donderdag 4 juni 2026

Elise verdronk in een steenbakkerij in Vottem!

Een tijdje geleden, in november 2025, schreef ik al eens over een toespraak van Adolphe Daens in de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers over de trieste arbeidsomstandigheden in de Belgische steenbakkerijen in 1896. Naar aanleiding daarvan schreef de Limburgse krant De Demer over de dood van een 9-jarig meisje in een steenbakkerij in Herstal. Ze verdronk in de waterput...

Concreet ging het om Elisabeth Spooren, dochtertje van Theodoor Spooren en Margaretha Maes, een steenbakkersgezin uit Maasmechelen. Ze waren volgens de krant met een ploeg steenbakkers aan het werk in een steenbakkerij in Herstal bij Luik.

artikel in de krant De Demer van 16 mei 1896

Na wat zoeken vond ik de overlijdensakte van Elisabeth (Elise), niet in Herstal zelf, maar in de huidige deelgemeente Vottem. De aangifte gebeurde door twee andere brikkenbakkers, nl. Peter Schiepers uit Neeroeteren en Gerard Ramaekers uit Maasmechelen. Elisa overleed op 12 mei 1896. Ze was die dag beginnen werken om drie uur 's morgens. Ze werd volgens het krantenbericht dood teruggevonden toen de steenbakkersploeg om vier uur koffie ging drinken. In de aangifte staat zes uur... "Men vond het arm schepsel verdronken in den put, den hengel van den emmer in zijnen hals hangende..."

De Belgische wet op de kinderarbeid dateert 'al' van 1889. Die bepaalde dat kinderen vanaf dan onder de 12 jaar niet mogen werken in de industrie. Het heeft voor Elise geen verschil gemaakt...

Overlijdensakte van Elisa Spooren, overleden op 12 mei 1896 in Vottem bij Luik

Elisabeth was het oudste kind van het gezin Theodoor (°1857) en Margaretha (°1856) Spooren-Maes. Ze werd geboren in augustus 1885 en was dus nog geen tien jaar oud. Het gezin had acht kinderen.

Moord aan de Maas

Toevallig zag ik onlangs een nieuw verhaal van Marco Mariotti op instagram. Marco is een geweldig verteller en de auteur van de interessante website 'Ooit aan de Maas'. Zijn verhaal gaat over exact dezelfde gebeurtenis, namelijk de dood van Elisabeth Spooren. Hij eindigt het verhaal met de informatie dat de twee jongere broertjes van Elisabeth, Theodorus en Wilhelmus Spooren, later, in de jaren 1920 aan het werk gaan in steenbakkerij Eyben in Maasmechelen. En dat heeft dan weer te maken met het moordverhaal uit zijn boek 'Moord aan de Maas' dat recent verscheen... Het leven van de Maasmechelse brikkenbakkers speelt blijkbaar een grote rol in het verhaal.


woensdag 3 juni 2026

Stopzetting productie Keramo nu definitief

Zoals ik al eerder schreef zou de productie bij Keramo in Hasselt stopgezet worden. Die beslissing is nu definitief: 84 personeelsleden verliezen hun werk. De overigen zouden nog drie jaar kunnen blijven werken in het Hasseltse bedrijf. Zo eindigt een geschiedenis van ongeveer 80 jaar... 

In januari 2026 raakte bekend dat Wienerberger de productie in de Hasseltse vestiging wou stopzetten. De laatste jaren ging het helemaal niet goed in het bedrijf, o.m. door de hoge productiekosten. Er volgde meteen een algemene staking en na onderhandelingen blijkt nu dat de beslissing inderdaad definitief is. Op 29 mei lazen we in Het Belang van Limburg dat uiteindelijk 84 jobs verdwijnen: 35 werknemers vertrekken vrijwillig, 49 anderen worden ontslagen. Er zou voor de resterende 56 werknemers nog drie jaar werkzekerheid gegarandeerd worden.

Vakbonden voeren actie aan de hoofdingang van Keramo (foto: HBVL)


80 jaar geschiedenis

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt.

Nu, 26 jaar later, wordt de volledige productie stopgezet. Zo verdwijnt een uniek keramisch bedrijf in Limburg én in Vlaanderen.


zondag 31 mei 2026

Maaslandse brikkenbekkers naar de Pruis

In de 19de eeuw was het armoede troef in Limburg en zeker in het Maasland. Er was weinig werk, nauwelijks bruikbare landbouwgrond en veel kinderarbeid. Mensen gingen op zoek naar een beter leven en een van de oplossingen was seizoensarbeid. Zo vertrokken in de tweede helft van de 19de eeuw tientallen mensen elk jaar uit het Maasland naar "de Pruis", naar Duitsland, om brikken te bakken...

Volgens onderzoek zouden de eerste brikkenbakkers uit het Maasland vanaf ongeveer 1860 naar Duitsland getrokken zijn. Maaslandse families vertrokken elk jaar rond Pasen om eind augustus, soms pas in oktober weer naar huis te keren. Deze families kenden het werk in de veldovens. Die bestonden toen ook aan de Maas. Het brikkenbakken in Duitsland was echter een stuk beter betaald.

Elk voorjaar maakte een steenbakker-ploegbaas afspraken met een grondeigenaar of opdrachtgever ter plaatse en zocht vervolgens een ploeg van zo'n tien steenbakkers bij elkaar. Dikwijls waren dat ook families. Veel 'brikkenbekkers' kwamen uit Mechelen-aan-de-Maas (Maasmechelen): 200 in 1884, in 1890 300 tot 350 arbeiders, die samen 25 ploegen vormden.

Ruhrgebied

De aanleiding voor die vraag naar extra arbeid aan Duitse kant was de economische opleving in Duitsland, vooral na de Duits-Franse oorlog van 1870. In die periode ontstond de staalindustrie in het Ruhrgebied. Steenbakkers uit de Maasvallei, zowel uit Nederland als België trokken naar de omgeving van Düseldorf, Keulen, Bonn en later ook zuidelijker. Daar bakten ze tijdens het zomerseizoen miljoenen bakstenen in grote veldovens.

Het moeten vele duizenden mensen geweest zijn die elk jaar weer uit het Maasland vertrokken. Er werden in die periode ook veel kinderen geboren die in de Duitse gemeenteregisters terug te vinden zijn. Er trouwden ginder uiteraard ook heel wat Limburgers die er ook bleven wonen...

De trek naar Duitsland eindigde met de Eerste Wereldoorlog. De grenzen werden gesloten en bijna alle steenbakkers keerden terug. De opening van de eerste Limburgse koolmijnen zorgde na de oorlog voor een grote vraag naar arbeidskrachten en zo was ook dat een reden om niet meer te vertrekken... 

Maaslandse brikkenbakkers in Duitsland (foto ecru.be)


Onbekend is onbemind

Over deze Limburgse seizoensarbeid is weinig geschreven. Het is nochtans belangrijk dat dit stuk van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Andere vormen van seizoensarbeid vanuit Vlaanderen stonden meer in de belangstelling, bijvoorbeeld naar Noord-Frankrijk.

In Nederlands Limburg is er meer aandacht voor het verhaal, onder meer in het Historiehuis van de Maasstreek in Elsoo komt “brikke bakke op ut Pruuses” uitgebreid aan bod.

Voor Belgisch Limburg verscheen al in 1963 het interessante boekwerkje 'Naar de brikken' van Felix Persoons. De auteur kon toen nog levende getuigen interviewen! Meer recent schreef Johan Kusters uitgebreide werk 'De tocht der duizenden, Maaslandse brikkenbakkers naar Duitsland 1840-1914', uitgave van Stichting Erfgoed Eisden.

In 2019 organiseerden Stichting Erfgoed Eisden samen met Dienst Erfgoed Maasmechelen tijdens de erfgoeddagen een tentoonstelling 'In het spoor van de brikkenbekkers'.


woensdag 20 mei 2026

Dat opent deuren...

Er is één opvallend ding aan het jaren '60 huis van mijn ouders: de blauwe voordeur met een deurgreep in keramiek. Nu blijkt aan die deurgreep ook nog een interessant verhaal verbonden te zijn. Begin mei 2026 stond in Het Belang van Limburg een uitgebreid artikel over deze unieke kunstwerkjes.

De deurgreep van de voordeur van mijn ouderlijk huis.

Grootste permanente kunsttentoonstelling

Blijkbaar werden in Vlaanderen in de jaren '60 en '70 door verschillende kunstenaars en bedrijven unieke keramische deurgrepen gemaakt. Het was een periode van veel uniforme nieuwbouw en de Belgen wilden zich toch op een of andere manier onderscheiden van hun buren. De deur en de deurgreep waren een gemakkelijke manier om dat te doen en zo ontstond er een aanbod aan opvallende deurgrepen die door heel wat Belgen gesmaakt werden. Het was bovendien een uniek Belgisch verschijnsel.

Het belang van Limburg schreef al in 2018 over grafisch ontwerpster Gerbrich Reynaert die overal in Vlaanderen dergelijke deurgrepen fotografeerde. In het recente artikel laat men antropologe Kathleen Boel aan het woord. Zij heeft intussen meer dan 4000 (!) keramische deurgrepen gefotografeerd en organiseert er tentoonstellingen mee. 

Antropologe Kathleen Boel op haar tentoonstelling met deurgrepen en foto's daarvan (foto HBVL, Florian Van Eenoo)

Kathleen Boel kreeg voor haar onderzoek in 2024 de Erfgoedprijs van de provincie Antwerpen. De antropologe ziet al deze deurgrepen als de grootste permanente kunsttentoonstelling in Vlaanderen.

Of dat nog lang het geval zal zijn is maar de vraag. De smaak van de Belgen is sterk veranderd en bij woningrenovatie verdwijnen dergelijke deuren en deurgrepen bijna systematisch. Alleen een enkeling heeft er aandacht voor.

Ook in Bree

De familie Vandermeulen in Bree blijkt in Limburg een belangrijke producent te zijn geweest van dergelijk deurgrepen. In het artikel in Het Belang van Limburg komt Els Vandermeulen aan het woord. Haar vader Leon Vandermeulen en zijn echtgenote Gerda Vaes hadden een atelier in Bree waar jarenlang gebruikskeramiek werd gemaakt, en dus ook de keramische deurgrepen die vandaag nog op duizenden Belgische voordeuren te vinden zijn.

Leon Vandermeulen was de derde zoon in een rij van zeven. Zijn ­vader Louis maakte dakpannen (Pannenfabriek Taxandria, Vandermeulen en Cie.) en dat bracht hem op het idee om keramiek te studeren in Duitsland. Leon begon op het bedrijfsterrein van de familie een eigen fabriek. Ze produceerden vazen, asbakken, kruisbeelden, wapenschilden voor gemeenten... en vooral: deurklinken. Het was blijkbaar vooral echtgenote Gerda (Gerdje) Vaes die voor de creativiteit verantwoordelijk was. In de jaren '80 stopten ze met de productie van keramiek.

Ik schreef al eerder een stukje over dakpannen en kunstkeramiek uit Bree. Het verhaal van Els Vandermeulen in Het Belang van Limburg maakt nu ook duidelijk hoe die vork in de steel zit... 

 

dinsdag 14 april 2026

Verkoop van een Schulense panoven in 1787

Een interessante bron voor het onderzoek naar oude panovens en steenbakkerijen zijn de notarisakten. Sommige notarisarchieven zijn raadpleegbaar in het rijksarchief. Het vraagt echter veel ervaring, tijd en geduld om daarin interessante informatie te vinden. Gelukkig krijg ik soms dingen door van mensen met veel ervaring zoals Ria Lemmens uit Lummen. Waarvoor dank!

Van Ria Lemmens kreeg ik een aantal jaren geleden de samenvatting van enkele akten uit het notariaat van de Lummense notaris Joannes Josephus Aerts. De stukken dateren van 1786-1787 en gaan over de erfenis en verkoop van een steen- en panoven in Schulen (Herk-de-Stad).

Een panoven voor 3000 gulden

Op 25 januari 1786 staat Maria Anna Vander Maesen uit Lummen, weduwe van Michael Reijnders, haar vruchtgebruik van een steen- en panoven in Schulen af aan haar drie kinderen.
Blijkbaar is deze oven ook voor de helft eigendom van Nicolaes Bossemans. Op 27 januari stelt de notaris op verzoek van de erfgenamen vast dat hij er ‘bezig is met het uitsteken van leem’. Bossemans wil zijn aandeel in de oven niet aan hen verkopen.
Op 14 maart 1787 wordt deze steen- en panoven dan verkocht aan een schoonzoon van Maria Anna Vander Maesen, Petrus Bijnens, gehuwd met Catharina Reijnders, en dit voor 3000 gulden.

Interessant is ook de vermelding van de volgende passage: “De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven.
Blijkbaar werden er in deze oven dus zowel pannen, plaveien als stenen gebakken. 

In de volkstelling van 1796 staat in ‘De Stap’ het gezin Nicolaes Bosmans-Catherina Schepers vermeld, zijn beroep is pannebakker, ze hebben 5 kinderen. Hieruit kunnen we afleiden dat deze verkoop gaat over een steen- en panoven gelegen in de buurt van de Stapstraat, de huidige Sint-Jorislaan en Leemkuilstraat.
Misschien betekent dit ook dat deze oven uiteindelijk toch volledige eigendom werd van Nicolaes Bosmans, ofwel dat hij misschien verder samen werd uitgebaat. Dat laatste is minder waarschijnlijk. Het gezin Petrus Bijnens-Catharina Reijnders woont blijkbaar in Lummen… 

De pannenoven op de Villaretkaart (1748) in de buurt van de huidige Sint-Jorislaan (onderaan)

Op de Villaretkaart uit 1748 zien we in die buurt van Sint-Jorislaan, Stapstraat en Leemkuilstraat een 'thuillerie' vermeld staan (onderaan op de afbeelding). Mogelijk is dit de pannenoven waar het om gaat. 

Pannenoven de Buurtwegenatlas in 1841-1844, aan de Leemkuilstraat, de huidige Sint-Jorislaan in Schulen

In de inventaris van 1841-1844 (en in de Buurtwegenatlas) staat er in de Leemkuilstraat nog steeds een panoven vermeld. Die situeert zich nu langs de straat. Hij is dan eigendom van een zekere Pieter Jan Van Cluysen.


Het verhaal

Hieronder kan je de samenvattingen van de akten nalezen.

Notariaat Lummen – notaris Joannes Josephus Aerts

Akte nr. 5 of nr. 18 van 25.01.1786.
Maria Anna Vander Maesen wed. Michael Reijnders, wonend Binnen Vrijheid Lummen, renuntieert aan haar tocht (=staat haar vruchtgebruik af) in een steen- en panoven en gronden en al wat erbij hoort aan deze oven in Schulen, tussen regenoten O. de straat, Z. Jan Joors, W. Petrus Polaris, ten voordele van haar 3 kinderen. Dit zijn: Marie Josepha Reijnders x Joannes Greven, present, Catharien Reijnders x Petrus Beijnens, present, en Petrus Josephus Reijnders, present, en allen samen accepterend. Opgemaakt in het huis van de comparante in Lummen. Getuigen: Henricus Schepers, Christina Wouters.

Akte nr. 6 of nr. 13, 27.01.1786.
De notaris ging op verzoek van Joannes Greven, Petrus Beijnens en Petrus Josephus Reijnders naar de steen- en panoven in Schulen en vond er Nicolaes Bossemans, bezig met het uitsteken van leem. Hij vroeg aan Bossemans, met Joannes Greven en consorten, om aan hen zijn 4de deel in de oven te verkopen, omdat deze ondeelbaar is en zij met 3 de helft bezitten. Bosmans wil niet verkopen. Hierop verklaren de 3 personen dat Bosmans geen hand meer naar de oven mag uitsteken (landrecht). Akte opgemaakt in het woonhuis van Joannes Droogmans in Schulen. Getuigen: Petrus Joannes Vaes en Joannes Droogmans.

Akte nr. 7 of nr. 12, 27.01.1786.
Notaris bracht een bezoek aan het woonhuis van Arnoldus Wyens in Schulen in gezelschap van de drie voorschreven familieleden en vroeg aan Arnold eveneens om zijn 4e gedeelte in de oven te verkopen. Deze weigerde ook. Hij krijgt verbod om nog iets voor de oven te kopen, niets meer te “roeren of te handtplichtigen”. Getuigen: Gerardus Maris, Joannes Wyens.

Akte nr. 6 of nr. 22, 22.03.1787.
Joannes Greven x Maria Josepha Reijnders, Petrus Beijnens x Catharina Reijnders, Petrus Reijnders meerderjarige jongman: afhandeling van de rekening van de steen- en pan(h)oven in Schulen. Uitgaven: 3 713: 14: ½ (= 3 713 gulden 14 stuivers 2 oorden); inkomsten: 2 678: 19: 0. Het verschil bedraagt 1 034: 15: ½. Joannes Greven maakte de rekeningen op, deed de uitgaven. De twee anderen zullen binnen 2 dagen betalen. Twee schuldposten moeten nog betaald worden, samen: 68 gulden BBL aan jofr. Thielen en aan capiteyn Briers in Curingen nog enig geld. Ze moeten binnen 2 dagen 50 gulden BBL betalen aan hun moeder Maria Anna Vandermaesen (samen 150 gulden). De verdere ontvangsten moeten door 3 gedeeld worden. Opgemaakt in het huis van de notaris; getuigen Maria Elisabeth Windelen, Maria Christina Stevens.

Akte nr. 32.
Voorwaarden voor verkoop in 1 zitdag op 14.03.1787 door Petrus Bijnens x Catharina Reijnders, Joannes Greven x Maria Reijnders en Petrus Reijnders, na publicatie, van een steen- en panoven met zijn meubelen en toebehoorten in Schuelen gelegen, regenoten O. de straat, W. Joannes Bossemans met consorten, Z. de steeg, N. heer Libotton. De oven is aan de verkopers toegekomen na afstand van tocht van hun moeder Maria Anna Vandermaesen op 25.01.1786 via notariële akte. De grond is belast aan iemand van Kermpt. Betalen op 29.03.1787 in het notarishuis. De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven. De verkoop gaat door in het huis van Joannes Greven in Lummen, om 8u ‘s avonds. Verkocht aan Petrus Bijnens voor 3 000 gulden BBL. C. Ramakers, gerechtsdienaar. Getuigen: Arnoldus Wellens, schepen Binnen; C. Hoelen, notaris. Op 02.05.1787 betaalt Petrus Bynens 2 000 gulden BBL aan de 2 andere verkopers voor hun deel. Kwijting. Getuigen: E.H. Joannes Bijnens, priester en Ghielis Cox. 

 

Meer info en bronnen:
website van Ria Lemmens

 

zaterdag 28 maart 2026

Productie kleibuizen Keramo stopgezet

In januari 2026 liet de Hasseltse producent van kleibuizen Steinzeug-Keramo weten dat ze stoppen met de productie in hun Hasseltse vestiging. Als gevolg daarvan verliezen 90 van de 144 werknemers hun job. De productie wordt overgebracht naar het zusterbedrijf in het Duitse Bad Schmiedeberg (in het voormalige Oost-Duitsland). 

Steinzeug-Keramo in Hasselt (foto TVL)

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt. 

Egypte... 

Nu zou de volledige productie in Hasselt stopgezet worden. Het ging blijkbaar al een tijd niet goed met het bedrijf. Sinds december 2025 was er technische werkloosheid omdat de tunneloven stilgelegd werd. Die wordt nu niet meer heropgestart. De hoge energiekosten en de oorlog in Oekraïne zouden vooral een rol spelen. De productie verhuist volgens de directie van het bedrijf naar Duitsland. Volgens de werknemers zou men echter meer buizen willen kopen in Egypte waar de productiekosten (uiteraard) veel lager liggen. Het bedrijf zou volgens de werknemers de laatste jaren niet meer geïnvesteerd hebben in het Hasseltse bedrijf.

Andere activiteiten van Keramo blijven volgens de directie wel behouden. Zo zouden 90 van de 144 werknemers hun job verliezen. De onderhandelingen tussen werkgever en vakbonden lopen nog. Volgens de vakbonden zou er in Hasselt wel degelijk een beperkte productie kunnen behouden blijven.

Met het stoppen van de productie in Hasselt eindigt een belangrijk verhaal van de grofkeramische industrie in Limburg en België... 

 

dinsdag 3 maart 2026

Steenbakkers en pannenbakkers in Wellen

Een van de Limburgse gemeenten waarover we tot nu toe erg weinig informatie vonden, is Wellen. Een dorp nochtans gelegen in de Limburgse leemstreek, maar waar blijkbaar nooit pannenbakkerijen actief zijn geweest. Er waren wel enkele brikkenbakkers...

Op oude kaarten van Wellen vind je vooral 'brasseries'... Bouwerijen dus. En molens.

Almanakken 

In de historische Almanakken vonden we een aantal 'briquetiers' of steenbakkers, nl. tussen 1857 en 1888. Het gaat om blijkbaar om vier steenbakkersfamilies: Billen, Swerts, Pexters en Schoenaerts-Gautier.

1857
Pexters P.L.
Swerts R.
Billen T.

1866
Billen T.
Schoenaerts-Gautier
Swerts R.

1882
Schoenaerts M.
Billen F.
Swerts

1888
Swerts R.
Schoenaerts M. 

De familie Swerts vonden we terug in een stamboom. Renier Swerts, geboren op 16‑12‑1885 in Wellen en overleden op 14‑06‑1958 in Kerniel op 72-jarige leeftijd. Hij was gehuwd met Maria Leux en woonde in de Kalverstraat te Wellen, was brikkenbakker en landbouwer. Hij was de zoon van Wilhelmus Swerts, ook een kareelbakker, en Anna Ramaekers. De R. Swerts in de Almanakken is allicht de grootvader of een oom.

In een andere stamboom vonden we ook nog Wilhelmus Boes, geboren op 08‑01‑1897 in Wellen en er overleden op 21‑02‑1953. Hij woonde in de Bloemenstraat op nummer 43 te Wellen, en was gehuwd met Maria Vanmuysen. Hij was fabriekwerker en brikkenbakker.

De Belgische Nijverheidstelling van 1896 vermeldt één steenbakkerij in Wellen. 

 

Toch een pannenbakkerij?

In geen enkele inventaris vonden we tot nu toe een pannenbakkerij in Wellen of een van de Wellense deelgemeenten.

In februari 1913 verschenen in de krant 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' verschillende aankondigingen van een openbare verkoop van een groot stuk grond, in het gehucht Kukkelberg, geschikt voor woningen en 'voor pannenbakkerij'. Wil dat zeggen dat er in Wellen toch al andere pannenbakkerijen waren? 

Aankondiging in 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' van 2 februari 1913.



Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...