vrijdag 20 mei 2022

Pannen uit Bilzen... in Schulen

Onlangs werd het oude gemeentehuis van mijn woonplaats Schulen (Herk-de-Stad) grotendeels gesloopt. Enkel de voorgevel van het gemeentehuis, annex gemeenteschool, zou behouden blijven als onderdeel van een nieuw wooncomplex.
Het historische pand zou gebouwd zijn in 1869-1870 en was naar verluidt een ontwerp van provinciaal architect Herman Jaminé (1826-1885).



Ondanks protest van heel wat inwoners verkocht de gemeente Herk-de-Stad het gebouw, dat voor veel oude inwoners van Schulen zoveel betekend had, zonder al te veel voorwaarden aan een bouwpromotor. Het was snel duidelijk dat er van het historische gebouw niet veel zou overblijven. Alleen geld is blijkbaar belangrijk voor kortzichtige politici en bouwpromotoren. Mits wat creativiteit had het historische gebouw allicht integraal een nieuwe bestemming kunnen krijgen. Dit is de manier waarop in onze gemeente dus met historisch erfgoed wordt omgegaan...

Muldenpannen

Op de werf konden we enkele oude pannen krijgen van een van de arbeiders die er aan de slag waren. Het enorme dak van het gebouw was volledig gedekt met oude zwarte zgn. 'muldenpannen' of gootpannen. Tot onze verbazing waren het pannen die geproduceerd waren bij pannenfabriek Belisia uit Bilzen. Het bedrijf Société Anonyme Tuilerie Méchanique Belisia s.a. werd opgericht in 1902 en bestond tot 1927. Dat er bij Belisia 'muldenpannen' werden gemaakt, wisten we al van een oude postkaart van het bedrijf en van een ander exemplaar in onze verzameling. 

Blijkbaar werd het dak van het complete gebouw (gebouwd in 1869-1870) dus van nieuwe pannen voorzien tussen 1902 en 1927. Misschien gebeurde dit wel na de eerste wereldoorlog. Opvallend is dat er door Henri Raymaekers tot vlak na de oorlog in Schulen nog veel pannen werden geproduceerd, weliswaar geen machinale. Allicht ging op dat ogenblik de voorkeur van bouwheren al (lang) uit naar goed sluitende machinaal geproduceerde pannen...




dinsdag 10 mei 2022

Waar werd de eerste 'Vlaamse' baksteen gebakken?

Onlangs vonden online we een verwijzing naar een interessant doctoraat. Het is een studie van Vincent Debonne met de titel ' Uit de klei, in verband. Bouwen met baksteen in het graafschap Vlaanderen 1200-1400'. Zijn onderzoek handelde over de eerste, en dus oudste Vlaamse gebouwen in baksteen. Met andere woorden over de vraag waar er in Vlaanderen (na de Romeinse tijd)  voor het eerst bakstenen werden gemaakt om te bouwen. Jammer genoeg is de volledige tekst niet online beschikbaar.

Over de (vroege) middeleeuwse baksteenarchitectuur was blijkbaar niet zo heel veel bekend. Steeds dezelfde informatie werd (en wordt!) overgenomen en verspreid. 

"In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht waren monniken niet de eersten om in baksteen te bouwen. Gelijktijdig met de abdijen van Ten Duinen en Boudelo werden ook bakstenen gebouwen opgetrokken door kapittels (de Sint-Walburgakerk in Veurne) en stedelijke bouwheren (het Sint-Janshospitaal en de toren van de Sint-Salvatorskerk in Brugge).

(...)

De opkomst en verspreiding van baksteenarchitectuur in middeleeuws Vlaanderen houdt verband met de introductie van gotische architectuur in Vlaanderen. Van alle plaatselijke materialen was baksteen het beste geschikt voor de realisatie van gotische architectuur. De eerste volwaardige bakstenen gebouwen in Vlaanderen zijn allemaal gotische gebouwen. Zij waren in aanbouw rond 1225, gelijktijdig met de eerste gotische gebouwen in natuursteen in Vlaanderen."

Volgens deze onderzoeker werd de steenbakkerij vermoedelijk naar Vlaanderen gebracht vanuit Noord-Duitsland, waar men al sinds de jaren 1170 vertrouwd was met baksteenproductie. 

"Waarschijnlijk gebeurden de eerste experimenten met baksteen op de overgang van de 12de naar de 13de eeuw in Brugge, in die tijd een zeehaven die in contact stond met Noord-Duitse handelssteden, met name Lübeck.

Na de eerste monumentale bakstenen gebouwen rond 1225 kende baksteen een snelle verspreiding in Vlaanderen. Op het einde van de 13de eeuw was baksteen bekend in het ganse gebied tussen Noordzee en Schelde. Uit de 14de eeuw dateren de eerste regelgevingen op baksteenformaten, een aanwijzing voor de grote omvang en het commerciële karakter die de steenbakkerij in Vlaanderen toen had aangenomen."

Vincent Debonne studeerde Kunstwetenschappen aan de KULeuven en werkt sinds 2006 als onderzoeker bij het agentschap Onroerend Erfgoed.

Sint-Walburgakerk in Veurne (foto: Vincent Debonne, Onroerend Erfgoed)


Nog veel meer dakkammen en fleurons!

Op de erg interessante website van Marc Robben lees je alles over het (vooral) bouwkundig erfgoed in het Land van Loon: boerenschansen, mottes, vluchttorens, grachten en wallen. Ook heel veel info over metseltekens en andere gevelonderdelen. Sinds enige tijd ook verhalen over bijgeloof (en gebouwen) en zo ook over allerlei dakelementen en siernokken! Hij schreef er recent ook een boek over.

Marc verzamelde heel wat foto's van vooral Limburgse gebouwen die nog dakkammen of fleurons op het dak hebben. Er staan heel interessante voorbeelden tussen.

Een heel mooi voorbeeld (dat ik zelf ook kende) is een geklasseerde voormalige brouwerij in Stevoort (Hasselt) Sint-Maartenplein 12, gelegen in het centrum van het dorp. Bij de laatste restauratie werd de volledige nok weer van dakkammen voorzien. Of zoals het in de inventaris beschreven staat: "zadeldak van mechanische pannen met vorstkammen".


 (Foto's Marc Robben)


dinsdag 12 april 2022

Erfgoeddag: onderwijs in de gloriejaren van de steenbakkerijen

Elk jaar gaan we op zoek in het programma van de Erfgoeddag naar interessante activiteiten rond het erfgoed van pannen- en steenbakkerijen. Met een thema rond 'school' lag het voor de hand dat de oogst mager zou zijn. In Limburg vonden we dit keer niets dat bij ons thema aansluit. In de Rupelstreek is er wel een interessante tentoonstelling.

In Rumst, in het Museum Rupelklei is er de tentoonstelling '(Geen) onderwijs in de gloriejaren van de steenbakkerijen'.

In deze thematentoonstelling ligt de focus op de technische (r)evoluties van het maken van stenen door de eeuwen heen. Kinderarbeid, analfabetisme en onderwijs (of net het gebrek eraan) krijgen in dit verhaal een belangrijke plaats. Kinderen gingen vaak al vanaf 7 jaar met hun ouders op de ‘gelegen’ werken. Naar school gaan zat er niet in; veel mensen konden dan ook niet lezen of schrijven. 

De tentoonstelling loopt van 24 april tot 26 juni 2022.



maandag 11 april 2022

Le Paysage Ménagé (3): het Warmbed

Dit hadden jullie nog te goed! Een resultaat van het project "La Paysage Ménagé": een 'warmbed' gebouwd met bakstenen die aan de terril van Winterslag werden gemaakt zoals destijds de 'Winterslagse duivels'. Deze uitzonderlijk harde bakstenen werden geproduceerd op basis van de leisteen die een afvalproduct was van de steenkoolproductie.
 

Warmbed

Zo'n warmbed is blijkbaar geïnspireerd op Chinese en Russische voorbeelden. Het wordt van binnenuit verhit en creëert zo een gastvrije sfeer voor mensen om samen te komen. Het warmbed werd gebouwd op de site van C-mine. Lees er meer over op hun website.
 
We gingen in het voorjaar van 2021 helpen met stenen bakken, daarover schreven we eerder al eens een stukje.
 


Het warmbed op C-Mine in Winterslag (Genk) (Foto: C-Mine)

vrijdag 1 april 2022

Kabelpannen in Mechelen-Bovelingen?!

Onlangs kreeg ik berichtje uit Heers of ik niet geïnteresseerd was in een verhaal uit Mechelen-Bovelingen over 'kabelpannen' uit de jaren zestig van vorige eeuw. Uiteraard was ik erg nieuwsgierig. Ik had geen idee wat 'kabelpannen' konden zijn. Wanneer ik wat verder las, bleek het om de kleinschalige productie van betonnen 'kabeldekkers' of kabelbeschermers te gaan. Geen keramische pannen dus. Nu wordt voor dit soort van bescherming kunststofmateriaal gebruikt, tegenwoordig van gerecycleerd plastic.
Ik had er geen idee van dat deze betonnen elementen al vroeg in de zestiger jaren werden geproduceerd.

Het is een interessant verhaal. Daarom publiceren we het graag op onze blog. Over deze kleinschalige productie van betonnen elementen werd volgens mij nog maar weinig gepubliceerd. Op mijn website staat er ook een verhaal over de betonpannen van de firma Thiery in Halen. Over het gebruik van beton in 'grote architectuur' bestaan wel verschillende publicaties. Beton werd in moderne tijden gebruikt sinds het eind van de 19de eeuw. Ook bij de bouw van de verschillende Limburgse mijnsites werden veel betonnen elementen gebruikt. In die periode ontstonden ook de eerste grote Limburgse betonbedrijven zoals Echo in Houthalen. Het betonbedrijf(je) Kavoor in Ordingen (Sint-Truiden) dat in het verhaal voorkomt, was me niet bekend.

Hieronder brengen we dus het persoonlijk verhaal van Alphonse 'Fons' Nicolaes uit Mechelen-Bovelingen (79 jaar). Het werd ons bezorgd door Michel Mathei, voorzitter van Heemkunde Groot-Heers (waarvoor dank!). Het verhaal verscheen intussen ook op hun interessante website.




Alphonse Nicolaes, mijn verhaal over het kabeldekkersbedrijf in Mechelen-Bovelingen

Als 17-jarige knaap werkte ik bij de kabelleggersonderneming Prosper Kindermans uit Sint-Truiden.

Alphonse Nicolaes (foto: Heemkunde Groot-Heers)
Op 4/11/1960 vroeg de baas mij of ik geen kabeldekkers wou gaan maken bij zijn ouders in Mechelen-Bovelingen waarop ik instemde.

Dit gebeurde in de oude schrijnwerkerij van Jean Kindermans, ouders van Prosper Kindermans in de Herestraat (nu Bovelingenstraat), dit begon met een triltafel en een kleine betonmolen. Niemand wist hoe of wat en dat heeft zeker 3 maanden geduurd eer wij de juiste grondstoffen (Juiste dikte grint en zand) hadden.

Wij maakte er 2 soorten kabeldekkers in beton, 6cm en 10cm, in de schrijnwerkerij kon ik 900 kleine leggen en 700 grote. Deze productie werd uitgevoerd per stuk, 40 centiemen & 50 centiemen. De kleine dekpannen werden getrild met een vorm van 6 stuks, de grote met een vorm van 4 stuks per
keer. Wat vandaag gemaakt werd moest ’s anderdaags buiten gezet worden op hoop, hieraan begon ik dan om 6uur om rond 7 uur te herbeginnen met maken. Het buitenzetten en trillen van de tafel maakte een oorverdovend lawaai waar de geburen NOOIT over geklaagd hebben, waarvoor dank!

Na 1 jaar werd er een afdak geplaatst op de braakliggende grond waar ik 2000 kleine en 1500 grote kabeldekkers kon plaatsen. Na een smartelijk ongeval van Prosper Kindermans werd dit overgenomen door zijn echtgenote Jeanne Aerts uit Sint-Truiden.

In 1963 moest ik mijn legerdienst gaan vervullen en werd ik vervangen door Louis Schroyen van Bovelingen, na mijn legerdienst ben ik terug gegaan tot 24/04/1968, hierna is dit gestopt in Bovelingen omdat men toen de KAVOOR in Ordingen helemaal had geautomatiseerd.

In 1966 werd er een nieuwe firma opgestart door weduwe Jeanne Aerts en haar broer Marcel Aerts achter het oude station van Ordingen. Bij ”KAVOOR” is men onmiddellijk begonnen met 3 triltafels. Na twee jaar werd hier alles gemoderniseerd, betonmolen en trilmachine met een capaciteit van 40 stuks in één keer!

Ziehier mijn avontuur in Mechelen-Bovelingen waarna ik ook nog eens ben blijven plakken op het HOEKSKE en getrouwd ben met Annie Abeels. 


Alphonse Nicolaes naast een grote stapel kabeldekkers (foto: Heemkunde Groot-Heers)

 

donderdag 31 maart 2022

Een opvallend kapelletje in Munsterbilzen

Kapel Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes in Munsterbilzen

Tijdens een wandeling naar het Munsterbos in Munsterbilzen kwamen we een oud kapelletje tegen met een interessant dak. De kapel Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes ligt langs de Oude Beekstraat in het centrum van Munsterbilzen, deelgemeente van Bilzen. Ze werd gebouwd vlak na Wereldoorlog I. Ze is door de Vlaamse overheid beschermd als 'vastgesteld bouwkundig erfgoed'.  

Muldenpannen

Het dak van de kapel is gedekt met zwarte zogenaamde Muldenpannen, in het Nederlands gootpannen of soms trogpannen ('mulden' is Duits voor 'trog'). Deze machinale pannen werden voor het eerst geproduceerd in Duitsland sinds de jaren 1880. Het zijn zware pannen met een dubbele of driedubbele sluiting. De zwarte kleur is geen glazuur, maar werd bekomen door het zogenaamd 'smoren' van de pannen (dit is bakken in zuurstofarme of reducerende omstandigheden).

Het was onmogelijk om de onderzijde van de pannen te zien, maar de kans is groot dat deze pannen afkomstig zijn van pannenfabriek Belisia uit Bilzen. Het bedrijf Société Anonyme Tuilerie Méchanique Belisia s.a. werd opgericht in 1902 en bestond tot 1927. De periode klopt in elk geval. Bij Belisia werden zeker Muldenpannen gemaakt. Dat weten we onder meer van een postkaart van het bedrijf tijdens Wereldoorlog I en van een exemplaar in onze verzameling. Uiteraard waren er in de omgeving nog pannenfabrieken waar dergelijke pannen geproduceerd werden (Kortessem, Tongeren...). 

Dakkammen 

De nok van het dak is normaal bedekt met vorsten of vorstpannen. In dit geval zijn ze 'bekroond' met dakornementen, meer bepaald zogenaamde dakkammen, dit zijn keramische sierelementen die het dak een beetje standing geven. Vroeger zag je die wel meer, vandaag de dag zijn ze bijna overal verdwenen, tenzij op een of ander geklasseerd gebouw. Bijzonder is dat er zelfs afwisselend twee verschillende dakkammen zijn gebruikt. Vermoedelijk werden die ook bij Belisia geproduceerd.

Dak met Muldenpannen en twee soorten dakkammen

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...