donderdag 17 november 2022

Een pannenbakkerij in Ophoven

In 'Kenjerkes van Ophove' (2011), een publicatie van de Geschied- en Heemkundige Kring van Kinrooi vonden we een artikel over de Brikkenbakkers van Ophoven

De 'leem' in de Maasvallei was perfect voor het maken van brikken, maar ook van pannen. Er waren er in de loop van de laatste paar eeuwen verschillende veldovens actief in Ophoven en in het buurdorp Geistingen (beide de huidige gemeente Kinrooi), maar er werden geen concrete locaties vermeld. 

In het artikel wordt wel wat dieper ingegaan op de 'pannesjop' van Jaak Hoedemakers (1882-1961) 'op 't Sjoor'. Blijkbaar werden daar een hele periode pannen gebakken. De pannenbakkerij had 4 tot 5 mensen in dienst en was samen met pannenfabriek 'De Maas' van Kessenich de enige producent van pannen in de directe omgeving. De ligging van de pannenoven kunnen we op basis van deze omschrijving 'op 't Sjoor' niet exact bepalen. We vonden deze plaatsomschrijving niet terug op oude kaarten. Vermoedelijk lag de pannenoven in Ophoven tussen het dorp en de Maas.

Het is niet duidelijk hoe lang de pannenoven actief is geweest: "toen de kinderen elders werk vonden, werd de oven gedoofd zodat alleen de kolenhandel overbleef".

In het artikel staat verder nog een leuke anekdote vermeld: (De pannenfabriek) "was ook een zeer gegeerd speelterrein voor ravottende jongens. Zondags na het lof speelden ze tussen de rekken. Ze moesten alleen maar oppassen dat ze die rekken waarop de pannen te drogen lagen, niet omver liepen. Moeder Hoedemaekers maakte dan boterhammen of bakte soms wafels voor hen."

Uit deze anekdote zouden we voorzichtig kunnen concluderen dat de pannenoven niet al te ver van de kerk lag...

Dit is weer eens een pannenoven die we kunnen toevoegen aan onze inventaris. Meer informatie is altijd welkom.

Het gezin Jaak Hoedemakers (onderaan in het midden) en zijn echtgenote Mechtildis Vandewinkel (foto: GHKK)

Den nieuwen panoven is gezatten!

De oude documenten die bewaard bleven van de Schulense pannenbakkersfamilie Vos bevatten veel interessante informatie over deze pannenbakkers en hun werkzaamheden.

Naar aanleiding van onze activiteiten rond de oude panoven in Schulen (Herk-de-Stad) in 2007, kreeg de gemeente Herk-de-Stad via onze bemiddeling een boekje overhandigd van een erfgenaam van de familie Vos. Het oude boekje bevat notities van Pieter Jan Vos en dateert van het eind van de 18de - eerste helft 19de eeuw. Het bevat zo'n 70 pagina's en de oudste notitie is van ongeveer 1790. In het boekje werden allerlei gegevens genoteerd: over pachten, aankopen van hout, geproduceerde en verkochte pannen én... het bouwen van een oven!

Zowat halfweg het schriftje lezen we de mededeling dat 'den nieuwe panoven is gezatten in (het) jaer 1856 en de hut in (het) jaer 1857'. Bovendien wordt de kostprijs, 30 frank, en de uitvoerder vermeld, ene Magril Pakair. Blijkbaar werd er in die jaren een nieuwe oven gebouwd, allicht op het eind van de Hoogstraat (nu aan de overkant van de spoorlijn Hasselt-Diest). Over de ovenbouwer, Magril Pakair, vonden we verder geen enkele informatie. Misschien werd de naam ook niet correct genoteerd?

Interessant is dat we in hetzelfde schriftje, op een los blaadje, ook een beschrijving van een pannenoven terugvonden. Mogelijk gaat het over dezelfde oven.

Plang van den panhoven

De moel is breed 3 voet en eenen duim buitekant
en binnekant 3 voet en drie duimen
en twaelf duimen hoog boven het plavei
en acht duimen boog 

De deur is breed 2 voet en acht duimen
en van de binnekant 2 voet en zeven duimen
4 voet en 7 duimen hoog, de boog 9 duimen

2 voet en onderhalve duim de hoogte tot gelijk het
plaveitsel van de deur
7 voet en 9 duimen hoogte van de muer
en het welfsel 2 voet en 5 duimen
 

De afmetingen gaan over de moel of stookopening van de oven, de deur (waarlangs de over werd in- en uitgeladen) en de totale hoogte. Om de oude lengtematen om te rekenen naar de moderne moet men er van uit gaan dat 1 Luikse voet gelijk is aan 10 duim en aan 29 cm. In dat geval is de moel ongeveer 90 cm breed en 35 cm hoog; de deur 85 cm breed en 140 cm hoog en de muer 240 cm hoog, wellicht is dit de totale hoogte van de oven. 

Dit is de beschrijving van een typische landelijke panoven uit de 18de en 19de eeuw. Later werden meer complexe ovens gebouwd. Ook de ruïne van de laatste panoven in de Schulense Pannestraat en de panoven gevonden in het Nederlands Limburgse Lottum lijken op deze beschrijving. 

Reconstructietekening van een Schulense panoven op basis van de ruïne in de Pannestraat in Schulen (Herk-de-Stad)




donderdag 10 november 2022

De Maaslandse brikkenwerken

In onze inventaris staan, tot nu toe, vooral pannenovens, pannenfabrieken en grote steenbakkerijen. Traditionele veldovens, waar lokaal bakstenen of brikken werden gebakken, staan er nauwelijks in. Ze werden enkel opgenomen wanneer er heel concrete informatie over de eigenaar, steenbakker en locatie beschikbaar was. 

Veldovens waren meestal tijdelijke ovens die gebruikt werden om voor concrete bouwprojecten de nodige bakstenen te produceren. In heel wat Limburgse gemeenten bestond er echter ook een redelijk permanente productie van veldovenstenen. In Bilzen bijvoorbeeld, of in het Maasland. 

Over de Maaslandse brikkenwerken (de plaatsen waar de veldovens stonden) vonden we een interessant stuk in het boekwerkje 'Naar de brikken' van Felix Persoons, uitgegeven in 1963. Het boekje gaat over de jaarlijkse uittocht uit het Maasland naar Duitsland om daar in de veldovens te werken. De periode waarin deze trekarbeid bestond was vooral de tweede helft van de 19de eeuw. Hij liep op zijn einde rond de Eerste Wereldoorlog. Deze trekarbeiders kenden het werk aan de veldovens omdat ter plaatse, in de gemeenten van het Maasland, ook veel brikken werden gebakken.

De 'brikkenwerken' waar het in het boekje over gaat lagen in de huidige gemeenten Maasmechelen (Mechelen, Boorsem, Eisden, Leut, Uikhoven, Vucht) en Lanaken (Rekem). De auteur vermeldt een hele lijst met namen, waarvan het evenwel niet duidelijk is in welke periode deze steenbakkers actief waren: Aelbers, Albrechts, Beckers, Bovend'aerde, Calsius, Claessens, Col, Cox, Crijns, Daemen, Delwaide, Dops-Panis, Hauben, Herijs, Janssen, Kusters, Ledoux, Lyna, Macon, Maegel, Maesen, Massion, Paulissen, Penders, Thoné, Van Welsden, Wilderjans.

Ondanks al de namen en de vermelding van de belangrijkste plekken (enkel voor Rekem: De Oude Weerd, het Uikhoverveld, het Bampveld, het Rekemerveld, het Bovenste Rekemerveld en het Colemontveld) zal het toch nog erg moeilijk zijn om deze steenbakkers te linken aan concrete locaties, laat staan aan kadastrale percelen. Misschien kunnen mensen de betrokken geschiedkundige kring ons verder helpen?

Ter vergelijking vermelden we hier de lijst met namen die we terugvonden in de zogenaamde Almanakken van 1866 en 1888. Deze Almanakken waren zowat de Gouden Gids van de 19de eeuw. Heel wat namen komen terug.

Rekem

Beckers L., steenbakker
Col H., steenbakker
Dolders v(euv)e A., pannenbakker
Dops L., pannenbakker
Humblé F., steenbakker
Janssen P.J., pannenbakker
Kallen L., pannenbakker/steenbakker
Kusters L., pannenbakker
Ledoux F., steenbakker
Macors F., steenbakker
Paulussen frs., steenbakker
Thoné P., steenbakker
Tops L., pannenbakker

Boorsem

Biesmans L., steenbakker
Beekers H., steenbakker
Claessens G., steenbakker
Corstjens J., steenbakker
Dreesen Frs., steenbakker
Hanckmans enf., steenbakker
Houben J., steenbakker
Janssen H., steenbakker
Stevens D., steenbakker
Wilderjans H., J. et C., steenbakker

Eisden

Niessen H., steenbakker
Ramakers J.N., steenbakker

Leut

Breuls P.J., steenbakker
Jambon A., steenbakker
Pannemans J., steenbakker
Paulissen L., steenbakker

Maasmechelen   

Akkermans L., steenbakker
Gorisen A., steenbakker
Hennoumont F;, steenbakker
Herys J., steenbakker
Smeets J., steenbakker

 

Een brief van steenbakker Hendrik Calcius-Wijnen uit Rekem, Eerste Wereldoorlog (Bron: Delcampe)


 

Waalse steenbakkers?

Volgens de auteur die in 1963 oude brikkenbakkers interviewde, zouden de eerste brikkenwerken in het Maasland gestart zijn door Waalse steenbakkers ('13 ploegen uit Luik') en heel concreet vermeldt men als eersten Frans Ledoux, Macon en Massion. Over deze Frans Ledoux schreven we eerder al een stukje naar aanleiding van een naamkaartje dat ons werd bezorgd. 

Of het ambacht van de brikkenbakkers op deze manier in het Maasland werd geïntroduceerd valt te betwijfelen. Wat wel kan vastgesteld worden op basis van de 'Almanakken' dat vanaf ongeveer 1850 er heel wat permanente steenbakkerijen en pannenbakkerijen actief waren in de betrokken gemeenten (zie tabel). In de inventaris voor het primitief kadaster uit 1840 worden voor Lanaken 6 pannenbakkerijen vermeld, geen enkele voor Maasmechelen. Vandermaelen vermeldt in 1835 wel één pannenbakkerij voor Uikhoven.

Dat de kennis van het steenbakken in Limburg werd verspreid door rondtrekkende 'Waalse' steenbakkers is een stelling die men wel meer tegenkomt. Dit kan dus voor een deel kloppen. Anderzijds werden er zeker al in de 15de en 16de eeuw bakstenen gebakken in Limburg (toen in feite nog het Graafschap Loon), onder meer voor kerken, kloosters en stadswallen...

  Aantallen die in de Almanakken worden vermeld per fusiegemeente
( '-' wil zeggen dat de gemeente in dat jaar niet werd vermeld)


 

 

Het artikel

 


 



maandag 24 oktober 2022

De mooiste dakpan?

Vorig jaar schreven we een stukje over de mooi versierde pannen van het bedrijf "Briqueteries et Tuileries St.-Joseph" dat Sylvain Francart oprichtte in Beerse bij Turnhout in 1875. Sylvain Francart zou later, in 1908, een volledig nieuwe fabriek starten in Tongeren.

Onlangs vonden we een website die onder meer gaat over de geschiedenis van de keramische nijverheid in de Westhoek in West-Vlaanderen. Er stond een opvallend stukje tussen over dakpannen van de familie Dupont-Stroom.

Het bedrijf van Eduardus Benédictus Dupont (1832-1902) was gevestigd in Poperinge. Hij was gehuwd met Maria Thérèsia Stroom. Dakpannen van dit bedrijfje, en van dat van zijn zoon Camille Dupont-Decorte, liggen blijkbaar nog steeds op heel wat Poperingse daken.

Opvallend in het artikel was een foto van een bijzondere dakpan, zowaar met een roos die in reliëf werd aangebracht. Wat ons betreft is dit de meest originele en misschien wel mooiste dakpan die we tot nu toe zijn tegengekomen.

Op de eerste foto zien we een pannendak met platte pannen met roosversiering, op het dak van een ovenhuis op de binnenkoer van de brouwerij Van Eecke te Watou (foto R.Toussaint). Zo te zien zijn ze van het type kruispan waarbij de bloem van de roos in het midden onderaan de pan zit. 

De tweede foto is een detailfoto van dit type loodglazuurde dakpan met in reliëf een roos afkomstig uit Poperinge. De afmetingen zijn 22,5 x 28,5 cm. Op de achterkant zou de vermelding staan: 'E. Dupont-Stroom Poperinge'. Deze dakpannen werden blijkbaar in een donkerbruine en in een zwarte versie geproduceerd.



 

woensdag 12 oktober 2022

Een stadsbrand in Herk-de-Stad

Op 13 februari 1781 verwoestte een stadsbrand een groot deel van het stadje Herk-de-Stad, toen nog Wuestherk. Twee derde van de woningen, 52 huizen, werd door de brand vernield. Vier mensen kwamen om in de stadsbrand. Het was de laatste brand in een lange reeks die het Loonse stadje Wuestherk teisterden. Andere grote stadsbranden waren er in 1669, 1679 en 1699.

Stadsbranden waren een groot probleem in tijden dat huizen ook in de stad nog met hout en leem en met strooien of rieten daken werden gebouwd. Al vroeg werden in de Vlaamse en Loonse steden voorschriften uitgevaardigd waarbij het gebruik van strooien en rieten daken werd verboden en leien of dakpannen werden verplicht. In Maaseik was dat al het geval in 1651, in Hasselt in 1703. In Herk-de-Stad werd dit na deze brand eindelijk ook vanaf 1781 verplicht gemaakt. Op het zelfde moment werd op stadskosten ook een schoorsteenveger aangesteld en zou voortaan ook een der schepenen om de veertien dagen de toestand van de schouwen in de stad onderzoeken....

Om de heropbouw van de stad te financieren werd overal geld gezocht. Dat gebeurde onder meer bij de naburige steden en bij de prinsbisschop. Bovendien werd er voor de heropbouw een steenbakker gezocht die het op zich nam om "vier kareelovens van elk 130 000 brikken" te bakken. Steenbakker Swartenbroeckx uit Sint-Truiden nam de opdracht aan voor "6 gulden per duizend". Waren er in Herk geen lokale steenbakkers? Vlakbij, in Schulen, waren er in die periode wel al een hele tijd pannenbakkers actief, die zeker ook bakstenen produceerden. Misschien was de productie te beperkt om op de vraag van het Herkse stadsbestuur in te kunnen gaan. Of speelden er misschien andere zaken?

Op deze manier hebben stadsbranden een belangrijke rol gespeeld in de 'verstening' van de steden in onze regio. Steenbakker en pannenbakker werden belangrijke beroepen... 

Herk-de-Stad volgens Le Loup rond 1740
 

Bron: W. Alenus, Bijdrage tot de Geschiedenis van Herk-de-Stad, 2018.

De concurrentie tussen Linkhoutse steenbakkers

Dat er in Linkhout (Lummen) steenbakkers actief waren wisten we al uit een publicatie van de Geschied- en Heemkundige Kring van Groot Lummen. In het boek 'De Wateringen van het Schulensbroek' vonden we ooit een mooie beschrijving en enkele foto's:

"In Linkhout waren er drie steenbakkerijen: die van Jacobs, van Vanhaeren en van Vanhove. Ze lagen alle drie achter de weg van Halen naar Zelem tussen de Demer en Zelemsbroek. Gewoonlijk werd er in open lucht, meestal onder een luifel gewerkt. De tafel was opgesteld op het droogplein. De voorbereide klei werd naast de tafel gebracht. Dichtbij de tafel stond een emmer met water en een met zand. Op de tafel stond een waterbak. Een houten of metalen vorm werd op een onderblok gezet. De steenmaker nam een stuk kleideeg die hij in een, vooraf met zand bestrooide, vorm plaatste. Met een houten afstrijkmesje werd het deeg afgestreken. De afdragers droegen de gevormde stenen naar het droogplein waar ze ze op de grond lieten zakken en uit de vorm deden. Daar bleven ze enkele dagen drogen. Daarna werden ze in een circelvorm opgestapeld om verder te drogen. Gewoonlijk werden ze in het begin van de herfst opnieuw opgestapeld om gebakken te worden." 

Linkhoutse steenbakkers poseren bij de gestapelde drogende bakstenen, samen met (allicht) de eigenaar.


Onlangs kregen we van Ria Lemmens (waarvoor dank!) twee krantenknipsels. Ze komen uit Het Nieuws der Week (een wekelijks berichtenblad uitgegeven door drukkerij Brems in Herk-de-Stad vanaf 1900). De berichten dateren uit het jaar 1909.



De twee knipsels zijn erg interessant. De eerste steenbakker, Cornelius Timmermans, kenden we nog niet. Hij verkocht zijn bakstenen blijkbaar aan 13 frank per duizend. De tweede, August Vanhaeren, wordt wel vermeld in de tekst van de geschiedkundige kring van Lummen. In zijn aankondiging worden verschillende kwaliteiten van bakstenen vermeld. De bakstenen of 'kareelstenen' worden er op dat moment zowel met de hand als met de 'pres' gemaakt. En ze kosten altijd 1 frank minder dan die van de andere steenbakkers. 

Er is blijkbaar een stevige concurrentie tussen de Linkhoutse steenbakkers en nood aan extra promotie om de geproduceerde bakstenen verkocht te krijgen. Dat blijkt ook nog eens uit het zogenaamde 'voorpaard' dat aan de klanten wordt aangeboden. Een 'voorpaard' was een paard van de steenbakker dat de kar van de koper hielp trekken vanaf de steenbakkerij (in het natte Demerbroek) tot op een beter berijdbare weg, in dit geval de steenweg van Linkhout (naar Zelem en Halen). Ook vlakbij in Schulen stelden de pannenbakkers een 'voorpaard' ter beschikking van hun klanten.

De exacte locatie waar de Linkhoutse steenbakkers actief waren is moeilijk vast te stellen. In de tekst van de geschiedkundige kring van Lummen vermeld men "achter de weg van Halen naar Zelem tussen de Demer en Zelemsbroek". Dat is ten noorden van de Demer, ongeveer ter hoogte van het huidige ronde punt op de weg van Zelem naar Halen en Linkhout.

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...