woensdag 20 mei 2026

Dat opent deuren...

Er is één opvallend ding aan het jaren '60 huis van mijn ouders: de blauwe voordeur met een deurgreep in keramiek. Nu blijkt aan die deurgreep ook nog een interessant verhaal verbonden te zijn. Begin mei 2026 stond in Het Belang van Limburg een uitgebreid artikel over deze unieke kunstwerkjes.

De deurgreep van de voordeur van mijn ouderlijk huis.

 

Grootste permanente kunsttentoonstelling

Blijkbaar werden in Vlaanderen in de jaren '60 en '70 door verschillende kunstenaars en bedrijven unieke keramische deurgrepen gemaakt. Het was een periode van veel uniforme nieuwbouw en de Belgen wilden zich toch op een of andere manier onderscheiden van hun buren. De deur en de deurgreep was een gemakkelijke manier om dat te doen en zo ontstond er een aanbod aan opvallende deurgrepen die door heel wat Belgen gesmaakt werden. Het was bovendien een uniek Belgisch verschijnsel.

Het belang van Limburg schreef al in 2018 over grafisch ontwerpster Gerbrich Reynaert die overal in Vlaanderen dergelijke deurgrepen fotografeerde. In het recente artikel laat men antropologe Kathleen Boel aan het woord. Zij heeft intussen meer dan 4000 (!) keramische deurgrepen gefotografeerd en organiseert er tentoonstellingen mee. 

Antropologe Kathleen Boel op haar tentoonstelling met deurgrepen en foto's daarvan (foto HBVL, Florian Van Eenoo)

Kathleen Boel kreeg voor haar onderzoek in 2024 de Erfgoedprijs van de provincie Antwerpen. De antropologe ziet al deze deurgrepen als de grootste permanente kunsttentoonstelling in Vlaanderen.

Of dat nog lang het geval zal zijn is maar de vraag. De smaak van de Belgen is sterk veranderd en bij woningrenovatie verdwijnen dergelijke deuren en deurgrepen bijna systematisch. Alleen een enkeling heeft er aandacht voor.

Ook in Bree

De familie Vandermeulen in Bree blijkt in Limburg een belangrijke producent te zijn geweest van dergelijk deurgrepen. In het artikel in Het Belang van Limburg komt Els Vandermeulen aan het woord. Haar vader Leon Vandermeulen en zijn echtgenote Gerda Vaes hadden een atelier in Bree waar jarenlang gebruikskeramiek werd gemaakt, en dus ook de keramische deurgrepen die vandaag nog op duizenden Belgische voordeuren te vinden zijn.

Leon Vandermeulen was de derde zoon in een rij van zeven. Zijn ­vader Louis maakte dakpannen (Pannenfabriek Taxandria, Vandermeulen en Cie.) en dat bracht hem op het idee om keramiek te studeren in Duitsland. Leon begon op het bedrijfsterrein van de familie een eigen fabriek. Ze produceerden vazen, asbakken, kruisbeelden, wapenschilden voor gemeenten... en vooral: deurklinken. Het was blijkbaar vooral Gerda (Gerdje) Vaes die voor de creativiteit verantwoordelijk was. In de jaren '80 stopten ze met de productie.

Ik schreef al eerder een stukje over dakpannen en kunstkeramiek uit Bree. Het verhaal van Els Vandermeulen in Het Belang van Limburg maakt ook duidelijk hoe de vork in de steel zit... 

 

dinsdag 14 april 2026

Verkoop van een Schulense panoven in 1787

Een interessante bron voor het onderzoek naar oude panovens en steenbakkerijen zijn de notarisakten. Sommige notarisarchieven zijn raadpleegbaar in het rijksarchief. Het vraagt echter veel ervaring, tijd en geduld om daarin interessante informatie te vinden. Gelukkig krijg ik soms dingen door van mensen met veel ervaring zoals Ria Lemmens uit Lummen. Waarvoor dank!

Van Ria Lemmens kreeg ik een aantal jaren geleden de samenvatting van enkele akten uit het notariaat van de Lummense notaris Joannes Josephus Aerts. De stukken dateren van 1786-1787 en gaan over de erfenis en verkoop van een steen- en panoven in Schulen (Herk-de-Stad).

Een panoven voor 3000 gulden

Op 25 januari 1786 staat Maria Anna Vander Maesen uit Lummen, weduwe van Michael Reijnders, haar vruchtgebruik van een steen- en panoven in Schulen af aan haar drie kinderen.
Blijkbaar is deze oven ook voor de helft eigendom van Nicolaes Bossemans. Op 27 januari stelt de notaris op verzoek van de erfgenamen vast dat hij er ‘bezig is met het uitsteken van leem’. Bossemans wil zijn aandeel in de oven niet aan hen verkopen.
Op 14 maart 1787 wordt deze steen- en panoven dan verkocht aan een schoonzoon van Maria Anna Vander Maesen, Petrus Bijnens, gehuwd met Catharina Reijnders, en dit voor 3000 gulden.

Interessant is ook de vermelding van de volgende passage: “De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven.
Blijkbaar werden er in deze oven dus zowel pannen, plaveien als stenen gebakken. 

In de volkstelling van 1796 staat in ‘De Stap’ het gezin Nicolaes Bosmans-Catherina Schepers vermeld, zijn beroep is pannebakker, ze hebben 5 kinderen. Hieruit kunnen we afleiden dat deze verkoop gaat over een steen- en panoven gelegen in de buurt van de Stapstraat, de huidige Sint-Jorislaan en Leemkuilstraat.
Misschien betekent dit ook dat deze oven uiteindelijk toch volledige eigendom werd van Nicolaes Bosmans, ofwel dat hij misschien verder samen werd uitgebaat. Dat laatste is minder waarschijnlijk. Het gezin Petrus Bijnens-Catharina Reijnders woont blijkbaar in Lummen… 

De pannenoven op de Villaretkaart (1748) in de buurt van de huidige Sint-Jorislaan (onderaan)

Op de Villaretkaart uit 1748 zien we in die buurt van Sint-Jorislaan, Stapstraat en Leemkuilstraat een 'thuillerie' vermeld staan (onderaan op de afbeelding). Mogelijk is dit de pannenoven waar het om gaat. 

Pannenoven de Buurtwegenatlas in 1841-1844, aan de Leemkuilstraat, de huidige Sint-Jorislaan in Schulen

In de inventaris van 1841-1844 (en in de Buurtwegenatlas) staat er in de Leemkuilstraat nog steeds een panoven vermeld. Die situeert zich nu langs de straat. Hij is dan eigendom van een zekere Pieter Jan Van Cluysen.


Het verhaal

Hieronder kan je de samenvattingen van de akten nalezen.

Notariaat Lummen – notaris Joannes Josephus Aerts

Akte nr. 5 of nr. 18 van 25.01.1786.
Maria Anna Vander Maesen wed. Michael Reijnders, wonend Binnen Vrijheid Lummen, renuntieert aan haar tocht (=staat haar vruchtgebruik af) in een steen- en panoven en gronden en al wat erbij hoort aan deze oven in Schulen, tussen regenoten O. de straat, Z. Jan Joors, W. Petrus Polaris, ten voordele van haar 3 kinderen. Dit zijn: Marie Josepha Reijnders x Joannes Greven, present, Catharien Reijnders x Petrus Beijnens, present, en Petrus Josephus Reijnders, present, en allen samen accepterend. Opgemaakt in het huis van de comparante in Lummen. Getuigen: Henricus Schepers, Christina Wouters.

Akte nr. 6 of nr. 13, 27.01.1786.
De notaris ging op verzoek van Joannes Greven, Petrus Beijnens en Petrus Josephus Reijnders naar de steen- en panoven in Schulen en vond er Nicolaes Bossemans, bezig met het uitsteken van leem. Hij vroeg aan Bossemans, met Joannes Greven en consorten, om aan hen zijn 4de deel in de oven te verkopen, omdat deze ondeelbaar is en zij met 3 de helft bezitten. Bosmans wil niet verkopen. Hierop verklaren de 3 personen dat Bosmans geen hand meer naar de oven mag uitsteken (landrecht). Akte opgemaakt in het woonhuis van Joannes Droogmans in Schulen. Getuigen: Petrus Joannes Vaes en Joannes Droogmans.

Akte nr. 7 of nr. 12, 27.01.1786.
Notaris bracht een bezoek aan het woonhuis van Arnoldus Wyens in Schulen in gezelschap van de drie voorschreven familieleden en vroeg aan Arnold eveneens om zijn 4e gedeelte in de oven te verkopen. Deze weigerde ook. Hij krijgt verbod om nog iets voor de oven te kopen, niets meer te “roeren of te handtplichtigen”. Getuigen: Gerardus Maris, Joannes Wyens.

Akte nr. 6 of nr. 22, 22.03.1787.
Joannes Greven x Maria Josepha Reijnders, Petrus Beijnens x Catharina Reijnders, Petrus Reijnders meerderjarige jongman: afhandeling van de rekening van de steen- en pan(h)oven in Schulen. Uitgaven: 3 713: 14: ½ (= 3 713 gulden 14 stuivers 2 oorden); inkomsten: 2 678: 19: 0. Het verschil bedraagt 1 034: 15: ½. Joannes Greven maakte de rekeningen op, deed de uitgaven. De twee anderen zullen binnen 2 dagen betalen. Twee schuldposten moeten nog betaald worden, samen: 68 gulden BBL aan jofr. Thielen en aan capiteyn Briers in Curingen nog enig geld. Ze moeten binnen 2 dagen 50 gulden BBL betalen aan hun moeder Maria Anna Vandermaesen (samen 150 gulden). De verdere ontvangsten moeten door 3 gedeeld worden. Opgemaakt in het huis van de notaris; getuigen Maria Elisabeth Windelen, Maria Christina Stevens.

Akte nr. 32.
Voorwaarden voor verkoop in 1 zitdag op 14.03.1787 door Petrus Bijnens x Catharina Reijnders, Joannes Greven x Maria Reijnders en Petrus Reijnders, na publicatie, van een steen- en panoven met zijn meubelen en toebehoorten in Schuelen gelegen, regenoten O. de straat, W. Joannes Bossemans met consorten, Z. de steeg, N. heer Libotton. De oven is aan de verkopers toegekomen na afstand van tocht van hun moeder Maria Anna Vandermaesen op 25.01.1786 via notariële akte. De grond is belast aan iemand van Kermpt. Betalen op 29.03.1787 in het notarishuis. De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven. De verkoop gaat door in het huis van Joannes Greven in Lummen, om 8u ‘s avonds. Verkocht aan Petrus Bijnens voor 3 000 gulden BBL. C. Ramakers, gerechtsdienaar. Getuigen: Arnoldus Wellens, schepen Binnen; C. Hoelen, notaris. Op 02.05.1787 betaalt Petrus Bynens 2 000 gulden BBL aan de 2 andere verkopers voor hun deel. Kwijting. Getuigen: E.H. Joannes Bijnens, priester en Ghielis Cox. 

 

Meer info en bronnen:
website van Ria Lemmens

 

zaterdag 28 maart 2026

Productie kleibuizen Keramo stopgezet

In januari 2026 liet de Hasseltse producent van kleibuizen Steinzeug-Keramo weten dat ze stoppen met de productie in hun Hasseltse vestiging. Als gevolg daarvan verliezen 90 van de 144 werknemers hun job. De productie wordt overgebracht naar het zusterbedrijf in het Duitse Bad Schmiedeberg (in het voormalige Oost-Duitsland). 

Steinzeug-Keramo in Hasselt (foto TVL)

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt. 

Egypte... 

Nu zou de volledige productie in Hasselt stopgezet worden. Het ging blijkbaar al een tijd niet goed met het bedrijf. Sinds december 2025 was er technische werkloosheid omdat de tunneloven stilgelegd werd. Die wordt nu niet meer heropgestart. De hoge energiekosten en de oorlog in Oekraïne zouden vooral een rol spelen. De productie verhuist volgens de directie van het bedrijf naar Duitsland. Volgens de werknemers zou men echter meer buizen willen kopen in Egypte waar de productiekosten (uiteraard) veel lager liggen. Het bedrijf zou volgens de werknemers de laatste jaren niet meer geïnvesteerd hebben in het Hasseltse bedrijf.

Andere activiteiten van Keramo blijven volgens de directie wel behouden. Zo zouden 90 van de 144 werknemers hun job verliezen. De onderhandelingen tussen werkgever en vakbonden lopen nog. Volgens de vakbonden zou er in Hasselt wel degelijk een beperkte productie kunnen behouden blijven.

Met het stoppen van de productie in Hasselt eindigt een belangrijk verhaal van de grofkeramische industrie in Limburg en België... 

 

dinsdag 3 maart 2026

Steenbakkers en pannenbakkers in Wellen

Een van de Limburgse gemeenten waarover we tot nu toe erg weinig informatie vonden, is Wellen. Een dorp nochtans gelegen in de Limburgse leemstreek, maar waar blijkbaar nooit pannenbakkerijen actief zijn geweest. Er waren wel enkele brikkenbakkers...

Op oude kaarten van Wellen vind je vooral 'brasseries'... Bouwerijen dus. En molens.

Almanakken 

In de historische Almanakken vonden we een aantal 'briquetiers' of steenbakkers, nl. tussen 1857 en 1888. Het gaat om blijkbaar om vier steenbakkersfamilies: Billen, Swerts, Pexters en Schoenaerts-Gautier.

1857
Pexters P.L.
Swerts R.
Billen T.

1866
Billen T.
Schoenaerts-Gautier
Swerts R.

1882
Schoenaerts M.
Billen F.
Swerts

1888
Swerts R.
Schoenaerts M. 

De familie Swerts vonden we terug in een stamboom. Renier Swerts, geboren op 16‑12‑1885 in Wellen en overleden op 14‑06‑1958 in Kerniel op 72-jarige leeftijd. Hij was gehuwd met Maria Leux en woonde in de Kalverstraat te Wellen, was brikkenbakker en landbouwer. Hij was de zoon van Wilhelmus Swerts, ook een kareelbakker, en Anna Ramaekers. De R. Swerts in de Almanakken is allicht de grootvader of een oom.

In een andere stamboom vonden we ook nog Wilhelmus Boes, geboren op 08‑01‑1897 in Wellen en er overleden op 21‑02‑1953. Hij woonde in de Bloemenstraat op nummer 43 te Wellen, en was gehuwd met Maria Vanmuysen. Hij was fabriekwerker en brikkenbakker.

De Belgische Nijverheidstelling van 1896 vermeldt één steenbakkerij in Wellen. 

 

Toch een pannenbakkerij?

In geen enkele inventaris vonden we tot nu toe een pannenbakkerij in Wellen of een van de Wellense deelgemeenten.

In februari 1913 verschenen in de krant 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' verschillende aankondigingen van een openbare verkoop van een groot stuk grond, in het gehucht Kukkelberg, geschikt voor woningen en 'voor pannenbakkerij'. Wil dat zeggen dat er in Wellen toch al andere pannenbakkerijen waren? 

Aankondiging in 'De Onafhankelijke der Provincie Limburg' van 2 februari 1913.



zondag 1 maart 2026

Wandelen op de zeedijk...

Je bent er waarschijnlijk al eens over gelopen. Overal aan zee werden de typische gele straattegels gebruikt voor de aanleg van de zeedijken. De laatste jaren werden heel wat dijken vernieuwd en zo verdwijnen ze stilaan. 
Deze oersterke tegels werden echter niet in West-Vlaanderen geproduceerd...

De zeedijk in Blankenberge, als je op de foto inzoomt zie je vooraan de details van de straattegels...
 

Onlangs kreeg ik van mijn vriend Bert zo'n oude tegel cadeau. Hij kwam van zijn vader die heel zijn leven lang aannemer was geweest in Knokke. Uiteraard kende hij deze gele tegels met het typische patroon.
 



Deze zware onverwoestbare gele tegel meet ongeveer 14 x 14 cm en is 3 cm dik. Misschien moet ik de tegel nog verder reinigen en proberen de cementresten op de onderkant te verwijderen. Maar de vermelding is zo ook wel leesbaar: CERABATI - JURBISE - MADE IN BELGIUM.

Na wat zoeken ontdekten we een interessant verhaal over de productie van dergelijke tegels in de 19de en 20ste eeuw. CERABATI was een keramisch bedrijf met vestigingen onder meer in België, in Jurbise, in de buurt van Mons.

Van Sarreguemines naar Jurbise 

De tegels zijn van het ‘genre Sarreguemines’. Dit verwijst naar de productie bij de firma Utzschneider & Jaunez et Cie uit Sarreguemines in Frankrijk, die vanaf 1876 ook een vestiging had in Jurbise. Er werden in de loop van de jaren nog meer vestigingen gestart. Al deze bedrijven werden in 1921 gegroepeerd tot de Compagnie Générale de la CERAmique du BATIment (CERABATI). Deze tegel dateert dus in elk geval van na 1921. Mogelijk werden de zeedijken heraangelegd met deze tegels na de vernielingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bedrijf in Jurbise sloot in 1984. Er waren toen nog ongeveer 170 werknemers actief. 

Tegels van het ‘genre Sarreguemines’ waren gemaakt van Duitse kleisoorten waaraan zgn. hoogovenmelk of slak toegevoegd werd. Deze ovenslak, een bijproduct van de ijzerproductie, bestaat uit mineralen zoals silicaten en aluminiumsilicaten.
De tegels bestonden in verschillende kleuren, vormen, formaten en diktes, al dan niet effen of met een reliëfversiering aan de bovenzijde. 

Of hoe de bekendste 'West-Vlaamse' tegels helemaal niet uit West-Vlaanderen komen maar uit een fabriek in de buurt van Mons...

 

Afbeelding van de fabriek in Jurbise rond 1911 (Bron: industrie.lu)

Bronnen:

  • Artikel 'Van fabrieksvloeren tot de wandeldijken aan de Belgische kust: slijtvaste Waalse fabrieksdallen en plavuizen uit de 19e en vroeg-20e eeuw', Mario Baeck, 2024 op Polycaro.
  • Website industrie.lu - The History of the Industry of Luxembourg, and beyond, Jurbise. 

 

dinsdag 24 februari 2026

Twee pannenbakkerijen in Wijchmaal

In Peer waren in de loop van de 18de en 19de eeuw verschillende pannenbakkerijen actief. We beschikken over weinig informatie over deze bedrijfjes. Ze werden bijna allemaal in de loop van de 19de eeuw stopgezet. Onlangs vonden we een interessant krantenbericht over een pannenbakkerij in Wijchmaal.

In april 1873 verschijnt in Het Aenkondigingsblad der provincie Limburg een advertentie over 'eene goede gekalandeerde en welgelegene pannenbakkerij' in Wijchaal. De pannenbakkerij is te koop of te huur en ze is gelegen aan de steenweg van Peer naar Hechtel. Bovendien ligt het station van Wijchmaal vlakbij.

Advertentie uit Het Aenkondigingsblad der provincie Limburg, 2 april 1873.

In onze inventaris hebben we twee pannenfabrieken die in Wijchmaal in het gehucht Hoenrik gelegen zijn. Ze staan eigenaardig genoeg niet in de inventaris voor het primitieve kadaster uit 1840-1842. Ze staan wel op de Kaart Vandermaelen (1846-1854) en op een afgeleide Nederlandse kaart uit 1861. Eén van de pannenovens is gelegen langs de huidige Steenovenstraat en Hoenrikstraat. De andere ligt op de hoek van de huidige Pottenbakkerstraat en de steenweg. Deze laatste is allicht de pannenfabriek die in de advertentie wordt vermeld.

Twee pannenfabrieken (tuilerie) en een pottenbakkerij (poterie) op de Kaart Vandermaelen (1846-1854)

Blijkbaar is het een vrij uitgebreide pannenfabriek met drie ovens en verschillende gebouwen en werkplaatsen. De 'hut' in de advertentie is de open werkplaats waaronder de pannenbakkers aan het werk waren. De leem (klei in feite) is blijkbaar ter plaatse beschikbaar. 

Jammer genoeg komen we niet meer te weten over deze pannenfabriek. We weten nu wel dat ze in 1873 nog in bedrijf was. 

In Wijchmaal waren blijkbaar al enkele honderden jaren steenbakkers, pannenbakkers en pottenbakkers actief. Het gehucht meer naar het noorden heet gewoon de 'Ticheloven' en heel wat straatnamen hebben met de historische activiteiten te maken...

Spoorlijn 18 

De spoorlijn waarvan sprake is de zgn. spoorlijn 18, waarmee je van Hasselt naar Eindhoven kon sporen. Oorspronkelijk in 1860 aangelegd voor goederenvervoer, later ook voor reizigersvervoer. De laatste trein op dit baanvak reed in 1986. Nu ligt op dit tracé het toeristisch fietsroutenetwerk. 

Gehucht Hoenrik met twee pannenfabrieken, aan het station van Wijchmaal (militaire kaart 1904)

woensdag 28 januari 2026

Een Amerikaanse militaire handleiding

Bij het zoeken naar pannenfabrieken en steenbakkerijen ontdek je de vreemdste documenten op het internet. Deze Amerikaanse handleiding is er zo eentje.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde het Amerikaanse leger zich blijkbaar zo goed mogelijk voor te bereiden op de situatie in de landen en gebieden die op het Duitse leger, of andere vijandige legers, bevrijd werden. Voor alle landen waar het Amerikaans leger actief was werden handleidingen gemaakt: het Civil Affairs Handbook. Je vindt online heel wat voorbeelden, o.m. via Google Books. Het was immers van belang dat de militaire overheid het land kende; wist hoe de samenleving in elkaar zat en ook dat men een lijst had van bedrijven waarop men eventueel een beroep kon doen voor de levering van allerlei grondstoffen en materialen. Het was een beetje een 'sociale kaart' en een 'gouden gids' in één handleiding. Er bestaat dus ook zo'n handleiding voor België met het serienummer M361-8 (ingedeeld in verschillende secties). Het document dateert van 1 januari 1944. 
Het lijkt er overigens op dat het Amerikaanse legers nog steeds dergelijke documenten maakt.

Limburgse pannenfabrieken en steenbakkerijen

In het deel over de Belgische industrie en handel, 'section 8', staat ook een overzicht van de actieve pannenfabrieken en steenbakkerijen.
Voor Limburg staan volgende bedrijven in deze Amerikaanse inventaris:

Bricks
Houben & Spitz, Aldeneyck, Maeseyck
Schouterden Th., Maeseyck
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
Tuileries et Briqueteries Tongroises (S.A.), Chaussée de Maastricht, Tongres
    
Tile
Hoeven L., Steenweg 5, Lanklaer
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
Tuileries et Briqueteries Tongroises (S.A.), Chaussée de Maastricht, Tongres
    
Pottery
Tuileries et Briqueteries Notre-Dame (S.A.), Tongres
    
Porcelain
(geen) 
  

Het is op het eerst zicht een beetje een vreemde selectie. Houben en Spitz, en Schouterden zijn op dat ogenblik inderdaad bij de grootste bedrijven in het Maasland, maar zeker niet de enige. Waarom staan bijvoorbeeld Pannenfabriek 'De Maas' in Kessenich (Kinrooi), pannenfabriek 'Taxandria' in Bree, steenbakkerij Meulemans in Lanklaar (Dilsen-Stokkem) of steenbakkerij 'Eyben' in Maasmechelen er niet bij? De bescheiden pannenfabriek van de familie Hoeven in Lanklaar (Dilsen-Stokkem) staat dan weer wel in de lijst.
Voor Tongeren en omgeving zijn de beide steen- en pannenbakkerijen ('Notre-Dame' en 'Tongroises') zeker de grootste actieve bedrijven (alhoewel Pannenfabriek Notre-Dame, het bedrijf van de familie Francart tijdens de oorlog zwaar werd beschadigd). Maar in het zuiden van de provincie zijn in die periode zeker ook de steenbakkerij Vandersanden in  Kleine-Spouwen (Bilzen), steenbakkerij Nelissen in Kesselt (Lanaken) en pannenfabriek J. Van Oostayen in Kortessem actief...
Ook de Hasseltse porceleinfabriek staat niet in het overzicht... 

Samenwerken met de Duitse bezetter?

Hoe kwam deze (beperkte) lijst tot stand? Had de Amerikaanse inlichtingendienst zijn werk niet grondig gedaan? Of speelden er andere dingen een rol? Bijvoorbeeld de houding van bepaalde bedrijven tov. de bezetter?

Er is namelijk algemeen bekend dat in 1941 11 grote Belgische steenbakkerijen een, al dan niet gedwongen, akkoord sloten met de Duitse bezetter. In ruil voor het leveren van bakstenen en dakpannen aan Duitsland zouden deze bedrijven voldoende steenkool blijven ontvangen. Voor de kleine producenten was dit geen goede regeling. Zij vielen uit de boot en moesten hun kolen op de lokale markt proberen te kopen. Vanaf 1943 kregen de kleinere fabrieken bovendien een totaal verbod om nog te produceren. In Limburg maakten Pannenfabriek 'Taxandria' uit Bree, ‘De Maas' uit Kessenich en ‘J. Van Oostayen’ uit Kortessem deel uit van dit samenwerkingsverband. Geen enkele van de Tongerse bedrijven deed er aan mee. 

Misschien is dit een verklaring voor de beperkte selectie in de Amerikaanse lijst?

Knipsel uit de 'Deutsche Zeitung in der Niederlanden' van 15 december 1941

Henri Van Oostayen 

In het geval het bedrijf van de familie Van Oostayen is het wel erg opvallend dat zij zich aansloten bij dit akkoord met de Duitse bezetter. Hun zoon Henri Van Oostayen stierf in 1945, vlak na zijn bevrijding uit het concentratiekamp van Bergen-Belsen. Henri (1906-1945) was Belgische jezuïet, aalmoezenier van het Belgische Rode Kruis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omwille van zijn verzetsactiviteiten werd hij in juni 1944 opgepakt door de Duitse bezetter...

Misschien namen ze wel deel aan deze overeenkomst met de Duitse bezetter om juist geen wantrouwen te wekken?  

 

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...