zondag 12 juni 2022

Unieke revolverpersen en een sledepers

De in 1976 beschermde Pannenfabriek Jorissen in Loksbergen (Halen) bevatte op het moment van zijn bescherming nog een erg interessante 'inboedel'. Dat blijkt uit het beschermingsbesluit.

 "De voormalige pannenfabriek 'Jorissen' , genaamd 'de Panoven', inclusief de gebouwen, de paapoven uit het interbellum met de nog bestaande lading gresbuizen en alle toebehoren, de voorbewerkingsfase met alle toebehoren (vormpers voor platte pannen: 'Winnen & Büschges - Boisheim Rheinland'; motor en schakelkast bovenop de machine; vormpers voor nokpannen; houten werkbanken; strengpers met rollen; elektromotor op platform boven de strengpers; reductiekast; rheostaat; oude vormpers voor dakpannen; assen, riemschijven; transportband met houten goot voor bevoorrading strengpers; transportband met houten goot voor afvoer overtollige klei van kamer 1 naar kamer 2; ijzeren mengkuip; verrolbare snijmachine; allerhande kleiner of gedemonteerd materiaal zoals gedemonteerde transportgeleiders), alle transportsystemen, de restanten van de paapoven uit 1877, de restanten van de droogloodsen, de schoorsteen, de rails; de onregelmatig ronde basis naast de voorbewerkingsfase;"

Het meest interessant, en allicht uniek in onze provincie, zijn de aanwezige machines in de inventaris. Deze  dateren allicht van het eind van de 19de - begin 20ste eeuw, nl. twee vormpersen, een sledepers en een strengpers. Het bedrijf sloot in 1954. Deze machines waren tot dan nog in gebruik.

Unieke vormpersen

Al in 1882 kreeg de dakpannenfabrikant François Jorissen een uitvindersbrevet voor dakpannen met een dubbele sluiting, namelijk ”fabricant de tuiles, domicilié à Loxbergen”, voor “un système de tuiles à double attache”. Om dergelijke pannen te maken is een pers nodig, met handbediening of aangedreven door een stoommachine of een motor. In 1920 werd de fabriek gemechaniseerd en er werd een stoommachine geïnstalleerd, mogelijk een tweedehands stoommachine. Later, in 1939, werd het machinehuis volledig vernieuwd, de fabriek draaide van dan af op twee elektromotoren.

Tussen de overblijfselen die vandaag in de ruïne van de machineruimte bewaard bleven vinden we inderdaad deze machines terug. Jammer genoeg in een slechte conditie.

In 2016 maakt ik nog foto's van deze machines onder een half overgroeid golfplaten afdak. Vorig jaar bleek dat alle apparaten zonder beschutting verder stonden te verkommeren. Op mijn vraag aan de gemeente Halen kreeg ik vorig jaar als antwoord dat men na de opmaak van het beheerplan bezig was met de aanstelling van een uitvoerder van dit plan. Geen informatie over de bescherming van de oude machines...

 

Wat overblijft van het machinegebouw van Pannenbakkerij Jorissen... (oktober 2021)

 

 

Strengpers


Een strengpers of extrusiepers kan dienen voor de massaproductie van baksteen, plavuizen, bepaalde typen dakpannen en andere producten van klei. In begin van de negentiende eeuw zijn verschillende pogingen ondernomen om een strengpers te ontwikkelen. De plastische klei werd hierbij door een mondstuk geperst en op de juiste lengte afgesneden. 

Het is onduidelijk wat de herkomst is van deze strengpers. Hopelijk wordt in het kader van de restauratie verder onderzoek gedaan naar de fabrikant en ouderdom van deze machine.

Op de foto is helemaal bovenaan de elektrische motor te zien die de pers aandrijft. De mond van de pers zit vooraan. Aan de buitenkant kan nog een mondstuk toegevoegd worden om de vorm van de streng te bepalen. De klei werd oorspronkelijk met een transportband bovenaan toegevoerd.
De pers is gemonteerd op een bakstenen voet.


Sledepers


De sledepers was oorspronkelijk een van de eerste en eenvoudigste types van persen waarmee pannen werden geproduceerd. De aandrijving gebeurde via een aandrijfwiel dat aan een stoommachine of elektrische motor gekoppeld kon worden.

In Loksbergen werd deze sledepers blijkbaar gebruikt om de nokken te produceren.

Hopelijk wordt in het kader van de restauratie verder onderzoek gedaan naar de fabrikant en ouderdom van deze machine.

 

 

 

 

 

 

Vormpers 1


Met een vormpers kon men bijna continue pannen persen. De mallen zaten gemonteerd op een trommel, vandaar ook de naam revolverpers.

Van deze pers is het merk ook onbekend. Hopelijk wordt in het kader van de restauratie verder onderzoek gedaan naar de fabrikant en ouderdom van deze machine.

 

 

 

 

 

 

 

Vormpers 2


Deze revolverpers bevat nog de oorspronkelijke gipsen mallen voor het persen van de bekende Loksbergse platte pannen met dubbele sluiting. Deze gipsen mallen absorbeerden een gedeelte van het vocht uit de klei waardoor de geperste pannen gemakkelijk loskwamen van de mal. De gipsen mal versleet snel en moet regelmatig vervangen worden. Deze mallen werden normaal gezien ook in het bedrijf gemaakt.

Deze mooie pers is van de Duitse fabrikant Winnen & Büschges uit Boisheim in Rheinland. De merknaam staat op de pers. In een catalogus uit 1938 staat een bijna identiek model afgebeeld.





Oproep

Omwille van hun unieke karakter moeten deze machines in het kader van de restauratie van de pannenfabriek grondig onderzocht en gerestaureerd worden. Hopelijk krijgen ze een prominente plaats in het heropgebouwde machinegebouw zodat de structuur en de werking ervan, én het volledige productieproces, kan worden toegelicht.

In het beheerplan wordt duidelijk gesteld dat het belangrijk is om deze machines te bewaren en te restaureren om zo hun functie in het productieproces uit te leggen aan de bezoeker. Hopelijk volgt de gemeente Halen als eigenaar deze keuze. 

Dit unieke erfgoed mag niet verder verkommeren en verdient het bewaard te worden voor de toekomst.
Ik zal daarom bij de gemeente blijven aandringen voor een correcte restauratie van dit waardevolle erfgoed.

Wordt vervolgd!

vrijdag 20 mei 2022

Pannen uit Bilzen... in Schulen

Onlangs begon een bouwpromotor met de sloop van het oude gemeentehuis van mijn woonplaats Schulen (Herk-de-Stad). Enkel de voorgevel van het gemeentehuis, annex gemeenteschool, zou behouden blijven als onderdeel van een nieuw wooncomplex.
Het historische pand zou gebouwd zijn in 1869-1870 en was naar verluidt een ontwerp van provinciaal architect Herman Jaminé (1826-1885).



Ondanks protest van heel wat inwoners verkocht de gemeente Herk-de-Stad het gebouw, dat voor veel oude inwoners van Schulen zoveel betekend had, zonder al te veel voorwaarden aan een bouwpromotor. Het was snel duidelijk dat er van het historische gebouw niet veel zou overblijven. Alleen geld is blijkbaar belangrijk voor sommige kortzichtige politici en bouwpromotoren. Mits wat creativiteit had het historische gebouw allicht integraal een nieuwe bestemming kunnen krijgen. Dit is de manier waarop in onze gemeente dus met dergelijk historisch erfgoed wordt omgegaan...

Muldenpannen

Op de werf konden we enkele oude pannen krijgen van een van de arbeiders die er aan de slag waren. Het enorme dak van het gebouw was volledig gedekt met oude zwarte zgn. 'muldenpannen' of gootpannen. Tot onze verbazing waren het pannen die geproduceerd waren bij pannenfabriek Belisia uit Bilzen. Het bedrijf Société Anonyme Tuilerie Méchanique Belisia s.a. werd opgericht in 1902 en bestond tot 1927. Dat er bij Belisia 'muldenpannen' werden gemaakt, wisten we al van een oude postkaart van het bedrijf en van een ander exemplaar in onze verzameling. 

Blijkbaar werd het dak van het complete gebouw (gebouwd in 1869-1870) dus van nieuwe pannen voorzien tussen 1902 en 1927. Misschien gebeurde dit wel na de eerste wereldoorlog. Opvallend is dat er tot vlak na de oorlog in Schulen door Henri Raymaekers ook nog pannen werden geproduceerd, weliswaar geen machinale. Allicht ging op dat ogenblik de voorkeur van bouwheren al (lang) uit naar goed sluitende machinaal geproduceerde pannen...




dinsdag 10 mei 2022

Waar werd de eerste 'Vlaamse' baksteen gebakken?

Onlangs vonden online we een verwijzing naar een interessant doctoraat. Het is een studie van Vincent Debonne met de titel ' Uit de klei, in verband. Bouwen met baksteen in het graafschap Vlaanderen 1200-1400'. Zijn onderzoek handelde over de eerste, en dus oudste Vlaamse gebouwen in baksteen. Met andere woorden over de vraag waar er in Vlaanderen (na de Romeinse tijd)  voor het eerst bakstenen werden gemaakt om te bouwen. Jammer genoeg is de volledige tekst niet online beschikbaar.

Over de (vroege) middeleeuwse baksteenarchitectuur was blijkbaar niet zo heel veel bekend. Steeds dezelfde informatie werd (en wordt!) overgenomen en verspreid. 

"In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht waren monniken niet de eersten om in baksteen te bouwen. Gelijktijdig met de abdijen van Ten Duinen en Boudelo werden ook bakstenen gebouwen opgetrokken door kapittels (de Sint-Walburgakerk in Veurne) en stedelijke bouwheren (het Sint-Janshospitaal en de toren van de Sint-Salvatorskerk in Brugge).

(...)

De opkomst en verspreiding van baksteenarchitectuur in middeleeuws Vlaanderen houdt verband met de introductie van gotische architectuur in Vlaanderen. Van alle plaatselijke materialen was baksteen het beste geschikt voor de realisatie van gotische architectuur. De eerste volwaardige bakstenen gebouwen in Vlaanderen zijn allemaal gotische gebouwen. Zij waren in aanbouw rond 1225, gelijktijdig met de eerste gotische gebouwen in natuursteen in Vlaanderen."

Volgens deze onderzoeker werd de steenbakkerij vermoedelijk naar Vlaanderen gebracht vanuit Noord-Duitsland, waar men al sinds de jaren 1170 vertrouwd was met baksteenproductie. 

"Waarschijnlijk gebeurden de eerste experimenten met baksteen op de overgang van de 12de naar de 13de eeuw in Brugge, in die tijd een zeehaven die in contact stond met Noord-Duitse handelssteden, met name Lübeck.

Na de eerste monumentale bakstenen gebouwen rond 1225 kende baksteen een snelle verspreiding in Vlaanderen. Op het einde van de 13de eeuw was baksteen bekend in het ganse gebied tussen Noordzee en Schelde. Uit de 14de eeuw dateren de eerste regelgevingen op baksteenformaten, een aanwijzing voor de grote omvang en het commerciële karakter die de steenbakkerij in Vlaanderen toen had aangenomen."

Vincent Debonne studeerde Kunstwetenschappen aan de KULeuven en werkt sinds 2006 als onderzoeker bij het agentschap Onroerend Erfgoed.

Sint-Walburgakerk in Veurne (foto: Vincent Debonne, Onroerend Erfgoed)


Nog veel meer dakkammen en fleurons!

Op de erg interessante website van Marc Robben lees je alles over het (vooral) bouwkundig erfgoed in het Land van Loon: boerenschansen, mottes, vluchttorens, grachten en wallen. Ook heel veel info over metseltekens en andere gevelonderdelen. Sinds enige tijd ook verhalen over bijgeloof (en gebouwen) en zo ook over allerlei dakelementen en siernokken! Hij schreef er recent ook een boek over.

Marc verzamelde heel wat foto's van vooral Limburgse gebouwen die nog dakkammen of fleurons op het dak hebben. Er staan heel interessante voorbeelden tussen.

Een heel mooi voorbeeld (dat ik zelf ook kende) is een geklasseerde voormalige brouwerij in Stevoort (Hasselt) Sint-Maartenplein 12, gelegen in het centrum van het dorp. Bij de laatste restauratie werd de volledige nok weer van dakkammen voorzien. Of zoals het in de inventaris beschreven staat: "zadeldak van mechanische pannen met vorstkammen".


 (Foto's Marc Robben)


dinsdag 12 april 2022

Erfgoeddag: onderwijs in de gloriejaren van de steenbakkerijen

Elk jaar gaan we op zoek in het programma van de Erfgoeddag naar interessante activiteiten rond het erfgoed van pannen- en steenbakkerijen. Met een thema rond 'school' lag het voor de hand dat de oogst mager zou zijn. In Limburg vonden we dit keer niets dat bij ons thema aansluit. In de Rupelstreek is er wel een interessante tentoonstelling.

In Rumst, in het Museum Rupelklei is er de tentoonstelling '(Geen) onderwijs in de gloriejaren van de steenbakkerijen'.

In deze thematentoonstelling ligt de focus op de technische (r)evoluties van het maken van stenen door de eeuwen heen. Kinderarbeid, analfabetisme en onderwijs (of net het gebrek eraan) krijgen in dit verhaal een belangrijke plaats. Kinderen gingen vaak al vanaf 7 jaar met hun ouders op de ‘gelegen’ werken. Naar school gaan zat er niet in; veel mensen konden dan ook niet lezen of schrijven. 

De tentoonstelling loopt van 24 april tot 26 juni 2022.



maandag 11 april 2022

Le Paysage Ménagé (3): het Warmbed

Dit hadden jullie nog te goed! Een resultaat van het project "La Paysage Ménagé": een 'warmbed' gebouwd met bakstenen die aan de terril van Winterslag werden gemaakt zoals destijds de 'Winterslagse duivels'. Deze uitzonderlijk harde bakstenen werden geproduceerd op basis van de leisteen die een afvalproduct was van de steenkoolproductie.
 

Warmbed

Zo'n warmbed is blijkbaar geïnspireerd op Chinese en Russische voorbeelden. Het wordt van binnenuit verhit en creëert zo een gastvrije sfeer voor mensen om samen te komen. Het warmbed werd gebouwd op de site van C-mine. Lees er meer over op hun website.
 
We gingen in het voorjaar van 2021 helpen met stenen bakken, daarover schreven we eerder al eens een stukje.
 


Het warmbed op C-Mine in Winterslag (Genk) (Foto: C-Mine)

vrijdag 1 april 2022

Kabelpannen in Mechelen-Bovelingen?!

Onlangs kreeg ik berichtje uit Heers of ik niet geïnteresseerd was in een verhaal uit Mechelen-Bovelingen over 'kabelpannen' uit de jaren zestig van vorige eeuw. Uiteraard was ik erg nieuwsgierig. Ik had geen idee wat 'kabelpannen' konden zijn. Wanneer ik wat verder las, bleek het om de kleinschalige productie van betonnen 'kabeldekkers' of kabelbeschermers te gaan. Geen keramische pannen dus. Nu wordt voor dit soort van bescherming kunststofmateriaal gebruikt, tegenwoordig van gerecycleerd plastic.
Ik had er geen idee van dat deze betonnen elementen al vroeg in de zestiger jaren werden geproduceerd.

Het is een interessant verhaal. Daarom publiceren we het graag op onze blog. Over deze kleinschalige productie van betonnen elementen werd volgens mij nog maar weinig gepubliceerd. Op mijn website staat er ook een verhaal over de betonpannen van de firma Thiery in Halen. Over het gebruik van beton in 'grote architectuur' bestaan wel verschillende publicaties. Beton werd in moderne tijden gebruikt sinds het eind van de 19de eeuw. Ook bij de bouw van de verschillende Limburgse mijnsites werden veel betonnen elementen gebruikt. In die periode ontstonden ook de eerste grote Limburgse betonbedrijven zoals Echo in Houthalen. Het betonbedrijf(je) Kavoor in Ordingen (Sint-Truiden) dat in het verhaal voorkomt, was me niet bekend.

Hieronder brengen we dus het persoonlijk verhaal van Alphonse 'Fons' Nicolaes uit Mechelen-Bovelingen (79 jaar). Het werd ons bezorgd door Michel Mathei, voorzitter van Heemkunde Groot-Heers (waarvoor dank!). Het verhaal verscheen intussen ook op hun interessante website.




Alphonse Nicolaes, mijn verhaal over het kabeldekkersbedrijf in Mechelen-Bovelingen

Als 17-jarige knaap werkte ik bij de kabelleggersonderneming Prosper Kindermans uit Sint-Truiden.

Alphonse Nicolaes (foto: Heemkunde Groot-Heers)
Op 4/11/1960 vroeg de baas mij of ik geen kabeldekkers wou gaan maken bij zijn ouders in Mechelen-Bovelingen waarop ik instemde.

Dit gebeurde in de oude schrijnwerkerij van Jean Kindermans, ouders van Prosper Kindermans in de Herestraat (nu Bovelingenstraat), dit begon met een triltafel en een kleine betonmolen. Niemand wist hoe of wat en dat heeft zeker 3 maanden geduurd eer wij de juiste grondstoffen (Juiste dikte grint en zand) hadden.

Wij maakte er 2 soorten kabeldekkers in beton, 6cm en 10cm, in de schrijnwerkerij kon ik 900 kleine leggen en 700 grote. Deze productie werd uitgevoerd per stuk, 40 centiemen & 50 centiemen. De kleine dekpannen werden getrild met een vorm van 6 stuks, de grote met een vorm van 4 stuks per
keer. Wat vandaag gemaakt werd moest ’s anderdaags buiten gezet worden op hoop, hieraan begon ik dan om 6uur om rond 7 uur te herbeginnen met maken. Het buitenzetten en trillen van de tafel maakte een oorverdovend lawaai waar de geburen NOOIT over geklaagd hebben, waarvoor dank!

Na 1 jaar werd er een afdak geplaatst op de braakliggende grond waar ik 2000 kleine en 1500 grote kabeldekkers kon plaatsen. Na een smartelijk ongeval van Prosper Kindermans werd dit overgenomen door zijn echtgenote Jeanne Aerts uit Sint-Truiden.

In 1963 moest ik mijn legerdienst gaan vervullen en werd ik vervangen door Louis Schroyen van Bovelingen, na mijn legerdienst ben ik terug gegaan tot 24/04/1968, hierna is dit gestopt in Bovelingen omdat men toen de KAVOOR in Ordingen helemaal had geautomatiseerd.

In 1966 werd er een nieuwe firma opgestart door weduwe Jeanne Aerts en haar broer Marcel Aerts achter het oude station van Ordingen. Bij ”KAVOOR” is men onmiddellijk begonnen met 3 triltafels. Na twee jaar werd hier alles gemoderniseerd, betonmolen en trilmachine met een capaciteit van 40 stuks in één keer!

Ziehier mijn avontuur in Mechelen-Bovelingen waarna ik ook nog eens ben blijven plakken op het HOEKSKE en getrouwd ben met Annie Abeels. 


Alphonse Nicolaes naast een grote stapel kabeldekkers (foto: Heemkunde Groot-Heers)

 

donderdag 31 maart 2022

Een opvallend kapelletje in Munsterbilzen

Kapel Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes in Munsterbilzen

Tijdens een wandeling naar het Munsterbos in Munsterbilzen kwamen we een oud kapelletje tegen met een interessant dak. De kapel Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes ligt langs de Oude Beekstraat in het centrum van Munsterbilzen, deelgemeente van Bilzen. Ze werd gebouwd vlak na Wereldoorlog I. Ze is door de Vlaamse overheid beschermd als 'vastgesteld bouwkundig erfgoed'.  

Muldenpannen

Het dak van de kapel is gedekt met zwarte zogenaamde Muldenpannen, in het Nederlands gootpannen of soms trogpannen ('mulden' is Duits voor 'trog'). Deze machinale pannen werden voor het eerst geproduceerd in Duitsland sinds de jaren 1880. Het zijn zware pannen met een dubbele of driedubbele sluiting. De zwarte kleur is geen glazuur, maar werd bekomen door het zogenaamd 'smoren' van de pannen (dit is bakken in zuurstofarme of reducerende omstandigheden).

Het was onmogelijk om de onderzijde van de pannen te zien, maar de kans is groot dat deze pannen afkomstig zijn van pannenfabriek Belisia uit Bilzen. Het bedrijf Société Anonyme Tuilerie Méchanique Belisia s.a. werd opgericht in 1902 en bestond tot 1927. De periode klopt in elk geval. Bij Belisia werden zeker Muldenpannen gemaakt. Dat weten we onder meer van een postkaart van het bedrijf tijdens Wereldoorlog I en van een exemplaar in onze verzameling. Uiteraard waren er in de omgeving nog pannenfabrieken waar dergelijke pannen geproduceerd werden (Kortessem, Tongeren...). 

Dakkammen 

De nok van het dak is normaal bedekt met vorsten of vorstpannen. In dit geval zijn ze 'bekroond' met dakornementen, meer bepaald zogenaamde dakkammen, dit zijn keramische sierelementen die het dak een beetje standing geven. Vroeger zag je die wel meer, vandaag de dag zijn ze bijna overal verdwenen, tenzij op een of ander geklasseerd gebouw. Bijzonder is dat er zelfs afwisselend twee verschillende dakkammen zijn gebruikt. Vermoedelijk werden die ook bij Belisia geproduceerd.

Dak met Muldenpannen en twee soorten dakkammen

woensdag 30 maart 2022

Steenbakkerij Vanheusden in Piringen

Mijn nieuwsbrief zorgt bijna elke keer voor interessante reacties. Dit keer kregen we niet alleen info over de productie van 'kabelpannen' in Heers, er werden ook contactgegevens toegestuurd van iemand die ons veel zou kunnen vertellen over de pannenfabriek in Kortessem én we ontvingen prachtige foto's van de nieuwste steenbakkerij in onze Limburgse inventaris: de steenbakkerij van de familie Vanheusden in Piringen (Tongeren)!

Paul De Niel, voormalig conservator van het Ecomuseum en Archief van de Boomse Baksteen (EMABB) was namelijk ooit (in 1986!) op bezoek geweest bij steenbakker Vanheusden en maakte toen een hele reeks prachtige foto's.

Hieronder mogen we er enkele tonen (heel erg bedankt, Paul!).

Overzichtsfoto van de veldsteenbakkerij: achteraan op de foto ligt een afgekoelde oven en bakstenen die op paletten gestapeld zijn, daarnaast een grote hoop leem. Helemaal achteraan ligt de straat (Lankgracht). Links en in het midden zien we de droogloodsen met vooraan in het midden de kleimolen, daarachter (niet goed zichtbaar) de stenenpers. Vergelijk deze indeling met de luchtfoto uit 1979.




De afgekoelde oven wordt afgebouwd. We zien Marcel Vanheusden en zijn zoon Michel. De derde persoon is ons niet bekend. Opvallend is de hoogte van de uitgebakken oven. De oven is veel hoger opgebouwd dan andere ovens die we zagen (vb. Werm) of waarvan we foto's hebben gezien. De stenen zijn erg helder rood.



Stenen persen aan de steenpers: van relatief droge leem (klei) worden stenen twee per twee geperst. De vorm wordt telkens met zand of zaagsel bestrooid. Dezelfde steenpers wordt nu ook nog gebruikt door steenbakker Wagemans in Werm. Blijkbaar is er ook een machine die de klompen leem (klei) aanvoert.
 




vrijdag 18 februari 2022

Gezocht: pannenfabriek in Wimmertingen

Al een tijdje zijn we op zoek naar meer informatie over een pannenfabriek die destijds in Wimmertingen bestond. De ligging en eigenaar van deze pannenfabriek zijn ons onbekend. 

We weten dat er een pannenfabriek in Wimmertingen werd uitgebaat op basis van een krantenartikel uit 1925. Hierin wordt melding gemaakt van een ongeval met een kind dat samen met twee andere kinderen het middageten kwam brengen naar hun vader (familienaam Vanstraelen) die aan het werk was in 'de pannenfabriek te Wimmertingen'. Het 8-jarige meisje werd verpletterd door een wagentje (allicht van een smalspoor) en werd naar het ziekenhuis van Hasselt gebracht voor verzorging. 

Bovendien is er ook een getuigenis van Jean-Marie Francart, oud-directeur van pannenfabriek Onze-Lieve-Vrouw in Tongeren die in zijn jeugd voor zijn vader in Wimmertingen pannen ging ophalen, allicht in de jaren '50. Volgens hem lag het bedrijf in het centrum van Wimmertingen.

Op de oude kaarten is geen pannenfabriek te herkennen. We vonden tot nu toe ook geen andere vermeldingen van deze pannenfabriek. 

Wie kan ons helpen aan meer informatie over deze pannenfabriek?



Nederlands dakpannenmuseum gesloten

Dit is een beetje een triest bericht. In november 2020 sloot het Nederlands dakpanmuseum in Alem zijn deuren. Het was een initiatief van Huub Mombers die in Nederland jarenlang in de monumentenzorg actief was. Het museum was ondergebracht in een oud kerkje in de gemeente Alem in Gelderland. Na zijn pensioen verhuisde de heer Mombers naar Duitsland waardoor de activiteiten van zijn museum werden stopgezet. Een deel van de collectie verhuisde naar de Vereniging Erfgoed Arsenaal in Drenthe de rest ging mee naar Duitsland. De indrukwekkende collectie bestond uit meer dan 3000 dakpannen en andere keramische elementen uit Nederland en heel wat andere landen.

In 2019 werd op de Nederlandse tv nog een leuke reportage getoond over het museum en op internet vind je nog enkele interessante artikels (hier en hier).

Op onze eerste activiteit rond de Schulense pannenbakkers in 2007 nodigde ik Huub Mombers uit en hij stond met een interessante stand met oude pannen op onze activiteit. Mensen waren erg enthousiast. Huub Mombers is een echte specialist ter zake en hij gaf verschillende publicaties uit over dakpannen en hun geschiedenis. De erg sympathieke Huub Mombers zorgde er zeker mee voor dat ik me ging toeleggen op de geschiedenis van de pannenbakkers. Jammer genoeg heb ik zijn museum nooit bezocht.

Het voormalige pannenmuseum van Huub Mombers in Alem


Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Kris Roderburg
 

donderdag 17 februari 2022

Brikken, bakstenen of karelen?

Het ambacht van steenbakker of pannenbakker kende, zoals elke industrie of elk beroep, zijn eigen woordenschat. Voor de betrokkenen erg belangrijk, voor buitenstaanders soms onbegrijpelijk. Deze woordenschat was in elk dialect ook nog eens verschillend. Zo kwam het dat in de ene Limburgse regio brikken gebakken werden, in de andere bakstenen of karelen (in de realiteit is het nog veel complexer!).

In die woordenschat vond je ook veel informatie over het oude ambacht terug. Steenbakkers of pannenbakkers hadden elk hun specifieke werktuigen. Elke handeling werd met een specifieke term aangeduid. Het mag dan ook niet verbazen, dat met het verdwijnen van die oude ambachten veel woordenschat verdween. 

Ook bij onze Schulense pannenbakkers vind je die typische termen terug in de oude registers die bewaard bleven: er moest liem gestoken, liem getreëen, pannen gemaakt, ovens gevuld, gestookt en leeggemaakt…

Gelukkig zijn er taalkundigen (zoals mijn dorpsgenote Miet Ooms) die nauwgezet onze taal en dialecten inventariseren en proberen te bewaren voor de toekomst. Dat gebeurt al een hele tijd, zodat ook van verdwenen beroepen het vakjargon, tenminste op papier (soms ook de geluidsopnames), bewaard bleef.

Zo ook dus met de pottenbakkers, de steenbakkers, de pannenbakkers en het werk in de gresbuizenindustrie.

In het Woordenboek van de Limburge dialecten, deel II. Niet-agrarische vakterminologiën, Aflevering 8: : pottenbakker - steenbakker- pannenbakkers - gresbuizenindustrie vind je alle vakjargon van Belgisch en Nederlands Limburg gedetailleerd opgesomd op basis van gesprekken met een hele reeks dialectsprekers. Voor Belgisch Limburg ging het om steenbakkers uit Bilzen, Loksbergen, Maaseik en Sint-Truiden.

Het Woordenboek bevat naast heel veel termen en begrippen ook deze oorspronkelijke kaart met de lokale woordenschat voor het begrip 'baksteen'. Meer recente, gedetailleerde info vind je hier.



 

 


 


zaterdag 22 januari 2022

Limburgse steen- en pannenbakkers in 19de eeuwse almanakken

Regelmatig doen we nog eens een interessante vondst. Onlangs vonden we in Google Books op enkele Belgische 'Almanakken'. De Belgische 'Almanach du commerce et de l'industrie' was in de 19de eeuw een Belgisch adressenboek van alle Belgische overheden en een Gouden Gids tegelijkertijd. Naast heel wat informatie over Belgische overheden en administratieve niveaus, worden per Belgische gemeente de belangrijkste handelaars en bedrijven vermeld. Op Google Books vonden we de Almanakken van 1851, 1854 en 1857. Je kan ze ook via de bibliotheek van de UGent terugvinden.

Op de website van het archief van de stad Brussel vonden we ook nog een aantal andere Belgische Almanakken. Een aantal daarvan heeft een hoofdstuk met alle Belgische gemeenten (van toen!) met gegevens over het gemeentebestuur en van de lokale handel en nijverheid ('du commerce et de l'industrie'). Het is een erg interessante bron om een beeld te krijgen van de lokale handel en van de bedrijfjes in onze gemeenten in de 19de eeuw. 

We hebben vastgesteld dat de informatie wel niet altijd compleet is. Bij sommige gemeenten staat er voor bepaalde jaren weinig of geen informatie. Het lijkt er op dat de info die is opgenomen in de Almanakken, werd opgevraagd bij de gemeenten, maar dat die niet allemaal tijdig (en op een uniforme manier) de nodige gegevens bezorgden...

Een grondige zoektocht leverde ons heel wat nieuwe namen op van Limburgse pannen- en steenbakkers (jammer genoeg weinig adressen). Nu is het zaak om al die namen aan een van de reeds bekende ovens van onze inventaris te koppelen of om meer informatie te vinden over deze bedrijven. 

Hasselt bijvoorbeeld

Onder Hasselt vonden we in de Almanakken van 1851, 1854 en 1857 onder het kopje "Fabriques de briques et pannes" de volgende gegevens:

 Almanak 1851


Almanak 1854

 
Almanak 1857





 

Aangevuld met de info uit de andere Almanakken krijgen we een interessante lijst met namen en voor sommigen ook hun adres:

Maris J. (1833)

Poutrain L. (1833)

Dortangs (J.J.H.), Botermarkt 141 (1851, 1854, 1857 weduwe, 1860, 1866)

De Luesemans, Luikersteenweg 7 (1851)

Halleux, Hoogstraat 198 (1851)

Wilsens J. (G.), Lombardstraat 225 (1833, 1851, 1854, 1857, 1860)

Sottiaux J. (1857, 1860)

Sommige namen (Dortangs, Wilsens, Sottiaux) komen in opeenvolgende Almanakken voor. Zij waren langere tijd actief, of gedurende verschillende generaties. Waarschijnlijk waren dit de adressen waar deze ondernemers en eigenaars woonden. Hun pannenfabriek of steenbakkerij lag allicht buiten de stadsmuren. Enkele van deze eigenaars worden ook voor Sint-Lambrechts-Herk vermeld. Allicht hadden ze ook daar een bedrijfje. Enkel het adres op de Luikersteenweg zou ook het bedrijfsadres kunnen zijn. In die buurt lagen er in die periode zeker pannenfabrieken of steenbakkerijen.

Het zijn allemaal namen die nog niet in onze lijst voorkomen. In de inventaris voor het eerste Belgische kadaster van 1840 komt, behalve in Runkst, immers geen enkele Hasseltse pannenfabriek voor. Uit andere bronnen kennen we wel enkele bedrijven, maar ook daar komen deze namen niet voor. Uiteraard kunnen deze ondernemers de eigenaar zijn van één van de pannenfabrieken of steenbakkerijen die wel al in onze lijst staan... Dat zoeken we uit.

Wordt zeker vervolgd.


Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...