donderdag 20 augustus 2026

Bezoek de laatste Schulense pannenoven op Open Monumentendag 2026!

We doen dus op zondag 13 september weer mee met Open Monumentendag 2026. Uiteraard zetten we dan 'onze' Schulense panoven nog eens in de kijker en vertellen we het verhaal van de Schulense pannen en pannenbakkers! Het thema van #OMD2026 is erg toepasselijk: 'Erfgoed in goede handen', de oorspronkelijke titel van deze Europese dag was 'Erfgoed in gevaar'... 

 


Al voor de derde keer organiseren we een grote activiteit rond de ruïne van de laatste Schulense pannenoven in de Pannestraat in Schulen (Herk-de-Stad). Eerder, namelijk naar aanleiding van 900 jaar Schulen in 2007 en op Open Monumentendag 2018 organiseerden we al eens een grote publieke activiteit.

Ook al is onze pannenoven voorlopig in goede handen, dat deze ruïne als laatste getuige van de Schulense pannennijverheid beter beschermd moet worden is erg duidelijk. Een team van Open Monumentenwacht maakte enkele jaren geleden al eens een rapport met aanbevelingen. De zaken kunnen snel veranderen. Als de weide ooit van eigenaar verandert kunnen de zaken er plots heel anders uitzien. En intussen werken weer en wind, en de natuur, rustig aan de onvermijdelijke aftakeling...  

De laatste Schulense pannenoven

'Onze' pannenoven was tot het begin van de 20ste eeuw in gebruik en ligt in de Pannestraat in Schulen, in het gehucht de "Rey". In de Rey waren er rond 1840 drie gekende pannenbakkerijen. Op oude kaarten is te zien dat er verschillende droogloodsen van pannenbakkerijen waren.

Deze laatste pannenoven was eigendom van de Henri Raymaekers die tot in de jaren 1920 als pannenbakker actief was. De oven is een zogenaamde 'paepoven'. Een oven met een grote vulopening die bij het bakken met klei ‘dichtgemetst’ werd en een stookopening die met een deur werd afgesloten. Op oude foto’s is een kleine schouw waarneembaar en was de oven aan de buitenzijde versterkt door balken of ijzeren banden tegen de temperatuurschommelingen.

Deze oven is het enige restant van de pannenindustrie in Schulen en is daarom historisch en industrieel-archeologisch interessant voor de streek.

Onze deelname aan Open Monumentendag 2026 is tegelijk ook een hulde aan Ludo Thys, keramist, vriend, buurman in de Pannestraat en medeorganisator van de vorige activiteiten.

Open Monumentendag in Herk-de-Stad 

Onze deelname aan #OMD2026 wordt mee georganiseerd door de stad Herk-de-Stad als onderdeel van een programma met een fietstocht naar verschillende locaties in Herk-de-Stadonze pannenoven, de oude kerktoren van Schulenhet oude gemeentehuis van Donk, de oude rijkswacht in Herk-de-Stad en de oude watermolen van Herk-de-Stad.

Alle info op www.openmonumentendag.be

 

Ruïne van de laatste Schulense pannenoven in de jaren '60 toen de ruïne nog veel indrukwekkender was....

 

woensdag 8 juli 2026

Steenoven betaald met een koe!?

We kregen van Ria Lemmens uit Lummen een tijdje geleden een samenvatting van een akte uit 1696 van de Schepenbank van Lummen. Hierin wordt de verkoop vermeld van een stuk land in Schulen, ‘den Steenhoven’ genaamd. 

Blijkbaar ging het om een stuk grond met een steenoven, of waarop voordien een steenoven stond. Met een steenoven wordt hier waarschijnlijk een gebouwde oven bedoeld, in tegenstelling tot een tijdelijke gestapelde veldoven. Er werd betaald met een koe!

Hieronder het volledige stuk:

RAH Schepenbank Lummen nr. 88
1696, 08.11. Folio 150r 


Jan Stappers verkoopt aan Maximiliaen Van Scoonbeeck een stuk land in Sculen, genaamd "den Steenhoven", ongeveer 2 halster land. Het paalt Peeter Stappers 1), die Buijlmansheij 2), 't Poppelant 3). Verkocht voor 22 pattacons of 88 gulden BBL eens. Er is betaald met een koe geschat op 15 pattacons en de rest met geld. In geval van vernadering moet de koper "met zijn mest ende veggie" worden goedgedaan.


De vreemde vermelding: 'in geval van vernadering' betekent dat de familie van de verkoper binnen het jaar de eigendom kon terugkopen, maar die moest dan het geleden verlies, in dit geval het gebruikte mest van de koe, vergoeden...  

Een pattacon (of patagon) was een courante munt in onze regio. Die werd ingevoerd vanaf 1602 en werd tot aan de Franse periode gebruikt. Het was blijkbaar een waardevolle koe, wij vonden prijzen van 5 pattacons voor een koe. Dat er met een koe werd betaald lijkt heel vreemd eind 17de eeuw, misschien was dat op het Loonse platteland niet ongewoon...

We konden het perceel dat verkocht werd niet exact situeren. De oude benamingen vonden we voorlopig ook niet terug. 

Oude aardewerk tegel met koe uit het Fries Landbouwmuseum (we vonden dit wel toepasselijk).
 

Meer info en bronnen:
website van Ria Lemmens

woensdag 10 juni 2026

Technische problemen met de website

Even een melding over problemen met de website...

Google veranderde onlangs de manier waarop je foto's kan gebruiken die je op een kaarttoepassing in Google Maps heb toegevoegd. Daardoor werken heel wat koppelingen naar afbeeldingen op de pagina's van mijn inventaris met pannenfabrieken en steenbakkerijen niet meer correct. Het zal wat tijd vragen om dat allemaal te corrigeren. Bedankt Google...

Een ander technisch probleem is dat het script waarmee op de webpagina's de verschillende afbeeldingen worden getoond ook al even niet meer correct werkt. Waarschijnlijk door een of andere gewijzigde veiligheidinstelling van de verschillende browsers. Ook dat moet aangepast worden.
Je kan wel nog door de afbeeldingen scrollen, maar de info bij de afbeeldingen wordt jammer genoeg niet meer weergegeven.

Deze problemen worden zoveel mogelijk samen aangepakt door de oude pagina's door nieuwe webpagina's te vervangen. Dat zijn er zo'n 150, dat vraagt tijd...

Even geduld dus. Het komt allemaal weer in orde.

donderdag 4 juni 2026

Elise verdronk in een steenbakkerij in Vottem!

Een tijdje geleden, in november 2025, schreef ik al eens over een toespraak van Adolphe Daens in de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers over de trieste arbeidsomstandigheden in de Belgische steenbakkerijen in 1896. Naar aanleiding daarvan schreef de Limburgse krant De Demer over de dood van een 9-jarig meisje in een steenbakkerij in Herstal. Ze verdronk in de waterput...

Concreet ging het om Elisabeth Spooren, dochtertje van Theodoor Spooren en Margaretha Maes, een steenbakkersgezin uit Maasmechelen. Ze waren volgens de krant met een ploeg steenbakkers aan het werk in een steenbakkerij in Herstal bij Luik.

artikel in de krant De Demer van 16 mei 1896

Na wat zoeken vond ik de overlijdensakte van Elisabeth (Elise), niet in Herstal zelf, maar in de huidige deelgemeente Vottem. De aangifte gebeurde door twee andere brikkenbakkers, nl. Peter Schiepers uit Neeroeteren en Gerard Ramaekers uit Maasmechelen. Elisa overleed op 12 mei 1896. Ze was die dag beginnen werken om drie uur 's morgens. Ze werd volgens het krantenbericht dood teruggevonden toen de steenbakkersploeg om vier uur koffie ging drinken. In de aangifte staat zes uur... "Men vond het arm schepsel verdronken in den put, den hengel van den emmer in zijnen hals hangende..."

De Belgische wet op de kinderarbeid dateert 'al' van 1889. Die bepaalde dat kinderen vanaf dan onder de 12 jaar niet mogen werken in de industrie. Het heeft voor Elise geen verschil gemaakt...

Overlijdensakte van Elisa Spooren, overleden op 12 mei 1896 in Vottem bij Luik

Elisabeth was het oudste kind van het gezin Theodoor (°1857) en Margaretha (°1856) Spooren-Maes. Ze werd geboren in augustus 1885 en was dus nog geen tien jaar oud. Het gezin had acht kinderen.

Moord aan de Maas

Toevallig zag ik onlangs een nieuw verhaal van Marco Mariotti op instagram. Marco is een geweldig verteller en de auteur van de interessante website 'Ooit aan de Maas'. Zijn verhaal gaat over exact dezelfde gebeurtenis, namelijk de dood van Elisabeth Spooren. Hij eindigt het verhaal met de informatie dat de twee jongere broertjes van Elisabeth, Theodorus en Wilhelmus Spooren, later, in de jaren 1920 aan het werk gaan in steenbakkerij Eyben in Maasmechelen. En dat heeft dan weer te maken met het moordverhaal uit zijn boek 'Moord aan de Maas' dat recent verscheen... Het leven van de Maasmechelse brikkenbakkers speelt blijkbaar een grote rol in het verhaal.


woensdag 3 juni 2026

Stopzetting productie Keramo nu definitief

Zoals ik al eerder schreef zou de productie bij Keramo in Hasselt stopgezet worden. Die beslissing is nu definitief: 84 personeelsleden verliezen hun werk. De overigen zouden nog drie jaar kunnen blijven werken in het Hasseltse bedrijf. Zo eindigt een geschiedenis van ongeveer 80 jaar... 

In januari 2026 raakte bekend dat Wienerberger de productie in de Hasseltse vestiging wou stopzetten. De laatste jaren ging het helemaal niet goed in het bedrijf, o.m. door de hoge productiekosten. Er volgde meteen een algemene staking en na onderhandelingen blijkt nu dat de beslissing inderdaad definitief is. Op 29 mei lazen we in Het Belang van Limburg dat uiteindelijk 84 jobs verdwijnen: 35 werknemers vertrekken vrijwillig, 49 anderen worden ontslagen. Er zou voor de resterende 56 werknemers nog drie jaar werkzekerheid gegarandeerd worden.

Vakbonden voeren actie aan de hoofdingang van Keramo (foto: HBVL)


80 jaar geschiedenis

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt.

Nu, 26 jaar later, wordt de volledige productie stopgezet. Zo verdwijnt een uniek keramisch bedrijf in Limburg én in Vlaanderen.


zondag 31 mei 2026

Maaslandse brikkenbekkers naar de Pruis

In de 19de eeuw was het armoede troef in Limburg en zeker in het Maasland. Er was weinig werk, nauwelijks bruikbare landbouwgrond en veel kinderarbeid. Mensen gingen op zoek naar een beter leven en een van de oplossingen was seizoensarbeid. Zo vertrokken in de tweede helft van de 19de eeuw tientallen mensen elk jaar uit het Maasland naar "de Pruis", naar Duitsland, om brikken te bakken...

Volgens onderzoek zouden de eerste brikkenbakkers uit het Maasland vanaf ongeveer 1860 naar Duitsland getrokken zijn. Maaslandse families vertrokken elk jaar rond Pasen om eind augustus, soms pas in oktober weer naar huis te keren. Deze families kenden het werk in de veldovens. Die bestonden toen ook aan de Maas. Het brikkenbakken in Duitsland was echter een stuk beter betaald.

Elk voorjaar maakte een steenbakker-ploegbaas afspraken met een grondeigenaar of opdrachtgever ter plaatse en zocht vervolgens een ploeg van zo'n tien steenbakkers bij elkaar. Dikwijls waren dat ook families. Veel 'brikkenbekkers' kwamen uit Mechelen-aan-de-Maas (Maasmechelen): 200 in 1884, in 1890 300 tot 350 arbeiders, die samen 25 ploegen vormden.

Ruhrgebied

De aanleiding voor die vraag naar extra arbeid aan Duitse kant was de economische opleving in Duitsland, vooral na de Duits-Franse oorlog van 1870. In die periode ontstond de staalindustrie in het Ruhrgebied. Steenbakkers uit de Maasvallei, zowel uit Nederland als België trokken naar de omgeving van Düseldorf, Keulen, Bonn en later ook zuidelijker. Daar bakten ze tijdens het zomerseizoen miljoenen bakstenen in grote veldovens.

Het moeten vele duizenden mensen geweest zijn die elk jaar weer uit het Maasland vertrokken. Er werden in die periode ook veel kinderen geboren die in de Duitse gemeenteregisters terug te vinden zijn. Er trouwden ginder uiteraard ook heel wat Limburgers die er ook bleven wonen...

De trek naar Duitsland eindigde met de Eerste Wereldoorlog. De grenzen werden gesloten en bijna alle steenbakkers keerden terug. De opening van de eerste Limburgse koolmijnen zorgde na de oorlog voor een grote vraag naar arbeidskrachten en zo was ook dat een reden om niet meer te vertrekken... 

Maaslandse brikkenbakkers in Duitsland (foto ecru.be)


Onbekend is onbemind

Over deze Limburgse seizoensarbeid is weinig geschreven. Het is nochtans belangrijk dat dit stuk van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Andere vormen van seizoensarbeid vanuit Vlaanderen stonden meer in de belangstelling, bijvoorbeeld naar Noord-Frankrijk.

In Nederlands Limburg is er meer aandacht voor het verhaal, onder meer in het Historiehuis van de Maasstreek in Elsoo komt “brikke bakke op ut Pruuses” uitgebreid aan bod.

Voor Belgisch Limburg verscheen al in 1963 het interessante boekwerkje 'Naar de brikken' van Felix Persoons. De auteur kon toen nog levende getuigen interviewen! Meer recent schreef Johan Kusters uitgebreide werk 'De tocht der duizenden, Maaslandse brikkenbakkers naar Duitsland 1840-1914', uitgave van Stichting Erfgoed Eisden.

In 2019 organiseerden Stichting Erfgoed Eisden samen met Dienst Erfgoed Maasmechelen tijdens de erfgoeddagen een tentoonstelling 'In het spoor van de brikkenbekkers'.


woensdag 20 mei 2026

Dat opent deuren...

Er is één opvallend ding aan het jaren '60 huis van mijn ouders: de blauwe voordeur met een deurgreep in keramiek. Nu blijkt aan die deurgreep ook nog een interessant verhaal verbonden te zijn. Begin mei 2026 stond in Het Belang van Limburg een uitgebreid artikel over deze unieke kunstwerkjes.

De deurgreep van de voordeur van mijn ouderlijk huis.

Grootste permanente kunsttentoonstelling

Blijkbaar werden in Vlaanderen in de jaren '60 en '70 door verschillende kunstenaars en bedrijven unieke keramische deurgrepen gemaakt. Het was een periode van veel uniforme nieuwbouw en de Belgen wilden zich toch op een of andere manier onderscheiden van hun buren. De deur en de deurgreep waren een gemakkelijke manier om dat te doen en zo ontstond er een aanbod aan opvallende deurgrepen die door heel wat Belgen gesmaakt werden. Het was bovendien een uniek Belgisch verschijnsel.

Het belang van Limburg schreef al in 2018 over grafisch ontwerpster Gerbrich Reynaert die overal in Vlaanderen dergelijke deurgrepen fotografeerde. In het recente artikel laat men antropologe Kathleen Boel aan het woord. Zij heeft intussen meer dan 4000 (!) keramische deurgrepen gefotografeerd en organiseert er tentoonstellingen mee. 

Antropologe Kathleen Boel op haar tentoonstelling met deurgrepen en foto's daarvan (foto HBVL, Florian Van Eenoo)

Kathleen Boel kreeg voor haar onderzoek in 2024 de Erfgoedprijs van de provincie Antwerpen. De antropologe ziet al deze deurgrepen als de grootste permanente kunsttentoonstelling in Vlaanderen.

Of dat nog lang het geval zal zijn is maar de vraag. De smaak van de Belgen is sterk veranderd en bij woningrenovatie verdwijnen dergelijke deuren en deurgrepen bijna systematisch. Alleen een enkeling heeft er aandacht voor.

Ook in Bree

De familie Vandermeulen in Bree blijkt in Limburg een belangrijke producent te zijn geweest van dergelijk deurgrepen. In het artikel in Het Belang van Limburg komt Els Vandermeulen aan het woord. Haar vader Leon Vandermeulen en zijn echtgenote Gerda Vaes hadden een atelier in Bree waar jarenlang gebruikskeramiek werd gemaakt, en dus ook de keramische deurgrepen die vandaag nog op duizenden Belgische voordeuren te vinden zijn.

Leon Vandermeulen was de derde zoon in een rij van zeven. Zijn ­vader Louis maakte dakpannen (Pannenfabriek Taxandria, Vandermeulen en Cie.) en dat bracht hem op het idee om keramiek te studeren in Duitsland. Leon begon op het bedrijfsterrein van de familie een eigen fabriek. Ze produceerden vazen, asbakken, kruisbeelden, wapenschilden voor gemeenten... en vooral: deurklinken. Het was blijkbaar vooral echtgenote Gerda (Gerdje) Vaes die voor de creativiteit verantwoordelijk was. In de jaren '80 stopten ze met de productie van keramiek.

Ik schreef al eerder een stukje over dakpannen en kunstkeramiek uit Bree. Het verhaal van Els Vandermeulen in Het Belang van Limburg maakt nu ook duidelijk hoe die vork in de steel zit... 

 

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...