, als je op de foto inzoomt zie je vooraan de details van de straattegels...
 

Onlangs kreeg ik van mijn vriend Bert zo'n oude tegel cadeau. Hij kwam van zijn vader die heel zijn leven lang aannemer was geweest in Knokke. Uiteraard kende hij deze gele tegels met het typische patroon.
 



Deze zware onverwoestbare gele tegel meet ongeveer 14 x 14 cm en is 3 cm dik. Misschien moet ik de tegel nog verder reinigen en proberen de cementresten op de onderkant te verwijderen. Maar de vermelding is zo ook wel leesbaar: CERABATI - JURBISE - MADE IN BELGIUM.

Na wat zoeken ontdekten we een interessant verhaal over de productie van dergelijke tegels in de 19de en 20ste eeuw. CERABATI was een keramisch bedrijf met vestigingen onder meer in België, in Jurbise, in de buurt van Mons.

Van Sarreguemines naar Jurbise 

De tegels zijn van het ‘genre Sarreguemines’. Dit verwijst naar de productie bij de firma Utzschneider & Jaunez et Cie uit Sarreguemines in Frankrijk, die vanaf 1876 ook een vestiging had in Jurbise. Er werden in de loop van de jaren nog meer vestigingen gestart. Al deze bedrijven werden in 1921 gegroepeerd tot de Compagnie Générale de la CERAmique du BATIment (CERABATI). Deze tegel dateert dus in elk geval van na 1921. Mogelijk werden de zeedijken heraangelegd met deze tegels na de vernielingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bedrijf in Jurbise sloot in 1984. Er waren toen nog ongeveer 170 werknemers actief. 

Tegels van het ‘genre Sarreguemines’ waren gemaakt van Duitse kleisoorten waaraan zgn. hoogovenmelk of slak toegevoegd werd. Deze ovenslak, een bijproduct van de ijzerproductie, bestaat uit mineralen zoals silicaten en aluminiumsilicaten.
De tegels bestonden in verschillende kleuren, vormen, formaten en diktes, al dan niet effen of met een reliëfversiering aan de bovenzijde. 

Of hoe de bekendste 'West-Vlaamse' tegels helemaal niet uit West-Vlaanderen komen maar uit een fabriek in de buurt van Mons...

 

Afbeelding van de fabriek in Jurbise rond 1911 (Bron: industrie.lu)

Bronnen:

  • Artikel 'Van fabrieksvloeren tot de wandeldijken aan de Belgische kust: slijtvaste Waalse fabrieksdallen en plavuizen uit de 19e en vroeg-20e eeuw', Mario Baeck, 2024 op Polycaro.
  • Website industrie.lu - The History of the Industry of Luxembourg, and beyond, Jurbise. 

 

dinsdag 24 februari 2026

Twee pannenbakkerijen in Wijchmaal

In Peer waren in de loop van de 18de en 19de eeuw verschillende pannenbakkerijen actief. We beschikken over weinig informatie over deze bedrijfjes. Ze werden bijna allemaal in de loop van de 19de eeuw stopgezet. Onlangs vonden we een interessant krantenbericht over een pannenbakkerij in Wijchmaal.

In april 1873 verschijnt in Het Aenkondigingsblad der provincie Limburg een advertentie over 'eene goede gekalandeerde en welgelegene pannenbakkerij' in Wijchaal. De pannenbakkerij is te koop of te huur en ze is gelegen aan de steenweg van Peer naar Hechtel. Bovendien ligt het station van Wijchmaal vlakbij.

Advertentie uit Het Aenkondigingsblad der provincie Limburg, 2 april 1873.

In onze inventaris hebben we twee pannenfabrieken die in Wijchmaal in het gehucht Hoenrik gelegen zijn. Ze staan eigenaardig genoeg niet in de inventaris voor het primitieve kadaster uit 1840-1842. Ze staan wel op de Kaart Vandermaelen (1846-1854) en op een afgeleide Nederlandse kaart uit 1861. Eén van de pannenovens is gelegen langs de huidige Steenovenstraat en Hoenrikstraat. De andere ligt op de hoek van de huidige Pottenbakkerstraat en de steenweg. Deze laatste is allicht de pannenfabriek die in de advertentie wordt vermeld.

Twee pannenfabrieken (tuilerie) en een pottenbakkerij (poterie) op de Kaart Vandermaelen (1846-1854)

Blijkbaar is het een vrij uitgebreide pannenfabriek met drie ovens en verschillende gebouwen en werkplaatsen. De 'hut' in de advertentie is de open werkplaats waaronder de pannenbakkers aan het werk waren. De leem (klei in feite) is blijkbaar ter plaatse beschikbaar. 

Jammer genoeg komen we niet meer te weten over deze pannenfabriek. We weten nu wel dat ze in 1873 nog in bedrijf was. 

In Wijchmaal waren blijkbaar al enkele honderden jaren steenbakkers, pannenbakkers en pottenbakkers actief. Het gehucht meer naar het noorden heet gewoon de 'Ticheloven' en heel wat straatnamen hebben met de historische activiteiten te maken...

Spoorlijn 18 

De spoorlijn waarvan sprake is de zgn. spoorlijn 18, waarmee je van Hasselt naar Eindhoven kon sporen. Oorspronkelijk in 1860 aangelegd voor goederenvervoer, later ook voor reizigersvervoer. De laatste trein op dit baanvak reed in 1986. Nu ligt op dit tracé het toeristisch fietsroutenetwerk. 

Gehucht Hoenrik met twee pannenfabrieken, aan het station van Wijchmaal (militaire kaart 1904)

woensdag 28 januari 2026

Een Amerikaanse militaire handleiding

Bij het zoeken naar pannenfabrieken en steenbakkerijen ontdek je de vreemdste documenten op het internet. Deze Amerikaanse handleiding is er zo eentje.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde het Amerikaanse leger zich blijkbaar zo goed mogelijk voor te bereiden op de situatie in de landen en gebieden die op het Duitse leger, of andere vijandige legers, bevrijd werden. Voor alle landen waar het Amerikaans leger actief was werden handleidingen gemaakt: het Civil Affairs Handbook. Je vindt online heel wat voorbeelden, o.m. via Google Books. Het was immers van belang dat de militaire overheid het land kende; wist hoe de samenleving in elkaar zat en ook dat men een lijst had van bedrijven waarop men eventueel een beroep kon doen voor de levering van allerlei grondstoffen en materialen. Het was een beetje een 'sociale kaart' en een 'gouden gids' in één handleiding. Er bestaat dus ook zo'n handleiding voor België met het serienummer M361-8 (ingedeeld in verschillende secties). Het document dateert van 1 januari 1944. 
Het lijkt er overigens op dat het Amerikaanse legers nog steeds dergelijke documenten maakt.

Limburgse pannenfabrieken en steenbakkerijen

In het deel over de Belgische industrie en handel, 'section 8', staat ook een overzicht van de actieve pannenfabrieken en steenbakkerijen.
Voor Limburg staan volgende bedrijven in deze Amerikaanse inventaris:

Bricks
Houben & Spitz, Aldeneyck, Maeseyck
Schouterden Th., Maeseyck
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
Tuileries et Briqueteries Tongroises (S.A.), Chaussée de Maastricht, Tongres
    
Tile
Hoeven L., Steenweg 5, Lanklaer
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
Tuileries et Briqueteries Tongroises (S.A.), Chaussée de Maastricht, Tongres
    
Pottery
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
    
Porcelain
(geen) 
  

Het is op het eerst zicht een beetje een vreemde selectie. Houben en Spitz, en Schouterden zijn op dat ogenblik inderdaad bij de grootste bedrijven in het Maasland, maar zeker niet de enige. Waarom staan bijvoorbeeld Pannenfabriek 'De Maas' in Kessenich (Kinrooi), pannenfabriek 'Taxandria' in Bree, steenbakkerij Meulemans in Lanklaar (Dilsen-Stokkem) of steenbakkerij 'Eyben' in Maasmechelen er niet bij? De bescheiden pannenfabriek van de familie Hoeven in Lanklaar (Dilsen-Stokkem) staat dan weer wel in de lijst.
Voor Tongeren en omgeving zijn de beide steen- en pannenbakkerijen ('Notre-Dame' en 'Tongroises') zeker de grootste actieve bedrijven (alhoewel Pannenfabriek Notre-Dame, het bedrijf van de familie Francart tijdens de oorlog zwaar werd beschadigd). Maar in het zuiden van de provincie zijn in die periode zeker ook de steenbakkerij Vandersanden in  Kleine-Spouwen (Bilzen), steenbakkerij Nelissen in Kesselt (Lanaken) en pannenfabriek J. Van Oostayen in Kortessem actief...
Ook de Hasseltse porceleinfabriek staat niet in het overzicht... 

Samenwerken met de Duitse bezetter?

Hoe kwam deze (beperkte) lijst tot stand? Had de Amerikaanse inlichtingendienst zijn werk niet grondig gedaan? Of speelden er andere dingen een rol? Bijvoorbeeld de houding van bepaalde bedrijven tov. de bezetter?

Er is namelijk algemeen bekend dat in 1941 11 grote Belgische steenbakkerijen een, al dan niet gedwongen, akkoord sloten met de Duitse bezetter. In ruil voor het leveren van bakstenen en dakpannen aan Duitsland zouden deze bedrijven voldoende steenkool blijven ontvangen. Voor de kleine producenten was dit geen goede regeling. Zij vielen uit de boot en moesten hun kolen op de lokale markt proberen te kopen. Vanaf 1943 kregen de kleinere fabrieken bovendien een totaal verbod om nog te produceren. In Limburg maakten Pannenfabriek 'Taxandria' uit Bree, ‘De Maas' uit Kessenich en ‘J. Van Oostayen’ uit Kortessem deel uit van dit samenwerkingsverband. Geen enkele van de Tongerse bedrijven deed er aan mee. 

Misschien is dit een verklaring voor de beperkte selectie in de Amerikaanse lijst?

Knipsel uit de 'Deutsche Zeitung in der Niederlanden' van 15 december 1941

Henri Van Oostayen 

In het geval het bedrijf van de familie Van Oostayen is het wel erg opvallend dat zij zich aansloten bij dit akkoord met de Duitse bezetter. Hun zoon Henri Van Oostayen stierf in 1945, vlak na zijn bevrijding uit het concentratiekamp van Bergen-Belsen. Henri (1906-1945) was Belgische jezuïet, aalmoezenier van het Belgische Rode Kruis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omwille van zijn verzetsactiviteiten werd hij in juni 1944 opgepakt door de Duitse bezetter...

Misschien namen ze wel deel aan deze overeenkomst met de Duitse bezetter om juist geen wantrouwen te wekken?  

 

woensdag 21 januari 2026

Over een kapel op de heide en de Hasseltse keramiekfabriek

Hergebruik van gebakken stenen is van alle tijden. De muren van heel wat oude Limburgse kerken bevatten scherven van Romeinse daktegels. Ook vandaag wordt nog heel wat recuperatiesteen gebruikt. In Hasselt vonden we ook een leuk voorbeeld. 

Op de website van Hasel vonden we namelijk het verhaal over de bouw van de 'Kapel op de Hei' in Kiewit-Heide.

De afstand van Kiewit-Heide naar de parochiekerk van Kiewit was voor de parochianen al lang een probleem. Op 2 maart 1959 kreeg de parochie van het bisdom eindelijk toestemming om op de Hasseltse heide een hulpkapel en een schooltje te bouwen. Via zijn relaties vond pastoor Hermans enkele afgedankte barakken voor het schooltje. De kerk werd in recuperatiebaksteen gebouwd. Het dak werd bekleed met rode eterniet, afkomstig van de wereldtentoonstelling 1958 op de Heizel. Brikken kwamen van de afbraak van de voormalige Hasseltse keramiekfabriek. Het kerkje werd op 20 december 1959 ingewijd. 

Kapel op de Hei, Hasseltse Beverzakstraat (Kiewit en Banneux - Warm aanbevolen (2008), p. 66)
Kapel op de Hei, Hasseltse Beverzakstraat, huidige situatie (Google Street View)
 

Sloop van het Hasseltse Keramiekfabriek

De Hasseltse keramiekfabriek sloot haar deuren in 1954. Daarna werden de gebouwen nog voor andere activiteiten gebruikt (o.m. Philips). In de loop van 1959 werden dus reeds verschillende delen van de oude keramiekfabriek gesloopt. De resterende gebouwen bleven bestaan tot de provincie in 1972 van start ging met de bouw van de nieuwe provinciale bibliotheek.

Hoofdgebouw van de Keramiekfabriek eind jaren '60- begin jaren '70

De onderstaande foto (met dank aan Patrick Thijs van de VerzamelaarsUnie van Hasselts Keramiek) toont de situatie na de afbraak van het ovengebouw van de fabriek en het gebouw langs de Martelarenlaan eind jaren '50. Het hoofdgebouw staat er nog, net als het voorste gebouw aan de kant van het begijnhof.

Zicht op de Martelarenlaan. Links de resterende gebouwen van de keramiekfabriek. Bovenaan het Hasseltse begijnhof.


 

Goed nieuws voor Rekemse brikkenbakkers

Milieu en gezondheid waren in de 18de en 19de eeuw nauwelijks een thema. Toch kwam er langzaam maar zeker meer aandacht voor de gevolgen voor de volksgezondheid van industriële activiteiten. Ook die van steenbakkerijen en pannenfabrieken...

Al vanaf 1849 behoorden in België de steenovens bij Koninklijk Besluit tot de hinderlijke inrichtingen van derde categorie. Wegens het brand- en rookgevaar en moesten ze minimaal 100 meter van woningen verwijderd liggen. Daarom moest men voor de oprichting van een nieuwe steenbakkerij ook een vergunning aanvragen en een openbaar onderzoek organiseren.  

Strengere regels voor steenbakkerijen

Blijkbaar volstond deze wetgeving niet en vonden sommige overheden dat er bijkomende regels nodig waren. We schreven eerder al eens over een reglement van de stad Sint-Truiden uit 1914 waarbij men vanaf 1915 alleen nog permanente steenbakkerijen wou toelaten waar in gesloten ovens werd gebakken en die over een 25 m hoge schoorsteen beschikten. We vermoeden dat dit reglement door het uitbreken van de eerste wereldoorlog uiteindelijk niet ingevoerd werd.

Nu vonden we een ander voorbeeld in de krant "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914, dus exact dezelfde periode. De titel van het artikel is "Goed nieuws voor de brikkenbakkers". De krant neemt het duidelijk op voor de steenbakkerijen en is niet enthousiast over een nieuw koninklijk besluit "dat het aansteken van kareelhovens regelt".  We vonden jammer genoeg nergens de officiële tekst van dit koninklijk besluit. Allicht ging het om bijkomende afstandsregels of om nieuwe voorwaarden zoals die ook in het gemeentelijk reglement van Sint-Truiden werden opgenomen.
 
Knipsel uit "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914
 

Eene afvaardiging van Reckheim

 
Een afvaardiging van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen van België' werd door minister van Nijverheid, Hubert, ontvangen in aanwezigheid van een aantal volksvertegenwoordigers die het allemaal opnamen voor de kareelbakkers uit hun eigen kieskring. Er was volgens het artikel ook een afvaardiging uit Rekem aanwezig. Rekem was in die tijd de Limburgse gemeente met het grootste aantal steenbakkerijen. 

Katholiek volksvertegenwordiger August Van Ormelingen was blijkbaar de belangrijkste Limburger in het gezelschap. Hij voerde het woord samen met de voorzitter van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen'.

Ze bewamen van de minister dat de nieuwe strengere regels "slechts in den omtrek der de groote steden" zou toegepast worden en "geene reden tot bestaen hadden in Limburg". Als gevolg van de ontmoeting zou de minister het koninklijk besluit in die zin aanpassen. "De afveerdiging der brikkenbakkers uitte hare tevredenheid". 

Het zou interessant zijn om te weten wat deze twee overheidsinitiatieven met elkaar te maken hebben. Was er in die periode onrust over de hinder die steenbakkerijen en veldovens veroorzaakten? Ook deze wetgeving zal allicht nooit toegepast zijn door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914...
Het lobbywerk tegen degelijke milieuwetten is blijkbaar van alle tijden... 

Volksvertegenwoordiger Auguste Vanormelingen


Auguste Van Ormelingen (Zichen-Zussen-Zolder, 1870 - Tongeren, 1939) was doctor in de rechten. Zijn vader was notaris in Zichen-Zussen-Bolder en hij werd in 1896 zelf ook notaris, eerst in Zichen, vervolgens in Tongeren. Hij trouwde met Hubertine (Bertha) Vroonen (1878-1952) en ze hadden vijf kinderen. In 1903 werd hij gemeenteraadslid van Tongeren en in 1921 schepen. Hij was in die periode ook provincieraadslid. In 1912 werd hij verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Tongeren-Maaseik en vervulde dit mandaat tot in 1914. Hij werd in 1919 provinciaal senator voor Limburg en bekleedde dit ambt tot in 1929.

maandag 12 januari 2026

Ook 'Système Francart' in de kerk van Rijkel

Naar aanleiding van het artikel over de kerk Bierbeek kreeg ik een reactie van Willem Driesen dat ook in de kerk van Rijkel (Tongeren-Borgloon) waarschijnlijk keramische elementen van het bedrijf van Francart werden gebruikt.

De huidig Sint-Jozefskerk van Rijkel werd gebouwd in 1910. Ze kwam op de plaats van de vorige kerk uit 1804. De 'nieuwe' kerk werd gebouwd naar een ontwerp van architect Joseph François Piscador uit Leuven. Het is een neogotische kerk. Het gebouw werd bijna volledig in helderrode baksteen opgetrokken.

Sint-Jozefskerk van Rijkel (foto: Onroerend Erfgoed id 200652)

Sint-Jozefskerk, interieur (foto: Willem Driesen)

Holle elementen gebruikt voor het plafond van de Sint-Jozefskerk (foto: Willem Driesen) 

 

Système Francart

Willem Driesen bezorgde ons een foto van het interieur van de gerenoveerde kerk én een foto van de holle elementen die bij de bouw in 1910 werden gebruikt, jammer genoeg zonder fabrieksnaam of merkteken. 

Toch is de kans erg groot dat in die periode inderdaad producten uit de Pannenfabriek Notre-Dame, het bedrijf van Henri Francart werden gebruikt. Het was, voor zover we weten, de enige fabriek in Limburg (en directe omgeving) die dergelijke producten verkocht. Het bedrijf maakt uitdrukkelijk reclame voor deze holle keramische elementen die uitermate geschikt waren voor de constructie van (plafonds van) (neogotische) kerken. We kennen intussen verschillende voorbeelden en bovendien onderhielden Sylvain en Henri Francart goede contacten met de architecten die gespecialiseerd waren in neogotische gebouwen. 

Gelijkaardige holle elementen komen in verschillende catalogi van het bedrijf voor. Bovendien vroeg Henri Francart voor deze specifieke in elkaar hakende 'koppeling' (emboitement) van holle elementen in 1912 in Frankrijk een uitvindersbrevet aan (dat deed hij waarschijnlijk ook in andere landen). Het lijkt wel op het hedendaagse 'kliklaminaat'...

In het 'brevet d'invention' legt Henri Francart tot in de details uit hoe de verbinding werkt en wat de voordelen zijn. Op de bijgevoegde tekening zien we de 'tanden' die een sterke verbinding tot stand brengen tussen twee elementen.

Vader Sylvain en zoon Henri Francart waren steeds op zoek naar nieuwe producten en betere productietechnieken. Henri diende heel wat aanvragen in voor patenten in binnen- en buitenland (Engeland, USA, Duitsland, Frankrijk, Denemarken...). 


Tekening van de koppeling, 'emboitement' tussen twee keramische elementen.

Eerste pagina van het 'brévet d'invention' nr. 449223 ingediend door Henri Francart in 1912
Afbeelding van gelijkaardige holle elementen uit een catalogus van het bedrijf.


zaterdag 10 januari 2026

Nog meer steenbakkers uit Borgloon

Zo'n twee jaar geleden schreef ik al eens over steenbakkers in Borgloon. In dat stukje uit 2023 had ik het over Lambert Jans in Kerniel en een onbekende steenbakkerij in Broekom.  

Met dank aan Serge Houbrechts van de geschiedkundige kring van Borgloon kan ik nieuwe informatie geven over steenbakkers in Borgloon en interessante foto's tonen van een steenbakkersfamilie in Nerem.  

Familie Derwae 

Onderstaande foto's verder genomen door Albert Bamps uit Borgloon, een amateurfotograaf die in de jaren '50 blijkbaar heel wat foto's nam van het Borgloon op dat moment. Ook dus van de familie Derwae uit Nerem bij Borgloon die werkten als kareelbakkers (steenbakkers). Op de foto's staan blijkbaar vader Hendrik Joseph Derwae (1891-1974) en zijn zoon Albert Norbert Derwae (1913-1973). 

Op de eerste foto zien we drie steenbakkers met hun steenpers en een kruiwagen, aangepast voor het vervoer van bakstenen. Achter hen zien we een voorraad klei of leem. Op de achtergrond is volgens Serge Houbrechts de kerktoren van Borgloon zichtbaar (links blijkbaar nog meer gebouwen van Borgloon). Dat lijkt logisch: Nerem ligt vlak ten zuiden van Borgloon. 

Op de andere foto zien we één van de drie mannen samen met een (zijn?) vrouw.  Zo te zien zijn alle personen 'op zijn zondags gekleed'. Het is duidelijk een foto om het materiaal te tonen op de plaats waar de bakstenen gemaakt werden. Allicht werd er zo geposeerd op vraag van fotograaf Bamps. 

Kareelbakkers in Nerem, drie steenbakkers met hun steenpers en kruiwagen (foto Albert Bamps) 

Kareelbakkers in Nerem, één van de steenbakkers samen met een (zijn?) vrouw (foto Albert Bamps)

Het zijn twee foto's van dezelfde situatie. We zien de steenpers met achteraan, bij de man in het midden, de vormen voor twee bakstenen. Vooraan heeft de man links de hefboom in de hand waarmee de klei of leem samengedrukt werd en de bakstenen hun vorm kregen. In de bak vooraan zit waarschijnlijk zand of zagemeel om de vormen 'in te strooien'. Zo kleefde de klei of leem niet in de vorm en kwamen de bakstenen er gemakkelijk uit.

De kruiwagen was vooraan extra hoog uitgevoerd om zoveel mogelijk ongebakken ('rauwe') of gebakken stenen te kunnen stapelen en vervoeren. 

We krijgen niet meer te zien van deze veldoven. Normaal werden de ongebakken stenen eerst te drogen gelegd op een 'droogveld' en vervolgens opgestapeld in 'hagen' onder een afdak, of in elk geval afgeschermd met rieten matten, zowel tegen de brandende zon als tegen de regen.

Vervolgens werden ze met duizenden tegelijk opgestapeld in een veldoven en gebakken. 

Voorbeelden van dergelijke veldovens bestaan vandaag nauwelijks nog. In Limburg is er enkel nog de familie Wagemans in Werm die op deze manier brikken bakt. Oudere voorbeelden zijn de familie Vanheusden in Piringen of de steenbakkers van Linkhout.

Familie Deroye

Een andere steenbakkersfamilie die in dezelfde omgeving actief was, is de familie Deroye (beide families waren overigens verwant). Ze hadden hun steenbakkerij (veldoven) langs de Tongerse steenweg op nummer 24 (dat is vlak buiten het centrum van Borgloon richting Tongeren).

Van deze familie kennen we nu August Deroye (1891-1924), Joseph Deroye (1867-1948) en zijn zoon Willem Arnold Deroye (1904-1975).

Van August Deroye zijn enkele advertenties bekend waarin hij zichzelf als steenbakker aanprijst 'om brikken in te zetten', of om 'uw kareelen te maken en ovens in te zetten'. 

advertentie 20/02/1921

 

advertentie 27/06/1920

dinsdag 23 december 2025

Bloempotten persen in Bree

Onlangs kregen we van Rik van de Konijnenburg een aantal foto's doorgestuurd van de Pannenfabriek Taxandria in Bree. In het archief van de heemkundige kring is blijkbaar een deel van het bedrijfsarchief bewaard gebleven. Daar moet ik zeker nog eens naar toe.

Bloempotten in alle formaten

Er waren twee foto's die onmiddellijk mijn aandacht trokken. Ze tonen drie werknemers die bezig zijn met de productie van bloempotten. De productie gebeurt met een verticale pers. De eerste persoon links brengt blijkbaar een bol klei in de persvorm, de tweede persoon haalt de gevormde bloempot uit de pers en de derde persoon rechts verzamelt de geproduceerde potten. De bediening van de pers gebeurt waarschijnlijk door de tweede persoon door het induwen van een pedaal onderaan.

Drie arbeiders die bloempotten maken in Pannenfabriek Taxandria (foto Heemkundig kring Bree)

Het bedrijf Vandevenne-Vandermeulen maakte al van bij de start in 1875 blijkbaar ook (of enkel?) bloempotten. Later stopten ze daarmee, maar vanaf 1932 ging men naast dakpannen ook opnieuw bloempotten produceren. De productie daarvan bleef lange tijd een belangrijk deel van de activiteit.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf zwaar beschadigd. De machines zelf bleven blijkbaar gespaard en men kon met eigen kapitaal snel weer opstarten. In een artikel uit 1952 wordt vermeld dat het productieprogramma bestaat uit 'rode en verglaasde pannen, dubbele sluitingen in verschillende modellen, alle mogelijke hulpstukken voor het bouwbedrijf en tenslotte bloempotten'.

Levering in Spa

We vonden op een veilingsite ooit een factuur van de 'Fabrique de Tuiles "Taxandria", J. Vandermeulen en Cie - Précédemment: J. Van de Venne & Jos. Vandermeulen'. De factuur uit 1939 gaat over een levering van bloempotten aan tuinbedrijf Parmentier in Spa. Blijkbaar werden er heel wat formaten van bloempotten geproduceerd. Jammer genoeg vonden we tot nu toe geen verkoopcatalogus van het bedrijf.

 
Het bedrijf startte rond 1875 als Pannenfabriek J. Van De Venne & Jos. Van Der Meulen. Het verhuisde naar de andere kant van de Zuid-Willemsvaart. Na zware schade in de Tweede Wereldoorlog werd de pannenfabriek heropgebouwd en sloot uiteindelijk de deuren in 1967. De fabriek met de ringoven werd gesloopt in 1975. Het keramiekbedrijf werkte blijkbaar verder tot in 1998. 

Pannenfabriek Taxandria in 1952 (Heemkundige kring Bree)

 


zaterdag 20 december 2025

Veel volk in de Sint-Jozefskerk

Op zondag 7 december gingen we naar een unieke rondleiding in de Sint-Jozefskerk in Tongeren. Deze rondleiding werd georganiseerd door de toeristische dienst van de stad Tongeren-Borglooon. Onze gids was Paul Denis, stadsgids én geoloog. Er was heel wat volk komen opdagen (ook door de aankondiging in mijn nieuwsbrief). Het werd een interessante namiddag.

Het kerkje is gelegen naast het voormalige bedrijfsterrein van de Pannenfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de familie Francart. Directeur Henri was een diepgelovig man en bouwde het kerkje in 1932 als dank voor een genezing, maar uiteraard ook als uithangbord voor de producten die door het bedrijf werden gemaakt. 

Onze gids Paul vertelde ons met een uitgebreide presentatie over de geschiedenis van de familie Francart en haar bedrijven, over de bouw van deze kerk en het speciale verhaal van de heilige Rita die in deze kerk vereerd wordt. 

Gids Paul Denis doet de rondleiding in de Sint-Jozefskerk (foto: Patrick Boucneau)


Muurschildering

Eén van de interessante wetenswaardigheden was dat achter het altaar van het kerkje oorspronkelijk een prachtige muurschildering was aangebracht. Het was een erg christelijke afbeelding, uiteraard. Mooi was dat linksonder arbeiders staan afgebeeld die duidelijk in een pannen- of steenbakkerij aan het werk zijn. Een uniek beeld. Jammer genoeg werd dit mooie werk in de jaren '80 volledig overschilderd. Ondanks heel wat zoekwerk konden we de uitvoerder van deze muurschildering niet achterhalen.

Muurschildering in de Sint-Jozefskerk (foto: kerkfabriek Sint-Jozef via Paul Denis)


Een beeld van het huidige interieur van de kerk (foto: Patrick Boucneau)

 

Wie het verhaal van de familie Francart en haar bedrijven wil lezen kan hier terecht voor de twee artikels die ik hierover mocht publiceren.


Het verhaal van de familie Francart (publicaties)

Het verhaal van de familie Francart en hun bedrijven is erg interessant en leert ons veel over de evoluties in de grofkeramische secor in België de voorbije 150 jaar. Het leek me een uitdaging hun verhaal te reconstrueren en te delen met iedereen die interesse heeft in industrieel erfgoed, nog meer omdat bleek dat zij vanaf 1913 de eerste functionele tunneloven bouwden in België. 

Mijn eerste contact met de familie was met Jean-Marie Francart, een afstammeling van Sylvain Francart die in Eischen in Luxemburg woonde. Via hem vond ik ook Jean-Marie Francart in Tongeren, de laatste directeur van de Tongerse fabriek. Samen reconstrueerden we het verhaal van de bedrijven van Sylvain Francart en zijn afstammelingen in Beerse en Tongeren.

Dat resulteerde (voorlopig) in twee artikels, nl. in het tijdschrift Tongerse Annalen, het historisch en heemkundig tijdschrift over Tongeren en omgeving, uitgegeven door het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig genootschap Tongeren i.s.m. Stadsarchief Tongeren, en in het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek, een uitgave van de Stichting Erfgoed en VVIA.

Hier de pdf's van de artikels:

Tongerse Annalen, december 2021



 

donderdag 27 november 2025

Podcast over de pannenfabriek van Kortessem

Van 7 tot 30 november loopt in Hasselt het programma Kalle & Klappe over de Hasseltse dialecten. In het kader van dit programma werd een podcast opgenomen over de pannenfabriek van Kortessem. Marleen Oris, bestuurslid van de Heemkundige Kring Kortessem vertelt het verhaal in het 'Kotsoves' dialect!

De pannenfabriek in Wintershoven (Kortessem) lag op het Hemelsveld en werd opgericht in 1822. Volgens de beschrijving voor het eerste kadaster (rond 1840) was het één van de best uitgeruste pannenfabrieken uit die periode. De pannenfabriek beschikte onder meer over een rosmolen voor het mengen van de klei. Eigenaar op dat moment was François August Delbrouck.

In 1909 werd het bedrijf openbaar verkocht. Jean Wilhelmus Hubert (Jean) Van Oostayen (1872-1951), een directeur van pannenfabriek 'De Maas' in Kessenich werd de nieuwe eigenaar en verhuisde met zijn gezin naar Kortessem. Zijn zoon Leonard Jean Hubert (Jean) zette het bedrijf verder na zijn overlijden in 1951. Uiteindelijk stopte het bedrijf met de productie van pannen in 1964. Er werden daarna blijkbaar nog enkele jaren drainagebuizen gemaakt.

Een leuke anekdote is het verhaal over de panovese ka'l: de werknemers van het bedrijf hielden er een eigen mysterieus taaltje op na...  

Beluister de podcast van Marleen Oris op Spotify

  

De pannenbakkers van pannenfabriek Van Oostayen (foto HKK 'Kortessem vroeger en nu')

 

(Met dank aan Marleen Oris)

woensdag 26 november 2025

Open Monumentendag 2026: we doen (waarschijnlijk) weer mee!

Als alles verloopt zoals gehoopt, doen we volgend jaar weer mee met Open Monumentendag 2026. De bedoeling is de laatste Schulense panoven nog eens in de kijker te zetten. Het thema van #OMD2026 is erg toepasselijk: 'Erfgoed in Gevaar'. 

Al voor de derde keer organiseren we dan een grote activiteit rond de ruïne van de laatste Schulense pannenoven in de Pannestraat in Schulen (Herk-de-Stad). Eerder, namelijk naar aanleiding van 900 jaar Schulen in 2007 en op Open Monumentendag 2018 organiseerden we al eens een publieke activiteit.

Onze deelname kadert in het thema ‘Erfgoed in gevaar’. Dat deze ruïne als laatste getuige van de Schulense pannennijverheid beter beschermd moet worden is erg duidelijk. Een team van Open Monumentenwacht maakte enkele jaren geleden al eens een rapport met aanbevelingen.

Vlaanderen volgt dit jaar overigens het thema van de European Heritage Days, nl. 'Heritage at Risk: Revive, Resist, Reimagine'. Die ondertitel is een mooie oproep die we zullen proberen waar te maken!  

De laatste Schulense pannenoven

'Onze' pannenoven was tot het begin van de 20ste eeuw in gebruik en ligt in de Pannestraat in Schulen, in het gehucht de "Rey". In de Rey waren er rond 1840 drie gekende pannenbakkerijen. Op oude kaarten is te zien dat er verschillende droogloodsen van pannenbakkerijen waren.

Deze laatste pannenoven was eigendom van de Henri Raymaekers die tot in de jaren 1920 als pannenbakker actief was. De oven is een zogenaamde 'paepeoven'. Een oven met een grote vulopening die bij het bakken met klei ‘dichtgemetst’ werd en een stookopening die met een deur werd afgesloten. Op oude foto’s is een kleine schouw waarneembaar en was de oven aan de buitenzijde versterkt door balken of ijzeren banden tegen de temperatuurschommelingen.

Deze oven is het enige restant van de pannenindustrie in Schulen en is daarom historisch en industrieel-archeologisch interessant voor de streek.

Onze deelname aan Open Monumentendag 2026 is tegelijk ook een hulde aan Ludo Thys, keramist, vriend, buurman in de Pannestraat en medeorganisator van de vorige activiteiten.

We houden je zeker op de hoogte! 

 

De laatste Schulense pannenoven is een schapenstal... (Foto: Patrick Boucneau)

zondag 16 november 2025

Daens over de kinderen in de steenbakkerijen

In het voorjaar van 1896 haalt priester Adolf Daens in de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers zwaar uit over de trieste arbeidsomstandigheden in de Belgische steenbakkerijen. Hij had het daarbij ook over de omstandigheden in het Limburgse Maasland. 

We vonden de verwijzing in een artikel in de krant De Demer van 16 mei 1896, nochtans een liberale krant uit die tijd. De journalist treedt priester Daens bij en vertelt zelf een triest voorbeeld van een Maasmechelse familie Spooren waarvan het dochtertje Elisabeth, negen jaar, verdronk in een waterput van een steenbakkerij in Herstal bij Luik. De werktijd voor kinderen begon blijkbaar al om 3 uur 's morgens...

 

Over kinderarbeid

We schreven eerder al eens over de kinderarbeid in de steenfabrieken en aanverwante bedrijven. Dat was lange tijd heel normaal. De Belgische wet op de kinderarbeid dateert pas van 1889, enkele jaren na dit krantenartikel dus. Die bepaalde dat kinderen vanaf dan onder de 12 jaar niet mogen werken in de industrie. 

In de praktijk bleven de nieuwe regels echter vaak dode letter. De eerste jaren waren er zelfs geen ambtenaren om de bedrijven te inspecteren op overtredingen. De wet op kinderarbeid zorgde niet meteen voor een radicale omslag. Wie 12 jaar is, start met werken. De ondernemers rekenen nog altijd op hun goedkope en flexibele arbeidskrachten. Veel gezinnen hebben het inkomen van de kinderen nog altijd broodnodig. Zolang de lonen van de gezinshoofden en de vrouwen niet stijgen, blijft kinderarbeid voor hen noodzakelijk. In 1914 verbiedt men kinderarbeid onder 14 jaar. De wet van 14 juni 1921 stelt de achturige werkdag in en bepaalt dat zware arbeid voor kinderen onder de 16 jaar strafbaar is...
 

Over Adolf Daens
Bron: Wikipedia

Adolf Daens (1839-1907) was een Belgisch geestelijke en politicus. Hij gaf zijn naam aan het daensisme, een sociaal-Vlaamsgezinde christendemocratische beweging, waaruit een onafhankelijke partij werd opgericht, de Christene Volkspartij, waarvan hij ook het programma schreef. Priester Daens was getroffen door de mensonwaardige omstandigheden in de fabrieken van zijn geboortestad Aalst. Hij ging zich interesseren voor het lot van de arbeiders en dat bleek ook uit zijn engagement. 

In 1894 was Daens als lijsttrekker van de Christene Volkspartij in het arrondissement Aalst kandidaat voor de Kamer van volksvertegen-woordigers. In 1893 was het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd, waardoor nu alle mannen van 25 jaar of ouder konden gaan stemmen. Het aantal kiesgerechtigden was hiermee vertienvoudigd. De katholieken behaalden in het arrondissement Aalst een volstrekte meerderheid, maar vermoedens van kiesfraude leidden tot een gedeeltelijke herkiezing, waarbij Daens tot volksvertegenwoordiger werd verkozen, een functie die hij tot in 1898 uitoefende.

In die periode werd eind 1895 ook De Steenbakkersvakbond opgericht in Brussel. Adolf Daens werd er erevoorzitter van.

Bronnen en meer info:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Adolf_Daens
https://www.odis.be/hercules/toonPERS.php?taalcode=nl&id=3058
https://histoforum.net/Daens/daens3.htm
https://daens.org/

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...