Milieu en gezondheid waren in de 18de en 19de eeuw nauwelijks een thema. Toch kwam er langzaam maar zeker meer aandacht voor de gevolgen voor de volksgezondheid van industriële activiteiten. Ook die van steenbakkerijen en pannenfabrieken...
Al vanaf 1849 behoorden in België de steenovens bij Koninklijk Besluit tot de hinderlijke inrichtingen van derde categorie. Wegens het brand- en rookgevaar en moesten ze minimaal 100 meter van woningen verwijderd liggen. Daarom moest men voor de oprichting van een nieuwe steenbakkerij ook een vergunning aanvragen en een openbaar onderzoek organiseren.
Strengere regels voor steenbakkerijen
Blijkbaar volstond deze wetgeving niet en vonden sommige overheden dat er bijkomende regels nodig waren. We schreven eerder al eens over een reglement van de stad Sint-Truiden uit 1914 waarbij men vanaf 1915 alleen nog permanente steenbakkerijen wou toelaten waar in gesloten ovens werd gebakken en die over een 25 m hoge schoorsteen beschikten. We vermoeden dat dit reglement door het uitbreken van de eerste wereldoorlog uiteindelijk niet ingevoerd werd.
![]() |
| Knipsel uit "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914 |
Eene afvaardiging van Reckheim
Katholiek volksvertegenwordiger August Van Ormelingen was blijkbaar de belangrijkste Limburger in het gezelschap. Hij voerde het woord samen met de voorzitter van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen'.
Ze bewamen van de minister dat de nieuwe strengere regels "slechts in den omtrek der de groote steden" zou toegepast worden en "geene reden tot bestaen hadden in Limburg". Als gevolg van de ontmoeting zou de minister het koninklijk besluit in die zin aanpassen. "De afveerdiging der brikkenbakkers uitte hare tevredenheid".
Het zou interessant zijn om te weten wat deze twee overheidsinitiatieven met elkaar te maken hebben. Was er in die periode onrust over de hinder die steenbakkerijen en veldovens veroorzaakten? Ook deze wetgeving zal allicht nooit toegepast zijn door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914...
Het lobbywerk tegen degelijke milieuwetten is blijkbaar van alle tijden...
Volksvertegenwoordiger Auguste Vanormelingen
Auguste Van Ormelingen (Zichen-Zussen-Zolder, 1870 - Tongeren, 1939) was doctor in de rechten. Zijn vader was notaris in Zichen-Zussen-Bolder en hij werd in 1896 zelf ook notaris, eerst in Zichen, vervolgens in Tongeren. Hij trouwde met Hubertine (Bertha) Vroonen (1878-1952) en ze hadden vijf kinderen. In 1903 werd hij gemeenteraadslid van Tongeren en in 1921 schepen. Hij was in die periode ook provincieraadslid. In 1912 werd hij verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Tongeren-Maaseik en vervulde dit mandaat tot in 1914. Hij werd in 1919 provinciaal senator voor Limburg en bekleedde dit ambt tot in 1929.
