dinsdag 3 maart 2026

Steenbakkers en pannenbakkers in Wellen

Een van de Limburgse gemeenten waarover we tot nu toe erg weinig informatie vonden, is Wellen. Een dorp nochtans gelegen in de Limburgse leemstreek, maar waar blijkbaar nooit pannenbakkerijen actief zijn geweest. Er waren wel enkele brikkenbakkers...

In de historische Almanakken vonden we een aantal 'briquetiers' of steenbakkers, nl. tussen 1857 en 1888. Het gaat om blijkbaar om vier steenbakkersfamilies: Billen, Swerts, Pexters en Schoenaerts-Gautier.

1857
Pexters P.L.
Swerts R.
Billen T.

1866
Billen T.
Schoenaerts-Gautier
Swerts R.

1882
Schoenaerts M.
Billen F.
Swerts

1888
Swerts R.
Schoenaerts M. 

 

De familie Swerts vonden we terug in een stamboom. Renier Swerts, geboren op 16‑12‑1885 in Wellen en overleden op 14‑06‑1958 in Kerniel op 72-jarige leeftijd. Hij was gehuwd met Maria Leux en woonde in de Kalverstraat te Wellen, was brikkenbakker en landbouwer. Hij was de zoon van Wilhelmus Swerts, ook een kareelbakker, en Anna Ramaekers. De R. Swerts in de Almanakken is allicht de grootvader of een oom.

In een andere stamboom vonden we ook nog Wilhelmus Boes, geboren op 08‑01‑1897 in Wellen en er overleden op 21‑02‑1953. Hij woonde in de Bloemenstraat op nummer 43 te Wellen, en was gehuwd met Maria Vanmuysen. Hij was fabriekwerker en brikkenbakker.

De Belgische Nijverheidstelling van 1896 vermeldt één steenbakkerij in Wellen. 

 

Toch een pannenbakkerij?

In geen enkele inventaris vonden we tot nu toe een pannenbakkerij in Wellen of een van de Wellense deelgemeenten.

In februari 1913 verschenen in de krant 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' verschillende aankondigingen van een openbare verkoop van een groot stuk grond, in het gehucht Kukkelberg, geschikt voor woningen en 'voor pannenbakkerij'. Wil dat zeggen dat er in Wellen toch al andere pannenbakkerijen waren? 

Aankondiging in 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' van 2 februari 1913.



Wandelen op de zeedijk...

Je hebt er vast en zeker al eens over gelopen. Overal aan zee werden de typische gele straattegels gebruikt voor de aanleg van de zeedijken. Deze oersterke tegels werden echter niet in West-Vlaanderen geproduceerd.

De zeedijk in Blankenberge, als je op de foto inzoomt zie je vooraan de details van de straattegels...
 

Onlangs kreeg ik van mijn vriend Bert zo'n oude tegel cadeau. Hij kwam van zijn vader die heel zijn leven lang aannemer was geweest in Knokke. Uiteraard kende hij deze gele tegels met het typische patroon.
 



Deze zware onverwoestbare gele tegel meet ongeveer 14 x 14 cm en is 3 cm dik. Misschien moet ik de tegel nog verder reinigen en proberen de cementresten op de onderkant te verwijderen. Maar de vermelding is zo ook wel leesbaar: CERABATI - JURBISE - MADE IN BELGIUM.

Na wat zoeken ontdekten we een interessant verhaal over de productie van dergelijke tegels in de 19de en 20ste eeuw. CERABATI was een keramisch bedrijf met vestigingen onder meer in België, in Jurbise, in de buurt van Mons.

Van Sarreguemines naar Jurbise 

De tegels zijn van het ‘genre Sarreguemines’. Dit verwijst naar de productie bij de firma Utzschneider & Jaunez et Cie uit Sarreguemines in Frankrijk, die vanaf 1876 ook een vestiging had in Jurbise. Er werden in de loop van de jaren nog meer vestigingen gestart. Al deze bedrijven werden in 1921 gegroepeerd tot de Compagnie Générale de la CERAmique du BATIment (CERABATI). Deze tegel dateert dus in elk geval van na 1921. Mogelijk werden de zeedijken heraangelegd met deze tegels na de vernielingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bedrijf in Jurbise sloot in 1984. Er waren toen nog ongeveer 170 werknemers actief. 

Tegels van het ‘genre Sarreguemines’ waren gemaakt van Duitse kleisoorten waaraan zgn. hoogovenmelk of slak toegevoegd werd. Deze ovenslak, een bijproduct van de ijzerproductie, bestaat uit mineralen zoals silicaten en aluminiumsilicaten.
De tegels bestonden in verschillende kleuren, vormen, formaten en diktes, al dan niet effen of met een reliëfversiering aan de bovenzijde. 

Of hoe de bekendste 'West-Vlaamse' tegels helemaal niet uit West-Vlaanderen komen maar uit een fabriek in de buurt van Mons...

 

Afbeelding van de fabriek in Jurbise rond 1911 (Bron: industrie.lu)

Bronnen:

  • Artikel 'Van fabrieksvloeren tot de wandeldijken aan de Belgische kust: slijtvaste Waalse fabrieksdallen en plavuizen uit de 19e en vroeg-20e eeuw', Mario Baeck, 2024 op Policarpo.
  • Website industrie.lu - The History of the Industry of Luxembourg, and beyond, Jurbise. 

 

dinsdag 24 februari 2026

Twee pannenbakkerijen in Wijchmaal

In Peer waren in de loop van de 18de en 19de eeuw verschillende pannenbakkerijen actief. We beschikken over weinig informatie over deze bedrijfjes. Ze werden bijna allemaal in de loop van de 19de eeuw stopgezet. Onlangs vonden we een interessant krantenbericht over een pannenbakkerij in Wijchmaal.

In april 1873 verschijnt in Het Aenkondigingsblad der provincie Limburg een advertentie over 'eene goede gekalandeerde en welgelegene pannenbakkerij' in Wijchaal. De pannenbakkerij is te koop of te huur en ze is gelegen aan de steenweg van Peer naar Hechtel. Bovendien ligt het station van Wijchmaal vlakbij.

Advertentie uit Het Aenkondigingsblad der provincie Limburg, 2 april 1873.

In onze inventaris hebben we twee pannenfabrieken die in Wijchmaal in het gehucht Hoenrik gelegen zijn. Ze staan eigenaardig genoeg niet in de inventaris voor het primitieve kadaster uit 1840-1842. Ze staan wel op de Kaart Vandermaelen (1846-1854) en op een afgeleide Nederlandse kaart uit 1861. Eén van de pannenovens is gelegen langs de huidige Steenovenstraat en Hoenrikstraat. De andere ligt op de hoek van de huidige Pottenbakkerstraat en de steenweg. Deze laatste is allicht de pannenfabriek die in de advertentie wordt vermeld.

Twee pannenfabrieken (tuilerie) en een pottenbakkerij (poterie) op de Kaart Vandermaelen (1846-1854)


Blijkbaar is het een vrij uitgebreide pannenfabriek met drie ovens en verschillende gebouwen en werkplaatsen. De 'hut' in de advertentie is de open werkplaats waaronder de pannenbakkers aan het werk waren. De leem (klei in feite) is blijkbaar ter plaatse beschikbaar. 

Jammer genoeg komen we niet meer te weten over deze pannenfabriek. We weten nu wel dat ze in 1873 nog in bedrijf was. 

In Wijchmaal waren blijkbaar al enkele honderden jaren steenbakkers, pannenbakkers en pottenbakkers actief. Het gehucht meer naar het noorden heet gewoon de 'Ticheloven' en heel wat straatnamen hebben met de historische activiteiten te maken...

Spoorlijn 18 

De spoorlijn waarvan sprake is de zgn. spoorlijn 18, waarmee je van Hasselt naar Eindhoven kon sporen. Oorspronkelijk in 1860 aangelegd voor goederenvervoer, later ook voor reizigersvervoer. De laatste trein op dit baanvak reed in 1986. Nu ligt op dit tracé het toeristisch fietsroutenetwerk. 

Gehucht Hoenrik met twee pannenfabrieken, aan het station van Wijchmaal (militaire kaart 1904)

 

 

woensdag 28 januari 2026

Een Amerikaanse militaire handleiding

Bij het zoeken naar pannenfabrieken en steenbakkerijen ontdek je de vreemdste documenten op het internet. Deze Amerikaanse handleiding is er zo eentje.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde het Amerikaanse leger zich blijkbaar zo goed mogelijk voor te bereiden op de situatie in de landen en gebieden die op het Duitse leger, of andere vijandige legers, bevrijd werden. Voor alle landen waar het Amerikaans leger actief was werden handleidingen gemaakt: het Civil Affairs Handbook. Je vindt online heel wat voorbeelden, o.m. via Google Books. Het was immers van belang dat de militaire overheid het land kende; wist hoe de samenleving in elkaar zat en ook dat men een lijst had van bedrijven waarop men eventueel een beroep kon doen voor de levering van allerlei grondstoffen en materialen. Het was een beetje een 'sociale kaart' en een 'gouden gids' in één handleiding. Er bestaat dus ook zo'n handleiding voor België met het serienummer M361-8 (ingedeeld in verschillende secties). Het document dateert van 1 januari 1944. 
Het lijkt er overigens op dat het Amerikaanse legers nog steeds dergelijke documenten maakt.

Limburgse pannenfabrieken en steenbakkerijen

In het deel over de Belgische industrie en handel, 'section 8', staat ook een overzicht van de actieve pannenfabrieken en steenbakkerijen.
Voor Limburg staan volgende bedrijven in deze Amerikaanse inventaris:

Bricks
Houben & Spitz, Aldeneyck, Maeseyck
Schouterden Th., Maeseyck
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
Tuileries et Briqueteries Tongroises (S.A.), Chaussée de Maastricht, Tongres
    
Tile
Hoeven L., Steenweg 5, Lanklaer
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
Tuileries et Briqueteries Tongroises (S.A.), Chaussée de Maastricht, Tongres
    
Pottery
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
    
Porcelain
(geen) 
  

Het is op het eerst zicht een beetje een vreemde selectie. Houben en Spitz, en Schouterden zijn op dat ogenblik inderdaad bij de grootste bedrijven in het Maasland, maar zeker niet de enige. Waarom staan bijvoorbeeld Pannenfabriek 'De Maas' in Kessenich (Kinrooi), pannenfabriek 'Taxandria' in Bree, steenbakkerij Meulemans in Lanklaar (Dilsen-Stokkem) of steenbakkerij 'Eyben' in Maasmechelen er niet bij? De bescheiden pannenfabriek van de familie Hoeven in Lanklaar (Dilsen-Stokkem) staat dan weer wel in de lijst.
Voor Tongeren en omgeving zijn de beide steen- en pannenbakkerijen ('Notre-Dame' en 'Tongroises') zeker de grootste actieve bedrijven (alhoewel Pannenfabriek Notre-Dame, het bedrijf van de familie Francart tijdens de oorlog zwaar werd beschadigd). Maar in het zuiden van de provincie zijn in die periode zeker ook de steenbakkerij Vandersanden in  Kleine-Spouwen (Bilzen), steenbakkerij Nelissen in Kesselt (Lanaken) en pannenfabriek J. Van Oostayen in Kortessem actief...
Ook de Hasseltse porceleinfabriek staat niet in het overzicht... 

Samenwerken met de Duitse bezetter?

Hoe kwam deze (beperkte) lijst tot stand? Had de Amerikaanse inlichtingendienst zijn werk niet grondig gedaan? Of speelden er andere dingen een rol? Bijvoorbeeld de houding van bepaalde bedrijven tov. de bezetter?

Er is namelijk algemeen bekend dat in 1941 11 grote Belgische steenbakkerijen een, al dan niet gedwongen, akkoord sloten met de Duitse bezetter. In ruil voor het leveren van bakstenen en dakpannen aan Duitsland zouden deze bedrijven voldoende steenkool blijven ontvangen. Voor de kleine producenten was dit geen goede regeling. Zij vielen uit de boot en moesten hun kolen op de lokale markt proberen te kopen. Vanaf 1943 kregen de kleinere fabrieken bovendien een totaal verbod om nog te produceren. In Limburg maakten Pannenfabriek 'Taxandria' uit Bree, ‘De Maas' uit Kessenich en ‘J. Van Oostayen’ uit Kortessem deel uit van dit samenwerkingsverband. Geen enkele van de Tongerse bedrijven deed er aan mee. 

Misschien is dit een verklaring voor de beperkte selectie in de Amerikaanse lijst?

Knipsel uit de 'Deutsche Zeitung in der Niederlanden' van 15 december 1941

Henri Van Oostayen 

In het geval het bedrijf van de familie Van Oostayen is het wel erg opvallend dat zij zich aansloten bij dit akkoord met de Duitse bezetter. Hun zoon Henri Van Oostayen stierf in 1945, vlak na zijn bevrijding uit het concentratiekamp van Bergen-Belsen. Henri (1906-1945) was Belgische jezuïet, aalmoezenier van het Belgische Rode Kruis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omwille van zijn verzetsactiviteiten werd hij in juni 1944 opgepakt door de Duitse bezetter...

Misschien namen ze wel deel aan deze overeenkomst met de Duitse bezetter om juist geen wantrouwen te wekken?  

 

woensdag 21 januari 2026

Over een kapel op de heide en de Hasseltse keramiekfabriek

Hergebruik van gebakken stenen is van alle tijden. De muren van heel wat oude Limburgse kerken bevatten scherven van Romeinse daktegels. Ook vandaag wordt nog heel wat recuperatiesteen gebruikt. In Hasselt vonden we ook een leuk voorbeeld. 

Op de website van Hasel vonden we namelijk het verhaal over de bouw van de 'Kapel op de Hei' in Kiewit-Heide.

De afstand van Kiewit-Heide naar de parochiekerk van Kiewit was voor de parochianen al lang een probleem. Op 2 maart 1959 kreeg de parochie van het bisdom eindelijk toestemming om op de Hasseltse heide een hulpkapel en een schooltje te bouwen. Via zijn relaties vond pastoor Hermans enkele afgedankte barakken voor het schooltje. De kerk werd in recuperatiebaksteen gebouwd. Het dak werd bekleed met rode eterniet, afkomstig van de wereldtentoonstelling 1958 op de Heizel. Brikken kwamen van de afbraak van de voormalige Hasseltse keramiekfabriek. Het kerkje werd op 20 december 1959 ingewijd. 

Kapel op de Hei, Hasseltse Beverzakstraat (Kiewit en Banneux - Warm aanbevolen (2008), p. 66)
Kapel op de Hei, Hasseltse Beverzakstraat, huidige situatie (Google Street View)
 

Sloop van het Hasseltse Keramiekfabriek

De Hasseltse keramiekfabriek sloot haar deuren in 1954. Daarna werden de gebouwen nog voor andere activiteiten gebruikt (o.m. Philips). In de loop van 1959 werden dus reeds verschillende delen van de oude keramiekfabriek gesloopt. De resterende gebouwen bleven bestaan tot de provincie in 1972 van start ging met de bouw van de nieuwe provinciale bibliotheek.

Hoofdgebouw van de Keramiekfabriek eind jaren '60- begin jaren '70

De onderstaande foto (met dank aan Patrick Thijs van de VerzamelaarsUnie van Hasselts Keramiek) toont de situatie na de afbraak van het ovengebouw van de fabriek en het gebouw langs de Martelarenlaan eind jaren '50. Het hoofdgebouw staat er nog, net als het voorste gebouw aan de kant van het begijnhof.

Zicht op de Martelarenlaan. Links de resterende gebouwen van de keramiekfabriek. Bovenaan het Hasseltse begijnhof.


 

Goed nieuws voor Rekemse brikkenbakkers

Milieu en gezondheid waren in de 18de en 19de eeuw nauwelijks een thema. Toch kwam er langzaam maar zeker meer aandacht voor de gevolgen voor de volksgezondheid van industriële activiteiten. Ook die van steenbakkerijen en pannenfabrieken...

Al vanaf 1849 behoorden in België de steenovens bij Koninklijk Besluit tot de hinderlijke inrichtingen van derde categorie. Wegens het brand- en rookgevaar en moesten ze minimaal 100 meter van woningen verwijderd liggen. Daarom moest men voor de oprichting van een nieuwe steenbakkerij ook een vergunning aanvragen en een openbaar onderzoek organiseren.  

Strengere regels voor steenbakkerijen

Blijkbaar volstond deze wetgeving niet en vonden sommige overheden dat er bijkomende regels nodig waren. We schreven eerder al eens over een reglement van de stad Sint-Truiden uit 1914 waarbij men vanaf 1915 alleen nog permanente steenbakkerijen wou toelaten waar in gesloten ovens werd gebakken en die over een 25 m hoge schoorsteen beschikten. We vermoeden dat dit reglement door het uitbreken van de eerste wereldoorlog uiteindelijk niet ingevoerd werd.

Nu vonden we een ander voorbeeld in de krant "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914, dus exact dezelfde periode. De titel van het artikel is "Goed nieuws voor de brikkenbakkers". De krant neemt het duidelijk op voor de steenbakkerijen en is niet enthousiast over een nieuw koninklijk besluit "dat het aansteken van kareelhovens regelt".  We vonden jammer genoeg nergens de officiële tekst van dit koninklijk besluit. Allicht ging het om bijkomende afstandsregels of om nieuwe voorwaarden zoals die ook in het gemeentelijk reglement van Sint-Truiden werden opgenomen.
 
Knipsel uit "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914
 

Eene afvaardiging van Reckheim

 
Een afvaardiging van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen van België' werd door minister van Nijverheid, Hubert, ontvangen in aanwezigheid van een aantal volksvertegenwoordigers die het allemaal opnamen voor de kareelbakkers uit hun eigen kieskring. Er was volgens het artikel ook een afvaardiging uit Rekem aanwezig. Rekem was in die tijd de Limburgse gemeente met het grootste aantal steenbakkerijen. 

Katholiek volksvertegenwordiger August Van Ormelingen was blijkbaar de belangrijkste Limburger in het gezelschap. Hij voerde het woord samen met de voorzitter van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen'.

Ze bewamen van de minister dat de nieuwe strengere regels "slechts in den omtrek der de groote steden" zou toegepast worden en "geene reden tot bestaen hadden in Limburg". Als gevolg van de ontmoeting zou de minister het koninklijk besluit in die zin aanpassen. "De afveerdiging der brikkenbakkers uitte hare tevredenheid". 

Het zou interessant zijn om te weten wat deze twee overheidsinitiatieven met elkaar te maken hebben. Was er in die periode onrust over de hinder die steenbakkerijen en veldovens veroorzaakten? Ook deze wetgeving zal allicht nooit toegepast zijn door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914...
Het lobbywerk tegen degelijke milieuwetten is blijkbaar van alle tijden... 

Volksvertegenwoordiger Auguste Vanormelingen


Auguste Van Ormelingen (Zichen-Zussen-Zolder, 1870 - Tongeren, 1939) was doctor in de rechten. Zijn vader was notaris in Zichen-Zussen-Bolder en hij werd in 1896 zelf ook notaris, eerst in Zichen, vervolgens in Tongeren. Hij trouwde met Hubertine (Bertha) Vroonen (1878-1952) en ze hadden vijf kinderen. In 1903 werd hij gemeenteraadslid van Tongeren en in 1921 schepen. Hij was in die periode ook provincieraadslid. In 1912 werd hij verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Tongeren-Maaseik en vervulde dit mandaat tot in 1914. Hij werd in 1919 provinciaal senator voor Limburg en bekleedde dit ambt tot in 1929.

maandag 12 januari 2026

Ook 'Système Francart' in de kerk van Rijkel

Naar aanleiding van het artikel over de kerk Bierbeek kreeg ik een reactie van Willem Driesen dat ook in de kerk van Rijkel (Tongeren-Borgloon) waarschijnlijk keramische elementen van het bedrijf van Francart werden gebruikt.

De huidig Sint-Jozefskerk van Rijkel werd gebouwd in 1910. Ze kwam op de plaats van de vorige kerk uit 1804. De 'nieuwe' kerk werd gebouwd naar een ontwerp van architect Joseph François Piscador uit Leuven. Het is een neogotische kerk. Het gebouw werd bijna volledig in helderrode baksteen opgetrokken.

Sint-Jozefskerk van Rijkel (foto: Onroerend Erfgoed id 200652)

Sint-Jozefskerk, interieur (foto: Willem Driesen)

Holle elementen gebruikt voor het plafond van de Sint-Jozefskerk (foto: Willem Driesen) 

 

Système Francart

Willem Driesen bezorgde ons een foto van het interieur van de gerenoveerde kerk én een foto van de holle elementen die bij de bouw in 1910 werden gebruikt, jammer genoeg zonder fabrieksnaam of merkteken. 

Toch is de kans erg groot dat in die periode inderdaad producten uit de Pannenfabriek Notre-Dame, het bedrijf van Henri Francart werden gebruikt. Het was, voor zover we weten, de enige fabriek in Limburg (en directe omgeving) die dergelijke producten verkocht. Het bedrijf maakt uitdrukkelijk reclame voor deze holle keramische elementen die uitermate geschikt waren voor de constructie van (plafonds van) (neogotische) kerken. We kennen intussen verschillende voorbeelden en bovendien onderhielden Sylvain en Henri Francart goede contacten met de architecten die gespecialiseerd waren in neogotische gebouwen. 

Gelijkaardige holle elementen komen in verschillende catalogi van het bedrijf voor. Bovendien vroeg Henri Francart voor deze specifieke in elkaar hakende 'koppeling' (emboitement) van holle elementen in 1912 in Frankrijk een uitvindersbrevet aan (dat deed hij waarschijnlijk ook in andere landen). Het lijkt wel op het hedendaagse 'kliklaminaat'...

In het 'brevet d'invention' legt Henri Francart tot in de details uit hoe de verbinding werkt en wat de voordelen zijn. Op de bijgevoegde tekening zien we de 'tanden' die een sterke verbinding tot stand brengen tussen twee elementen.

Vader Sylvain en zoon Henri Francart waren steeds op zoek naar nieuwe producten en betere productietechnieken. Henri diende heel wat aanvragen in voor patenten in binnen- en buitenland (Engeland, USA, Duitsland, Frankrijk, Denemarken...). 


Tekening van de koppeling, 'emboitement' tussen twee keramische elementen.

Eerste pagina van het 'brévet d'invention' nr. 449223 ingediend door Henri Francart in 1912
Afbeelding van gelijkaardige holle elementen uit een catalogus van het bedrijf.


Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...