zaterdag 23 oktober 2021

Over dakpannen en oesters

Het uitzetten van gekalkte dakpannen in de Spuikom van Oostende (Bron: Cagnet.be)

Een weinig bekend verhaal: dakpannen speelden tot in het begin van de 20ste eeuw een belangrijke rol in de oesterteelt in België en Nederland! In een bepaalde periode was de verkoop van dakpannen aan de oestertelers zelfs vrij belangrijk voor de pannenbakkers in de Rupelstreek!

Oorspronkelijk werden oesters opgevist op de zogenaamde wilde banken. Later, in de loop van de 19de eeuw, ging men zich toeleggen op de cultuur. Om oesters te kunnen kweken moest men aan zgn. zaaigoed geraken: kleine jonge oesters.
Oesters planten zich voort in de maanden juli en augustus. De oesters laten dan oesterlarfjes of oesterbroed los in het zeewater. De larfjes zakken na enkele weken naar de bodem en hechten zich dan op harde materialen. Om die kleine oesters te verzamelen, maakten de oesterkwekers gebruik van zogenaamde collecteurs. Hiervoor werden in de 19de eeuw vooral met kalk ingesmeerde dakpannen gebruikt. Tegenwoordig gebruiken ze vooral mosselschelpen.

In de maand juli werden de gekalkte pannen in het water werden gebracht. In de herfst haalde men alle dakpannen op en werden ze opgeslagen in speciaal hiervoor aangelegde bewaarputten. In het voorjaar, in mei en juni, begon men met het afsteken van de jonge oestertjes van de dakpannen. Dankzij de kalklaag op de dakpannen kon dat redelijk gemakkelijk. De afgestoken oestertjes werden gesorteerd en tijdelijk in de oesterputten opgeslagen. Vervolgens konden de oesters verder opgroeien op kweek-percelen in de ondiepe zee. Na 3 à 5 jaar is de oester geschikt voor consumptie.

Jonge oesters van de pannen steken (Bron: zeeuwseankers.nl)
Ook aan de Belgische kust werden voor hetzelfde doel dakpannen gebruikt. Hier floreerde de oesterteelt vooral eind 19de, begin 20ste eeuw. De Eerste Wereldoorlog zorgde voor een abrupt einde van zowat alle activiteit. Rond 1930 startte men opnieuw met de oesterkweek in de Oostendse spuikom. Uit die periode dateert de foto die we terugvonden op de website van het Centrum Agrarische Geschiedenis.
  

Pannen uit de Rupelstreek

In Zeeland werd aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw massaal gebruik gemaakt van dakpannen. Later nam dit gebruik sterk af omdat de oesterteelt het minder goed deed onder meer door ziektes. Het aantal uitgezette dakpannen varieerde van 20 miljoen in 1885 tot slechts twintigduizend in 1930.

Ook al gingen de gebruikte dakpannen verschillende jaren mee, toch werden er aan het eind van de 19de eeuw dus massaal pannen gebruikt voor de oesterteelt. Veel van die dakpannen kwamen uit de pannenbakkerijen in de Rupelstreek, namelijk uit Niel en Boom. Er werd ook actief geadverteerd en sommige dakpanproducenten verkochten pannen die al in de fabriek bekalkt werden. Voor de oestertelers was dat bekalken jaarlijks een enorm werk waarvoor tijdens het seizoen telkens veel arbeiders werden gezocht.

Advertenties van Boomse pannenbakkers (Bron: Stichting Historie Grofkeramiek 2018)

Op de website van Omroep Zeeland kan je een leuk filmpje bekijken over de geschiedenis van de oesterteelt. Er is een heel stuk over het afkrabben, kalken en plaatsen van de duizenden pannen in de Oosterschelde...

Bronnen:

- Wikipedia over oesterteelt
- Centrum Agrarische Geschiedenis over oesterteelt aan de Belgische kust
- Over de oestercultuur op Zeeuwse Ankers
- Nederlandse Oestervereniging 
- Over de oestercultuur op Oosterscheldemuseum
- Coastalwiki over de Belgische oesterkweek
- Stichting Historie Grofkeramiek, augustus 2018, Nr 50
 

donderdag 21 oktober 2021

Welke toekomst voor de Pannenfabriek in Loksbergen?

De pannenfabriek Jorissen in Loksbergen (Halen) is zowat de enige bewaarde historische site in Limburg. Ik ken deze locatie intussen al heel wat jaren en maak me erg zorgen over het behoud van het aanwezige unieke erfgoed.

Meer dan een jaar geleden deed ik een oproep naar de gemeente Halen om de Pannenfabriek Jorissen in Loksbergen beter te beheren en het kwetsbare industrieel erfgoed beter te beschermen. Ik maakte me ook ongerust over de geplande nieuwbouwprojecten nl. een kinderopvang, die toen al bijna afgewerkt was, en een nieuw schoolgebouw dat ook vlakbij zou worden gebouwd.

Ik kreeg toen een korte reactie van de bevoegde schepen dat men bezig was "met de volgende stappen in beheersplan te zetten" en "dat hij zou trachten me op de hoogte te houden van de verdere vorderingen." 

Verder kreeg ik van geen enkele (overheids)dienst of organisatie een reactie...

Storende nieuwbouw

Op dat moment was de nieuwe kinderopvang op de site bijna klaar. Het opvallend witte (!) gebouw werd pal tussen het ovengebouw en wat overbleef van het machinegebouw ingepland. Volgens mij geen geslaagde manier om een erfgoedsite als dit op een hedendaagse manier te gebruiken. Bezoekers kunnen zich zo ook geen beeld meer vormen van de oorspronkelijke situatie... Maar soit. Het is mijn bescheiden mening maar. Zij hadden toch een positief advies gekregen van Erfgoed Vlaanderen voor hun 'bouwvergunning'. En die overheidsdienst waakt over het behoud van de kwaliteit van ons beschermde Vlaamse erfgoed.

Eén jaar later

Onlangs, op 10 oktober, een zonnige zondag, fietsten we nog eens naar Loksbergen. Mijn vrees bleek terecht. De witte kinderopvang was al lang afgewerkt en in gebruik genomen. Het gras was netjes ingezaaid en gemaaid... De oude pannenfabriek en wat overbleef van het machinegebouw lag er nog steeds bij als enkele jaren geleden. Erger nog. De unieke machines staan nu in weer en wind te roesten... Er was dus dat hele jaar niets gebeurd om de sitatie te verbeteren. Mijn hart bloedde. Deze pannenfabriek is uniek Vlaams erfgoed. Nergens in Limburg (uiteraard met mijn bescheiden kennis) bleven dergelijke persen (o.m. een revolverpers en een sledepers met de gipsen mallen!) bewaard. Nergens bestaan nog dergelijke paapovens. 

Wettelijke bescherming niets waard?

Hoe is het mogelijk dat op deze manier met ons beschermd waardevol erfgoed wordt omgegaan? Deze oude pannenfabriek heeft een dubbele bescherming: ze is beschermd als monument sinds 1995 en als vastgesteld bouwkundig erfgoed sinds 2018.  In 2019 werd een uitgebreid beheerplan opgesteld en goedgekeurd. Bij de bescherming in 1995 was de fabriek, die gesloten was sinds 1954, al erg vervallen. Toch werd het ovengebouw in die periode gerestaureerd en uitgebreid, toen ook al, met een kinderopvang en een aantal lokalen. Het machinegebouw kwijnde verder weg en werd in 1998 'voorlopig' afgebroken. De machines werden dan nog enigszins beschermd onder een afdak...

Op de website van Erfgoed Vlaanderen staan 55 foto's van de site. Interessant om te zien hoe intact de machines in 1995 nog waren...

Het vervolg

Ik stuurde dus opnieuw een mail naar de stad Halen en aan alle andere betrokkenen met mijn bezorgdheden en met de vraag om dit unieke erfgoed niet te laten teloorgaan en het conform het goedgekeurde beheerplan te bewaren, te restaureren en open te stellen voor het publiek.

De enige korte reactie die ik meteen kreeg was opnieuw van de bevoegde schepen dat hij me kon melden dat "... verleden week het bureau ARAT aangesteld is door schepencollege om de uitvoering van het beheersplan te begeleiden. In eerste instantie gaan wij ons op het voorbereidingsgebouw concentreren."... We zijn een jaar verder en blijkbaar is er dus echt nauwelijks iets gebeurd. We kunnen veronderstellen dat de corona-crisis een rol heeft gespeeld, maar toch... 

Het gaat om hetzelfde bureau dat het beheerplan heeft opgesteld. Dat is alvast positief. Van het 'voorbereidingsgebouw' (of machinegebouw) met o.m. de kleipersen blijft weinig over. Of het op dezelfde plaats nog kan worden heropgebouwd is met de komst van de nieuwe kinderopvang zeer de vraag. Bekijk de onderstaande foto's en oordeel zelf.

 Wordt vervolgd...

 

Pannenfabriek Jorissen 1995 (Erfgoed Vlaanderen)

Pannenfabriek Jorissen 2009 (Archeonet)


Pannenfabriek Jorissen oktober 2021 (Patrick Boucneau)

Pannenfabriek Jorissen oktober 2021 (Patrick Boucneau)

Pannenfabriek Jorissen, wat overblijft van het machinegebouw (Patrick Boucneau)

woensdag 20 oktober 2021

Boek 100 jaar Nelissen Steenfabrieken

In 2021 bestaat Nelissen Steenfabrieken 100 jaar. Weinig bestaande keramische bedrijven kennen zo'n lange geschiedenis... We schreven over deze verjaardag al eerder op onze blog.

Op 8 oktober was het zover: het officiële verjaardagfeestje met alles er op en er aan. Uiteraard in aanwezigheid van een hele reeks belangrijke genodigden.

Naar aanleiding van de verjaardag verscheen ook het jubileumboek ‘100 jaar Nelissen’, geschreven door Xavier Lenaers. Het boek is geen gedetailleerde geschiedenis, wel een combinatie van een aantal relevante anekdotes uit de geschiedenis van het bedrijf, aangevuld met de 30 indrukwekkendste wereldwijde projecten (met stenen) van Nelissen, én de mooiste beelden uit het fotoarchief van het bedrijf en de familie.

De 'aftermovie' kan je bekijken op hun Facebook-pagina

Uiteraard wensen we Nelissen Steenfabrieken proficiat met hun 100ste verjaardag en nog vele jaren!

 

(Foto: Website Nelissen Steenfabrieken)


dinsdag 5 oktober 2021

‘Steenbakkerstunnels herontdekt’ is wandeling van het jaar!

‘Steenbakkerstunnels herontdekt’ is verkozen tot wandeling van het jaar in een wedstrijd van Toerisme Provincie Antwerpen. Deze wandeling door en langs steenbakkerserfgoed doorkruist Boom, Niel en Rumst en was een inzending van Toerisme Rupelstreek vzw.

De wandeling vertrekt aan De Schorre (een oude kleiput die wereldberoemd werd door Tomorrowland), loopt langs het beschermde dorpsgezicht Noeveren waar je de drie steenbakkerijmusea kan aandoen (’t Geleeg, EMABB en Museum Rupelklei). Onderweg wandel je langs een vijftiental tunnels die restanten zijn van de bloeiende baksteennijverheid. 

Bij ons bezoek aan de site Fraiteur ('t Geleeg) in 2019 deden we een stuk van deze mooie wandeling. Het is geweldig hoeveel steenbakkerserfgoed in die omgeving bewaard bleef. De toestand van het erfgoed is een andere verhaal. Gelukkig wordt er geïnvesteerd in de restauratie en het behoud ervan, kijk bijvoorbeeld maar naar de restauratie van de ringoven van EMABB.

 

Ringoven van steenbakkerij Fraiteur (Foto: Patrick Boucneau)


woensdag 15 september 2021

Hier wordt gewerkt! Een kinderboek over erfgoed!

ETWIE, de Vlaamse expertisecel voor technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed. maakte een kinderboek! 

In 'Hier wordt gewerkt' loodst men je aan de hand van kleurrijke prenten van illustrator Gunter Segers langs verschillende ateliers en werkplaatsen. De haven bruist van de bedrijvigheid. Zoemende spinmachines en kletterende weefgetouwen vullen de textielfabriek. Letter voor letter komt een boek in de drukkerij tot leven. Graan wordt gemalen. Broodjes worden gebakken. In de smidse is het lekker warm. De steenkoolmijn neemt je mee onder de grond...
En... In de steenbakkerij zie je hoe bakstenen gemaakt worden....

Rokende ringovens, volle droogloodsen, arbeiders die bakstenen maken en uitdragen naar het tasveld, een diepe kleigroeve met baggermachines en vrachtwagen, een schip dat met bakstenen geladen wordt... Een prachtig plaatje. Duidelijk geïnspireerd door de situatie in de Rupelstreek.

Maar we hebben ook een klein puntje van kritiek: terwijl grote baggermachines de klei uitgraven in de kleigroeve, worden er nog volop met de hand bakstenen gemaakt... Het zou kunnen dat een dergelijke combinatie in de Rupelstreek nog lang bestond, elders was dat zeker niet het geval...

Het is hoe dan ook een prachtig prentenboek! Het eerste kinderboek (wat mij betreft) waar op een redelijk verantwoorde wijze heel wat ambachten en nijverheden realistisch getekend werden. Dit leuke kijkboek is te koop via ETWIE of in de lokale boekhandel.

Hier wordt gewerkt - kijk- en zoekboek doorheen ateliers
Hardcover, formaat 32x24 cm
Prijs: €15
(c) Gunter Segers en Uitgeverij Pelckmans, op initiatief van ETWIE
ISBN: 978-94-6383-305-9



 

dinsdag 31 augustus 2021

Tips Open Monumentendag 2021!

Op 12 september aanstaande is het weer Open Monumentendag. Het thema dit jaar is Inclusie. Er zit ook opvallend veel spoorwegerfgoed in het programma. Dat heeft uiteraard te maken met het Europees jaar van het Spoor

Wij gingen opzoek naar het 'klei-erfgoed' in het programma. Een magere oogst dit jaar. Ook al werd er in de aanloop naar de Open Monumentendag een interessant filmpje gemaakt over Tomorrowland (!) en het arbeiderserfgoed van de steenbakkerijen in de Rupelstreek!

Wij vonden enkel de vermelding van het Museum Rupelklei in Terhagen (provincie Antwerpen). Zij besteden aandacht aan het kleisteken in de steenbakkerijen door de eeuwen heen.

Museum Rupelklei richt het vizier op een essentiële component van de baksteenproductie: klei delven en transporteren. Tot het begin van de 20ste eeuw veranderde er op technisch vlak weinig, maar dan ging het razendsnel. De intrede van de bagger maakte een einde aan het kleisteken met de spade. Het transport met paard en kar van de groeve naar de steenmaker, maakte plaats voor een netwerk van sporen waarop treintjes met kiepwagens de klei vervoerden. Nog later werden het transportbanden en nog later grote vrachtwagens. De transitie voltrok zich in minder dan honderd jaar. Ze wordt in het museum in beeld gebracht door video’s, foto’s, maquettes, een presentatie en een brochure. Een belangrijk stuk erfgoed komt terug tot leven.

Allen daarheen!

 

Nog een Limburgs extraatje: in Pelt kan je in het kader van het Europees jaar van het spoor gaan kijken naar de zogenaamde saxby seinhuisjes! Dat mag je als een toegeving beschouwen ;-)

Nieuwe foto van de steenbakkerij Koolmijn Beringen

Onlangs vonden we op de veilingssite Delcampe nog een foto van de steenbakkerij bij de koolmijn van Beringen. Eerder vonden we een gelijkaardige postkaart en een foto uit het archief van de provinciale dienst erfgoed PCCE. 

De foto is uit een andere kijkrichting gemaakt dan de prentkaart die we reeds kenden. De periode is allicht dezelfde (vlak voor of kort na Wereldoorlog 1). Ook nu zien we rijen met drogende brikken, afgeschermd met rieten matten. Achteraan rechts staat een brandende veldoven te roken. Links achteraan staat een veldoven die waarschijnlijk nog in opbouw is, met er voor een groep arbeiders.



zondag 29 augustus 2021

Brikkenbakkers op de Luythegge

In Meeuwen 'op de Luythegge' waren leemkuilen en was er een veldoven in het begin van de 20ste eeuw. De 'briqueterie' staat vermeld op de stafkaart van 1904. Deze steenbakkerij stond reeds in onze inventaris, maar we vonden tot nu toe niet meer informatie. 

De Geschied- en heemkundige kring van Meeuwen-Gruitrode schreef er in 2019 een stukje over in hun tijdschrift 'Reengenoten'. Ze publiceerden ook deze prachtige foto die we mochten overnemen (waarvoor dank)!

Steenbakkers aan het werk 'Op de Luythegge', ca. 1925. Op de foto vooraan v.l.n.r. Maria Elisabeth Coenen (met kofffiemoor), Martinu Josephus Jonkers (met mand) en Arnold Lambert Jonckers (met de eerste kruiwagen). De andere personen zijn onbekend. (Foto: Jos Jonckers, De Reengenoten)


 

De steenbakkerij kwam aan bod in een artikel over de familie Jonckers-Coenen in Meeuwen. Arnold Lambert Jonckers (Reppel, 1869 - Ellikom, 1934) was gehuwd met Maria Elisabeth Coenen (Meeuwen, 1871 - Genk, 1963). Ze hadden 8 kinderen. De jongste zoon, Martinus Josephus Jonckers (1910 - 1993) staat met zijn ouders op de foto. Het gezin woonde in Meeuwen op de Luythegge, langs de weg naar Ellikom. De andere personen op de foto zijn niet bekend. Het lijken allemaal werklui te zijn. Ze zijn bezig een veldoven op te bouwen (de buitenzijde is nog niet afgewerkt met leem). We zien de gestapelde gedroogde brikken en de laagjes steenkool. In de manden zit allicht ook steenkool.

In het artikel wordt verder nog vermeld dat ere-voorzitter van De Reengenoten, Jean Bosmans, weet te vertellen dat zijn vader Martinus Bosmans (1911 - 1987), toen die jong was, in de Luythegge 'leim ging trèje' en dat ook andere jongens daarvoor werden ingeschakeld.



donderdag 26 augustus 2021

Oproep VVIA voor relichten keramische nijverheid: het Limburgse lijstje


De Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) neemt het initiatief om belangrijk erfgoed van de keramische nijverheid te (laten) beschermen. Ze wil hierover in de loop van de volgende maanden een rapport overhandigen aan de Vlaamse overheid.

De aanleiding voor dit initiatief is het onduidelijke lot van twee belangrijke steenbakkerijen in Vlaanderen, nl de steen- en buizenbakkerij Dumoulin in Wijtschate en de steenbakkerij Hove in Ninove. Die laatste is nog een actieve traditionele steenbakkerij, maar ze zou omwille van milieuredenen de deuren moeten sluiten. Ook in Limburg zijn er steenbakkerijen die door strengere milieuregels of hun kleinschaligheid in de toekomst zouden kunnen verdwijnen. We schreven hier al eerder een stukje over op deze blog.

Dat zo'n kwantitatieve en kwalitatieve inventaris echt nodig is, blijkt onder meer uit de intussen verdwenen schoorsteen van de steenbakkerij van de koolmijn van Winterslag die desondanks nog steeds in de inventaris stond! 

VVIA wil de problematiek ruimer aanpakken en doet dus een oproep voor een brede inventarisatie. VVIA wil weten wat de toestand is van de beschermde sites en van de sites opgenomen in de vastgestelde inventaris. Bovendien is men ook op zoek naar relicten die (nog) niet beschermd zijn. 

In Limburg?

Voor Limburg hebben we op basis van onze inventaris een voorlopig lijstje opgesteld. Het is opvallend dat er in onze provincie heel weinig erfgoed bewaard bleef, maar dat er wel nog enkele kleine familiebedrijven actief zijn en er ook nog twee (oude) ringovens in gebruik zijn. 

Beschermd erfgoed en (mogelijk) relicten:

 Nog actieve bedrijven met (mogelijk) erfgoed:

Omdat we nog maar weinig locaties uit onze inventaris ter plaatse bezocht hebben bestaat de mogelijkheid uiteraard dat er ter plaatse misschien nog nog relicten van oude panovens of steenbakkerijen bewaard bleven. Anderzijds weten we ook niet welke erfgoedwaarden er nog aanwezig zijn in de bestaande actieve steenbakkerijen. We hebben in elk geval enkele bekende aspecten vermeld. De twee nog actieve ringovens zijn zeker uniek in Vlaanderen!

Alle aanvullingen en suggesties zijn welkom. Op de website van VVIA kan je hiervoor een invulformulier downloaden.

woensdag 25 augustus 2021

De schoonheid van een dakpan

Kan je een dakpan mooi vinden? In dit geval zeker. De ontwerper gaf ze zelfs een 'hartje' mee!

Op 25 augustus konden we eindelijk naar Balen rijden om enkele pannen op te halen. Op de website 2dehands vonden we enige tijd geleden "2 paletten dakpannen Sociéte st joseph - Sylvain Francart" met een afbeelding erbij waarop het fabrieksmerk zichtbaar was. Het waren duidelijk pannen van het bedrijf Briqueteries et Tuileries St.-Joseph dat Sylvain Francart oprichtte in Beerse bij Turnhout in 1875. Hij zou het bedrijf in 1907 verkopen om in 1908 een volledig nieuwe fabriek te starten in Tongeren: Tuileries et Briqueteries Notre-Dame. Daarover kan je meer lezen in onze inventaris en we schreven al eerder twee stukjes op onze blog: over de tunneloven en over het kerkje dat door de familie Francart werd gebouwd.

Het zijn mooie pannen, ook al zijn ze al meer dan 100 jaar oud. Het is een mechanisch vervaardigde pan in roodbakkende klei. Het gaat om een type kruispan (je kan ze alleen gekruist of 'in verband' gebruiken) met een brede enkele zijsluiting. Bovenaan gaat het om een dubbele kopsluiting. Aan de achterzijde zitten twee stevige ophangnokken en is er een 'oogje' waarmee de pan verankerd kan worden aan de panlatten of het onderdak. Technisch gezien een degelijke pan.

De pan kreeg ook mooie versiering mee: op de sluiting twee dikke groeven met vier korte schuine en op de middelste golf twee dunne lijnen afgewerkt met een hartje. Aan de onderzijde staat in een mooi stevig lettertype de naam van het bedrijf, de eigenaar en de locatie: "Société St. Joseph - Sylvain Francart - Turnhout Anvers". Op de onderkant van de sluiting staat een eenvoudige symmetrische versiering. Voor de ontwerper van deze pan mocht zijn product ook echt mooi zijn!

Een mooie vondst!

 




donderdag 1 juli 2021

Archeologisch onderzoek en baksteenovens...

'Onze' historische inventaris van Limburgse pannenovens en steenbakkerijen is bijna uitsluitend gebaseerd op historische bronnen: inventarissen, kadaster, kaarten, artikels...  Uiteraard zijn er nog andere manieren om historische locaties op het spoor te komen. Via archeologisch speurwerk bijvoorbeeld. Archeologische vondsten kunnen de historische bronnen aanvullen en bevestigen.

In een bijdrage aan een congres over baksteen in 2009 geeft Else Hartoch een overzicht van de bekende archeologische vondsten van baksteenovens in Vlaanderen (Archeologisch onderzoek naar baksteenovens in Vlaanderen: een overzicht, Else Hartoch, in: In vuur en vlam, Omgaan met baksteenerfgoed in Vlaanderen, 2009).

Deze aanzet tot inventarisatie van archeologisch onderzochte steenovens in Vlaanderen resulteert in een 30-tal relicten verspreid over de vijf provincies. De gevonden materiële resten blijken voorlopig niet ouder te zijn dan de 14de eeuw. Deze archeologische inventaris uit 2009 is gebaseerd op uiteenlopend bronnenmateriaal, gaande van mondelinge overlevering, nog niet verwerkte opgravingen, gepubliceerde opgravingen en prospecties, tot toevalsvondsten en snelle registraties in noodsituaties. De informatie over de gevonden ovens is even divers. De auteur ziet haar overzicht als een aanzet tot verder onderzoek.

Wij waren erg benieuwd of dit overzicht interessante informatie zou opleveren voor onze inventaris.
In het overzicht van Else Hartoch komen slechts vijf Limburgse vondsten voor. Het gaat het om drie vondsten in Tongeren (16de-20ste eeuw), eentje op de grens van Eksel-Overpelt (19de-20ste eeuw) en een in het centrum van Bree (15de eeuw). Telkens gaat het blijkbaar om tijdelijke (eenmalige?) veldovens waar brikken gebakken werden. De vondst op de grens van Eksel-Overpelt zou gelinkt kunnen zijn aan de bouw van de kerk van Eksel rond 1900 en allicht is er zo ook een link met de pannen- en brikkenbakkers van de familie Beckers uit onze inventaris.

Benieuwd of er in de toekomst in Limburg meer archeologische vondsten zullen gebeuren.

 



 

vrijdag 11 juni 2021

Klein duimpje en de reus: Vandersanden steunt brikkenbakker Rony Wagemans in Werm

Sinds 2020 doet het grote bedrijf Vandersanden beroep op het één-mans-brikkenbedrijf Wagemans uit Werm om stenen voor hen te bakken. Volgens eigen zeggen ziet Vandersanden dit als een manier om het traditionele steenbakkersambacht in leven te houden. Door de samenwerking kan Rony Wagemans elk jaar niet twee maar drie ovens afbakken. In het totaal goed voor 600000 stenen! 

Het is een sympathiek initiatief van baksteenreus Vandersanden, maar allicht is er goed over nagedacht. Vandersanden brengt deze stenen (ook?) op de markt onder de naam 'Oud Maasland DF'. Op een Nederlandse site staat dit type steen vermeld als "knoestige stenen, vervaardigd volgens een gepatenteerd procede voor een authentieke sfeer". Uiteraard draagt dit initiatief dus ook bij aan het imago van de traditionele gevelstenen die Vandersanden voor het overige wel in moderne fabrieken produceert.

In Werm (Hoeselt) maakt de familie Wagemans sinds 1934 brikken op de traditionele manier: in een (gestapelde) veldoven. De huidige generatie, Rony Wagemans, leerde het vak van zijn vader, en hoopt dat ook zijn zoon het ambacht verder zet. Hij is zowat de laatste Belgische brikkenbakker die in weer en wind zijn stenen vormt en ze met veel kennis van zaken in een veldoven afbakt.

 

(Lees ook ons stukje over ons bezoek aan steenbakker Wagemans tijdens Erfgoeddag in 2019)


De stenen gebakken door Rony Wagemans verkocht bij Vandersanden als 'Oud Maasland DF'
(foto's: Vandersanden)

 

Opzoekwerk in Hamont levert nieuwe ovens op!

Dankzij het opzoekwerk van de heemkundige kring van Hamont hebben we nu 2 panovens en 6 steenbakkerijen kunnen lokaliseren in Hamont. Dat zijn er nog een paar meer dan dat we tot nu toe al in onze inventaris hadden. Door hun concrete informatie kennen we nu ook de exacte locaties. Uiteraard is het verhaal niet volledig. Bijvoorbeeld hoe lang deze ovens actief waren of hoe ze er uit zagen, weten we (nog) niet.
Van deze acht ovens staan er nu ook nieuwe of aangevulde fiches in onze inventaris.

Panovens
- Panoven Jan Dolders
- Panoven Theodoor Michiel Spaas

Steenbakkerijen

- Steenbakkerij Damen
- Steenbakkerij Bernaerts - Verloren Kost
- Steenbakkerij Bernaerts - Achter de wal
- Steenbakkerij Triki
- Steenbakkerij Spaas-Winckels
- Steenbakkerij Theodoor Leonard Spaas

Uit het opzoekwerk in Hamont blijkt dat enkele (soms verwante) families erg actief waren; Triki, Bernaerts, Winkels en Spaas. Ze waren niet allemaal zelf pannen- of brikkenbakker: de familie Spaas waren afstammelingen van een zogenaamde familie van Teuten (rondtrekkende handelaren) en waren  grondeigenaars die de gronden beschikbaar hadden waar men klei kon delven voor de kleinschalige pannen- en brikkenovens. Bijna al de ovens lagen in dezelfde omgeving: Varkensbosch, ten westen van het centrum van Hamont.

Rond 1880 arriveerde ene Jan Dolders in Hamont, zoon van een pannenbakker uit Rekem. Hij zorgde er blijkbaar voor dat er vanaf dan ook pannen werden gebakken in de gemeente.

Een van de belangrijke afnemers van brikken waren de Zusters Ursulinen die tussen 1839 en circa 1900 niet alleen veel brikken kochten, maar ook heel wat Hamontenaars als metsers bij hen op de stellingen hadden staan. 

We zijn de mensen van de Heemkundige Kring 'De Goede Stede Hamont' erg dankbaar. Dit gedetailleerd opzoekingswerk vraagt wat tijd, maar is erg belangrijk om de lokale geschiedenis van de pannen- en steebakkerijen in een dorp te reconstrueren.

Met de nieuwe ovens er bij komt het totaal aantal steenbakkerijen en pannenfabrieken in onze Limburgse inventaris nu op 134!

Heel wat Hamontse pannen- en steenovens lagen in dezelfde omgeving Varkensbosch


 

woensdag 26 mei 2021

Gezocht: hulp van het Tongerse publiek!

Samen met het Stadsarchief van Tongeren zoeken we meer info over de steenbakkerij van de familie Francart.

Van 1907 tot 1982 was in Tongeren de Pannen- en steenbakkerij Onze-Lieve-Vrouw (Tuileries et briqueteries Notre Dame) actief. Het bedrijf werd opgericht door Sylvain Francart en zijn zoon Henri Francart. Het was een uniek bedrijf: van bij de start beschikte het over een stoomketel voor de eigen elektriciteitscentrale, een kolenvergasser en kort na de Eerste Wereldoorlog ook over een tunneloven. Waarschijnlijk was dit de eerste tunneloven in België.
Het bedrijf stopte in 1982 en alle gebouwen werden gesloopt. Enkel het gebouw waar de Schuttersvereniging Tongria gehuisvest is en enkele arbeiderswoningen bleven bewaard. Net als de Sint-Jozefskerk die oorspronkelijk ook door de familie Francart gebouwd werd.

Zoals ik al eerder schreef is het onze bedoeling om de geschiedenis van het bedrijf te schrijven aan de hand van documenten, foto’s, persoonlijke verhalen… We doen dit samen met enkele afstammelingen en met de hulp van het Tongerse Stadsarchief. Omdat er nauwelijks archieven van het bedrijf bewaard zijn gebleven doen we nu een oproep naar de inwoners van Tongeren.

We veronderstellen dat er nog heel wat informatie te vinden is, ook al is de sluiting intussen al 40 jaar geleden...


 

woensdag 19 mei 2021

Een nieuwe nieuwsbrief!

Regelmatig publiceer ik stukjes op mijn blog of voeg ik informatie toe aan mijn Limburgse inventaris van panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen. 

Om zoveel mogelijk mensen te bereiken met de resultaten van mijn inventarisatiewerk en om in gesprek te gaan met andere liefhebbers van Limburgs erfgoed en grofkeramisch erfgoed in Vlaanderen en België, ben ik onlangs gestart met een nieuwsbrief die er wat professioneler uitziet dan een doordeweekse mail (tot dan toe stuurde ik regelmatig een mailtje met wat nieuws).

Alle jullie reacties, opmerkingen, bedenkingen en aanvullingen zijn uiteraard heel erg welkom!

Via deze link kan je je inschrijven op mijn nieuwe nieuwsbrief.
 
 

maandag 17 mei 2021

Brikkeriejen en uitgebrikte gronden in Voeren

Uiteraard werden ook in de huidige gemeente Voeren bakstenen gebakken. Van pannen zijn we nog niet zo zeker. 

Tot nu toe hadden we geen informatie gevonden over de Voerense brikkeriejen of brikkenbakkerijen. Onlangs ontdekten we het uitgebreide online archief van de Voerense vereniging Heem en Natuur en hun verschillende tijdschriften. In een van die tijdschriften, namelijk d'r Koeënwoof (de Korenwolf, lokale benaming voor de wilde hamster) stond een kort overzicht van mogelijke steenbakkerijen van de hand van Jaak Nijsen (overleden in 2009).

Meerdere baksteenbakkerijen zijn ons bekend:

De Plank: op "het Belgisch", tegenover het "Hollandse" waterreservoir was er voor de oorlog nog de brikkenbakkerij. Of er toen nog brikken geproduceerd werden is onzeker.

De brikkenbakkerij in het Veurzerveld - de huidige weide tegenover het voormalige station - hebben we nog weten werken: lange rijen opgestapelde bakstenen met daartussen brandstof; en de oude machine om twee bakstenen tegelijk te vormen. Deze bakkerij was vóór WO 2 in bedrijf, misschien ook nog daarna. Waar de "brikkebekkere" vandaan kwamen is onzeker.

Ook in Sint-Martens-Voeren: De Lebeau - huizen zijn gebouwd met baksteen die daar ter plaatse gebakken is (zegt Maria Schillings).

Tussen Schilberg en Ulvend was er begin 20e eeuw een brikkenoven. Tijdens WO 1 zaten Duitse soldaten er op om de grens te bewaken. Ca 1925 werd er een huis op gebouwd. Rond dat gebouw - mijn oudershuis - was er nog lang "brikkeroem" te vinden, baksteengruis.

In Moelingen werden er bakstenen gebakken op de Wezeterweg.

JN

In onze inventaris namen we eerst enkel de steenbakkerij in het Veurzerveld op. Alleen van deze steenbakkerij was de informatie voldoende concreet en te lokaliseren. Later ontdekten we op een militaire kaart uit 1931 de aanduiding van de 'briqueterie' aan De Plank. Van de andere vermelde locaties is het niet duidelijk of het over een permanente steenbakkerij ging.

Door het relatief goed bewaarde landschap in Voeren zijn er ook nog enkele 'uitgebrikte gronden' te vinden in de Voervallei. Die werden door de Vlaamse overheid in de Inventaris Onroerend Erfgoed opgenomen als beschermd landschappelijk element.

 

's Gravenvoeren, Meulenberg, uitgebrikt weiland Voervallei. Foto: Nele Vanmaele

 

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...