Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen

woensdag 13 augustus 2025

Een pannenfabriek met een kerk

Over het bedrijf van de familie Francart publiceerden we al heel wat informatie. Interessant is dat directeur Henri Francart in de jaren '30 van vorig eeuw zelf een kerk bouwde voor zijn personeel. Dit kerkje was een echt uithangbord voor het bedrijf.

In de periode tussen de twee wereldoorlogen produceerde de pannenfabriek van Henri Francart naast hun bekende 'système Francart' (een systeem van keramische elementen voor daken en muren), vooral geglazuurde bakstenen. Directeur Henri was een diepgelovig man en het kerkje dat door hem in 1932 werd gebouwd op de rand van het bedrijfsterrein aan de Henisstraat in Tongeren, was een echt uithangbord voor de producten die door het bedrijf werden gemaakt.

Speciaal aan dit kerkje is dat het gebouwd werd met een stalen skelet. Dat was ook de manier waarop het 'Systeme Francart' werd gebruikt, namelijk keramische elementen die bevestigd werden aan een stalen structuur. De binnenafwerking van het kerkje bestaat volledig uit gekleurde bakstenen in diverse kleuren en modellen.

Kerk in opbouw in 1932. We zien de stalen structuur en achteraan de ruwbouw van de directeurswoning.
(Foto: familiearchief Francart)
Achteraan het kerkgebouw werd de directeursvilla toegevoegd. De laatste directeur van het bedrijf, nl. Jean-Marie Francart, woont er nog steeds. 

Zicht op de kerk en de directeurswoning vanaf het bedrijfsterrein begin jaren '50. 
Vooraan zien we in het midden Henri Francart (1882-1952) en links zijn zoon Sylvain.
(Foto: familiearchief Francart)
Begin jaren '60 werd de kerk uitgebreid, o.m. met een kapel voor de Heilige Rita. Sindsdien is de kerk ook een bedevaartsoord voor deze heilige. De plechtige inhuldiging kwam in de krant. In het artikel lezen we ook dat Henri Francart de kerk al in 1950 overdroeg voor de nieuwe parochie die in 1954 officieel werd opgericht. Blijkbaar werd het kerkje tot dan als een 'noodkerk' beschouwd.  

Het kerkje is een levende illustratie van de producten van het bedrijf van de familie Francart. De 'Pannen-en steenbakkerij Onze-Lieve-Vrouw' sluit in 1982 definitief de deuren en wordt vervolgens afgebroken. Het kerkje en de directeurswoning, evenals drie arbeiderswoningen worden behouden. Ook het 'nieuwste' gebouw van het bedrijf bleef overeind en wordt nog steeds gebruikt door schuttersvereniging Tongria. 

Een beeld van het interieur van de kerk (foto: Patrick Boucneau)

 

Unieke rondleiding in de Sint-Jozefskerk

Op zondag 7 december 2025 wordt door de toeristische dienst van de stad Tongeren-Borgloon voor de tweede keer een unieke rondleiding georganiseerd in deze Sint-Jozefskerk. Toeristisch gids Paul Denis vertelt het verhaal van de kerk (en het bedrijf van de familie Francart) onder meer op basis van onze informatie en een interview met Jean-Marie Francart, de laatste directeur van de pannenfabriek.

Praktische informatie:
Rondleiding op zondag 7 december, om 14 uur.
Parkeerplaats: parkeerterrein bij Henisstraat 20 te Tongeren.

Inschrijven via Visit Tongeren-Borgloon, info@visittongerenborgloon.be of 012 80 00 70

zondag 6 juli 2025

Limburgse merken tussen 1880 en 1936

Tijdens onze zoektocht naar de pannenfabriek die pannen met het merk 'VTB' produceerde, verwees Willem Driesen ons naar een publicatie uit 1991, nl. 'Inventaris van merken in Limburg gedeponeerd tussen 1880 en 1936'. 

Merken en merknamen

Merken bestaan al eeuwenlang, de eerste officiële registraties zouden al in de middeleeuwen ontstaan zijn. De toenemende industrialisering en commercialisering leidden in de loop van de 19de eeuw tot meer overheidsreglementering. Zo voorzag de Belgische wet van 1 april 1879 in een algemeen kader voor de registratie van merken. Tot 1971 moest elke fabrikant of handelaar die een fabrieks- of handelsmerk wilde beschermen hiervan een model neerleggen bij de griffie van de Rechtbank van Koophandel. 

Bewaarde processen-verbaal zijn te vinden in de rijksarchieven. Veel processen-verbaal zijn echter verloren gegaan, maar afschriften werden overgemaakt aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, nadien het Ministerie van Economische Zaken.  

Het archief van de Dienst Handels- en Nijverheidseigendom/Fabrieks- en handelsmerken van het Ministerie van Economische Zaken bleef bewaard en bestaat uit de geïllustreerde processen-verbaal van neerlegging van merken. Enkel de chronologisch geordende registers van fabrieks- en handelsmerken (1879-1970), die toegang geven tot de processen-verbaal, zijn integraal gedigitaliseerd.

Limburgse merken 

De merken die in Limburg gedeponeerd werden van 1880 tot 1936, werden geïnventariseerd en zijn ontsloten in het werk van A. Jacobs en R. Vandeweyer, "Merknamen. Inventaris van merken in Limburg gedeponeerd tussen 1880 en 1936", uitgegeven in Hasselt in 1991. Voor andere provincies gebeurde een dergelijke inventarisatie nog niet. Het is een omvangrijk losbladig werk van 192 pagina's met alle geïnventariseerde merken uit die periode. Je kan het momenteel online kopen bij De Slegte voor 75 euro.

Ik heb de publicatie kunnen inkijken bij een van mijn collega's van de provinciale Afdeling Erfgoed (bedankt Peter!). Op het eerste zicht zijn het vooral sigarenfabrikanten en jeneverstokers die hun talrijke merken registreerden. Dikwijls waren het prachtig geïllustreerde merknamen. 

Tongria 

Het aantal grofkeramische bedrijven in de inventaris viel erg tegen. Voor onze zoektocht naar het merk 'VTB' leverde het niets op. Wel vonden we het merk 'Impermo' van de Sint-Truidense familie Stultjens, niet eens een echt keramisch bedrijf, en het merk 'Tongria' van Tuileries en Briqueteries Notre-Dame, de pannenfabriek van de familie Francart. Het merk 'Tongria' werd blijkbaar geregistreerd bij de Rechtbank van Koophandel van Tongeren op 18 april 1924 onder het nummer 126.


'Tongria' was het merk waaronder het bedrijf van de familie Francart vanaf de jaren '20 heel wat producten verkocht: geglazuurde gevelstenen in allerlei vormen, holle elementen, vensterbanken... Later was het ook het merk van de holle welfsels die door het bedrijf geproduceerd werden.

Briefhoofd van het bedrijf Francart uit 1941 met vermelding van het merk 'Tongria'.

Dat het juist het bedrijf is van de familie Francart dat al in 1924 hun merk 'Tongria' registreerde, mag niet verbazen. Het waren in hun tijd erg innovatieve ondernemers die de wereld kenden. Ze publiceerden verschillende geïllustreerde catalogi en adverteerden actief in diverse kranten. Sylvain en zijn zoon Henri namen deel aan verschillende wereldtentoonstellingen en waren steeds op zoek naar naar betere productietechnieken. Vooral Henri dient heel wat aanvragen in voor patenten in binnen- en buitenland (Engeland, USA, Duitsland, Frankrijk, Denemarken...). 

Vandersanden

Ook vandaag de dag registreren grofkeramische bedrijven hun merken en handelsnamen, zij het nu op het niveau van de Benelux, Europees of internationaal. Kijk bijvoorbeeld in de database van het Beneluxburo voor de Intellectuele Eigendom naar de merken die door het Limburgse bedrijf Vandersanden werden geregistreerd.

 


zaterdag 5 juli 2025

Molen en voormalige pannenbakkerij in Elen te koop

Sinds kort staat de prachtig gerestaureerde windmolen van Elen (Dilsen-Stokkem) te koop. Het gaat om de windmolen en de bijhorende vakantiewoningen, waarvan enkele zijn ondergebracht in een voormalige pannenloods.

We schreven al eerder een stukje over deze interessante pannenfabriek die gelegen was aan de voet van windmolen 'De Hoop'. De pannenfabriek was actief van ongeveer 1870 tot 1930.

De eigenaar Dirk Peusens verkoopt nu de molen en de bijgebouwen omdat hij in Oost-Vlaanderen woont en het project graag overdraagt aan iemand anders. 

Dirk Peusens bij de molen en de pannendroogschuur die tot vakantiewoningen zijn ingericht. 
Foto: Mark Dreesen - Het Belang van Limburg

In het Belang van Limburg doet hij zijn verhaal. Dirk Peusens groeide op in Heppeneert. Windmolen De Hoop stond naast zijn ouderlijke woning op grondgebied Elen. Op zijn 21ste kocht Dirk de molen, waarvan hij de wieken nog nooit had zien draaien. Dat was in 2001. “Ik kocht de totaal vervallen windmolen om ze op te knappen en de bergmolen weer maalvaardig te maken”, zegt Dirk. “Mijn echtgenote Karin Boers en ik houden van maatschappelijke projecten en samen met de inwoners van Elen hebben we de windmolen opgeknapt via een vzw. Heel veel mensen hebben meegewerkt aan de renovatie.” Later verbouwde hij ook de voormalige pannenloods tot twee vakantiewoningen.

Het domein met de maalvaardige windmolen staat te koop voor 720 000 euro.

Je kan de activiteiten in de molen volgen via zijn Facebook-pagina.

Foto van de molen (met de molenaar) en de pannenoven (helemaal links) uit 1905, 
met de pannenbakkers en hun materiaal, de familie en allicht ook de eigenaars (rechts)

 

vrijdag 27 juni 2025

Raadselachtige dakpannen... uit Bree!

Onlangs kreeg ik van mijn 'pannenvriend' Huub Mombers de vraag of ik een idee had waar dakpannen met het merk 'VTB' vandaan zouden kunnen komen. Het werd een speurtocht waarbij ik bij heel wat mensen informeerde en uiteindelijk de bevestiging kreeg van wat we al van in het begin een beetje vermoed hadden...

De kruispan van Huub
Ik had wel wel eens eerder pannen met het merk 'VTB' gezien op tweedehandssites, maar ik dacht altijd dat ze van een of ander Kempisch bedrijf afkomstig waren. Toen Huub me uitdrukkelijk de vraag stelde of ik niet wist waar deze kruispannen vandaan kwamen ging ik actief op zoek. Huub vermoedde immers dat het, omwille van het formaat, Belgische pannen waren. Hij had immers ook pannen van het type 'tuile du nord' met het merk 'VTB' in zijn bezit. Deze pannen waren afkomstig uit Dilsen-Stokkem...

Navraag bij heel wat kenners leverende weinig op (toch heel erg bedankt allemaal!). Wel was men er zo goed als zeker van dat het geen pan kon zijn uit de Kempen (Beerse, Turnhout...). Ook een inventaris van Limburgse merken gedeponeerd tussen 1880 en 1936 leverde niets op (wel een vermelding van het bedrijf Francart).

Limburgse pannen? 

Als je op tweedehandssites gaat kijken, blijken de pannen met het merk 'VTB' toch vooral in Limburg aangeboden te worden: Bree, Bocholt, Achel, Peer, Maaseik, Kuringen (Hasselt), ... Dat kon er op wijzen dat ons vermoeden (ook van Huub) juist kon zijn, namelijk dat het om pannen uit Limburg en meer bepaald uit Bree kon gaan. Dan kon het gaan om het bedrijf Van de Venne - Vandermeulen, ook wel Taxandria. Nochtans had ik van dat bedrijf tot nu toe alleen pannen gevonden waarbij de fabrieksnaam voluit werd vermeld...

Vermelding van de bedrijfsnaam 'Vandevenne et Vandermeulen Bree Belgique' op een zwarte muldenpan

 

Vermelding van de bedrijfsnaam 'Van-de-venne & Van-der-meulen Bree' op een rode kruispan

Raadsel opgelost

De oplossing kwam uiteindelijk uit Bree. Rik van de Konijnenburg, voorzitter van de stedelijke erfgoedraad van Bree, bevestigde dat 'VTB' stond voor Vandermeulen - Taxandria - Bree.

Raadsel opgelost dus. Alleen zouden we graag nog de materiële bevestiging vinden in de vorm van een factuur, folder of advertentie. Volgens Rik is ook een deeltje van het bedrijfsarchief in bewaring gegeven bij het archief van het stadsmuseum. Ik kan dus nog verder op zoek gaan naar meer informatie. Bovendien gaf hij me ook nog de contactgegevens van een van de afstammelingen van de familie Vandermeulen. 
Ik wil dus graag Rik heel erg bedanken voor zijn hulp! 

Pannenfabriek Taxandria 

Pannenfabriek Taxandria heeft een lange geschiedenis. De pannenfabriek (Taxandria, of ook Pannenfabriek Taxandria, Vandermeulen en Cie of Pannenfabriek Van de Venne & Vandermeulen) werd waarschijnlijk opgericht rond 1900. Oorspronkelijk startte ze rond 1840 op een andere locatie en werd later Pannenfabriek J. Van De Venne & Jos. Van Der Meulen.

Afbeelding van het bedrijf op een briefhoofd op de oorspronkelijke plaats, voor 1900.
Een interessant beeld van het bedrijf met vooraan het kanaal met een schip getrokken door een paard 
en een schip met rokende schouw, met allicht van een stoommachine

In het begin van de 20ste eeuw maakt men allicht enkel rode en 'blauwe' sluitpannen. Na de eerste wereldoorlog werd een ringoven gebouwd en de productie gebeurde nu bijna uitsluitend mechanisch. Dat zorgde voor een grote productietoename. Vanaf 1932 ging men ook (opnieuw) bloempotten produceren. De productie daarvan bleef lange tijd een belangrijk deel van de activiteit.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd het bedrijf zwaar beschadigd. De machines zelf bleven blijkbaar gespaard en men kon met eigen kapitaal snel weer opstarten.

Het bedrijf produceerde diverse types dakpannen. Uit een advertentie uit 1927 komen we te weten dat het bedrijf, behalve kruis- of Bouletpannen, ook Leforest- of Kortrijkse pannen, Mulden-, Noord- en handpannen produceert en uiteraard alle bijkomende types en benodigdheden. De verzending van de bestelde pannen gebeurt zowel per trein als per schip! In een artikel uit 1952 wordt vermeld dat het productieprogramma bestaat uit 'rode en verglaasde pannen, dubbele sluitingen in veschillende modellen, alle mogelijke hulpstukken voor het bouwbedrijf en tenslotte bloempotten'.

In de jaren '50 legt men zich (of een nevenbedrijf) ook toe op 'kunstceramiek': sierpotten, vazen, schotels enz. Dakpannenfabriek Taxandria sloot de deuren in de zestiger jaren. 

Het bedrijf Taxandria in de jaren '50 (foto uit een krantenartikel uit 1952)

 

dinsdag 3 juni 2025

Bedankt Adriaan!

"Met diepe verslagenheid en grote droefheid melden wij u het overlijden van Adriaan Linters, onze medeoprichter, erevoorzitter en meer dan 47 jaar de drijvende kracht achter de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA). Op zaterdag 31 mei is hij van ons heengegaan – moedig, vastberaden, en tot het allerlaatste moment trouw aan wie hij was."

Zo staat het overlijden van Adriaan gemeld op de website van de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie, de vereniging die Adriaan in 1978 oprichtte. "De man die de Limburgse mijngebouwen redde van de sloop", schrijft Het Belang van Limburg.

"Adriaan Linters was een man van visie, van principes en van actie. Hij was de stem die industriële archeologie in Vlaanderen en in Europa op de kaart zette, lang voordat het thema enige maatschappelijke erkenning kende en hij was een vurig pleitbezorger van industrieel toerisme. Hij was geen man van compromissen als het om erfgoed ging. Hij redde menig industriële gebouwen van sloop, verzamelde vergeten kennis over arbeid, en bracht generaties in contact met ons verleden dat niet mocht verdwijnen."

Ik heb Adriaan jammer genoeg nooit in levende lijve ontmoet. Ik heb hem wel regelmatig gemaild over mijn zoektocht naar Limburgse pannenfabrieken en steenbakkerijen. Hij reageerde altijd met concreet advies. Hij volgde mijn blog en gaf commentaar op mijn nieuwsbrief. Adriaan steunde mijn initiatieven voor het behoud van de pannenfabriek in Loksbergen.

Heel erg bedankt Adriaan! We gaan je erg missen! Hasta Siempre! Fins sempre!

 

Adriaan Linters tussen archiefstukken. © HBVL - Kurt Desplenter 

Meer over het werk en leven van Adriaan Linters:

- in Het Belang van Limburg
- in Het Nieuwsblad
- Op Wikipedia


donderdag 29 mei 2025

Schoorsteen in Nieuwpoort definitief gered?

Graag wil ik iets positiefs vertellen over een oproep die ik in 2021 deed in een bericht op deze blog. Het gaat om de oude schoorsteen van een steenbakkerij in Nieuwpoort met een straf verhaal uit de Eerste Wereldoorlog. Het leek er toen op dat die zijn bescherming zou verliezen en gesloopt zou worden.
Na een succesvolle petitie en heel veel reacties bleef dit monument toch beschermd.

Nu is er nog meer goed nieuws. De stad Nieuwpoort schenk het perceel met de schouw aan de erfgoedorganisatie Herita en geeft samen met de voormalige privé-eigenaar ook nog geld voor de restauratie.

Foto:

Céramiques et Briqueteries Mécaniques du Littoral

De schoorsteen deed tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst als observatiepost en geldt als één van de belangrijkste oorlogsrelicten in de streek. Het relict is sinds 1992 beschermd als monument.
Hij maakte ooit deel uit van de steenbakkerij Briqueteries, Tuileries et Céramiques, opgericht in 1904-1905.

De fabriek, gelegen net ten westen van het dorpscentrum van Ramskapelle, kende een korte industriële bloei alvorens de productie abrupt werd stilgelegd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De hoge fabrieksschouw kreeg toen een nieuw, strategisch doel: ze werd ingericht als observatiepost door de geallieerden, onder meer door de 126th (East Lancashire) Brigade en de Royal Engineers 428 Field Company.

Tijdens de IJzerslag in oktober 1914 lag de steenbakkerij in de frontlinie. Ramskapelle dreigde toen in handen van de Duitse troepen te vallen, maar de onderwaterzetting van de IJzervlakte voorkwam een doorbraak. De fabriek liep zware schade op, maar de tot observatietoren omgebouwde schoorsteen bleef overeind. Ze werd meermaals beschoten, waardoor ze in de loop der jaren geleidelijk in hoogte werd gereduceerd. Vandaag herinnert ze aan het oorlogsverleden van de stad en regio.


zondag 30 maart 2025

Avoid the void (voor Ludo)

Mijn vriend en buurman Ludo Thys is op 26 maart overleden. Hij verloor zijn strijd tegen kanker...

Ludo was beeldend kunstenaar en oud-docent keramiek aan de hogeschool PXL in Hasselt. Ludo was een veelzijdig kunstenaar en een specialist in keramiek, glazuren en kleitechnieken. Zijn werk is nog steeds te bewonderen op zijn website.

Hij was mijn compagnon, zeker als het over klei, keramiek en Schulense pannen ging. Samen organiseerden we in onze Pannenstraat in Schulen ons eerste Pannenfeest op 1 juli 2007 en onze deelname aan Open Monumentendag op 9 september 2018.

Avoid the Void is een schilderij dat Ludo enkele jaren geleden maakte, maar dat voor hem persoonlijk nog niet afgewerkt was. De afgelopen maanden kreeg het een profetische betekenis voor Ludo en zijn naasten. Vermijd de leegte, vul hem op met herinneringen aan de prachtige kunstenaar en mens die Ludo was.

Ik zal Ludo geweldig missen...


dinsdag 28 januari 2025

Hasselts steen- en pannenbakkers in de 19de eeuw

In en rond Hasselt zijn al honderden jaren steenbakkers en pannenbakkers actief. Het is evenwel niet eenvoudig om een lijst op te stellen van de concrete locaties en de namen van de betrokken eigenaars en ambachtslui. Toch doen we een poging.

In dit overzicht bespreken de pannenbakkers en steenbakkers in de 19de eeuw in Hasselt, dus zonder Kortessem (fusie sinds 2025). Overigens zijn er geen permanente steenbakkerijen of panovens bekend voor Kuringen, Stevoort, Stokrooi, Kermt en Spalbeek.

Veel algemene bronnen

Voor de 19de en het begin van de 20ste eeuw beschikken we voor Hasselt over verschillende algemene bronnen. Over de verguningen uit de Nederlandse tijd, de Inventaris voor het primitief kadaster, de Nijverheidstellingen en de Almanakken hadden we het al eerder. Verder zijn er nog de kaart van Vandermaelen en een aantal krantenberichten (ook met dank aan Jos Sterk).
Dat levert een hele lijst met namen van eigenaars en ambachtslui op én soms de namen van plekken waar deze bedrijfjes actief zijn geweest. 

Jammer genoeg kunnen we tot nu toe weinig steenbakkerijen of pannenovens tot op perceelsniveau lokaliseren. Daarvoor moeten we op zoek gaan naar documenten (vergunningen, kadastrale gegevens...) waarin we heel concrete beschrijvingen of de kadasternummers kunnen terugvinden...

Steeds dezelfde omgeving

Ook al kennen we tot nu toe vooral 'vage' locaties, toch komen we altijd op dezelfde plekken terecht. Reeds in de Late-Middeleeuwen waren op sommige van deze locaties steenbakkers actief!

Het gaat om een gebied in de buurt van de Oude Luikerbaan (Helbeek), een gebied tussen Hellebeemden, Trekschuren en de Luikersteenweg in Rapertingen (Hollands Veld), twee zones in Runkst (Dormael, Oude Maasstraat) en een locatie in Sint-Lambrechts-Herk (Schoonwinkel, Kattendans...). 

Kaart Vandermaelen (1846-1854) met de locaties waar steen-en pannenbakkers actief waren in de 18de en 19de eeuw.


Dit zijn de namen (en de plekken)

Uit de verschillende bronnen kunnen we volgend overzicht samenstellen:

 -   Onbekende eigenaar
        (Kaartenboek
Petrus Vanpaesschen: 1782)
        (
Over perceel 951: 'met een deel van een steenbakkerij gelegen tegen de Boekstraat'.
        S
teenbakkerij in gebied Dormael
        Runkst, Boekstraat

-    Onbekende eigenaar
        (Kaartenboek Petrus Vanpaesschen: 1782)
        (O.m.
perceel 1039 waar 'leem' uitgegraven werd of waar stenen werden gebakken)
        Ook vermeld als 'Briqueterie' op kaart Vandermaelen 1846-1854.
        Hasselt, Oude Luikerbaan

  -    Onbekende eigenaar
        (Reus De Langeman gebouwd in een pannenbakkerij in Runkst: 1810)
        'entre le Boomkens- et le Fonteinstraat'
        Runkst, tussen Boomkensstraat en Fonteinstraat      

-    Thoelen G.
        (Vergunningen Nederlandse periode: 1828)

-    Wilsens J.G.
        (Vergunningen Nederlandse periode: 1828)
        (Almanak: 1833, 1851, 1854, 1857, 1860)
        'fabricants de briques et pannes'
        Hasselt, Lombardstraat 225

-    Maris J.
        (Almanak: 1833)
        'fabricants de briques et pannes'

 -    Poutrain L.
        (Almanak: 1833)
        'fabricants de briques et pannes'

-     Depotesta Delheid Karel Louis, rentenier, Luik
        (I
nventaris primitief kadaster: 1840)
        Runkst, Oude Maasstraat (kadasterperceel: F 913 (oud))
        Deze oven zou volgens krantenberichten uitgebaat zijn door Moons en Simons,
        later door Quintiens.

-    De Cecil Karel en consoorten, Baron-rentenier, Sint-Lambrechts-Herk
        (Inventaris primitief kadaster: 1840)       
        Sint-Lambrechts-Herk (Schoonwinkel), Panovenstraat (kadasterperceel: C 127 (oud))
        Op Hasel lezen we: 'Baron de Cecil en J. de Luesemans verkochten in 1857
        op Schoonwinkelhoven een pannenbakkerij, twee ovens, twee droogplaatsen,
        een werkhuis en enige percelen grond.'

-    Dortangs (J.J.H.)
        (Almanak: 1851, 1854, 1857 (weduwe), 1860, 1866)
        'fabricants de briques et pannes'
        Hasselt, Botermarkt 141
        (De Onafhankelijke, 19de eeeuw)
        "kareelbakkerij, Luikersteenweg"

-    De Luesemans
        (Almanak: 1851)
        'fabricants de briques et pannes'
        Hasselt, Luikersteenweg 7

-    Halleux
        (Almanak: 1851)
        'fabricants de briques et pannes'
        Hasselt, Hoogstraat 198

-    Sottiaux J.
       
'fabricants de briques et pannes'
        (Almanak: 1857, 1860)

-    Duys Elisabeth , weduwe van Milis Pieter Frederik (1801-1865)
        (krant: 1868)
        'De weduwe van de drukker had een kareelbakkerij buiten de Luikerpoort'

-    de Corswarem
        (krant: 1877)
        'De panoven van de Corswarem lag in de Hel' 

-    Martens
        (krant: 1880)
        'Nieuwe steenbakkerij Martens in de Kattendans in Sint-Lambrechts-Herk'

-    Ghuys Victor
        (krant: 1882)
        'Steenbakkerij op de Luikersteenweg'
        Hasselt,
Kuringersteenweg 180

-    Vanbongaerde
       
(krant: 1882)
        'Failliet karelenbakker Vanbongaerde in Sint-Lambrechts-Herk, in de Kattendans
        op zaterdag 1 april om 10 uur verkocht deurwaarder Haesen 2 stoomovens en
        plusminus 300.000 karelen, 2 karren, kruiwagens'

-    Buckelberghs Henricus
        (De Onafhankelijke, 19de eeuw)
        'panoven, Trekschuren'
        (krant, 19de eeuw)           
        'Te koop op de Panhoven in de Hel van Henricus Buekelberghs 1 paard en 2 koeien'

-    Claesen Jean Baptiste
        
(De Onafhankelijke, 19de eeuw)
        'karelen te koop aan zijn hoven in Rapertingen tegen de Luikersteenweg'

-    Rooten Joseph (1829-1888)
        (krant, 19de eeuw)
        'kareelbakker op het Hollandsveld op het land van Nolens-Frederix'

Geologische logica

De ligging van deze steenbakkerijen en pannenovens in het zuiden van Hasselt is geen toeval. Bruikbare kleilagen zijn in die omgeving het gemakkelijkst te ontginnen. Dat blijkt uit de geologische kaart met de ligging van de kleilaag van Rupeliaanse (of Boomse) klei. Deze kleilaag is in Midden-Limburg overal aanwezig en strekt zich uit van west naar oost. De laag helt af van zuid (blauw) naar noord (rood). Enkel waar de kleilaag kort aan de oppervlakte zit (blauw, diepte van 0 tot 10 meter) kon die gemakkelijk ontgonnen worden. 

Leem werd in Hasselt niet gebruikt. De leemlaag is maar beschikbaar ten zuiden van Alken...

Voorkomen Boomse klei op het grondgebied van de stad Hasselt (bron: Databank Ondergrond Vlaanderen)

dinsdag 19 november 2024

Steenbakkerij Hove in Dwars door de Lage Landen

In het bekende programma Dwars door de Lage Landen wandelt Arnaud Houben en zijn companen toevallig (?) langs steenbakkerij Hove in Ninove.

De ringoven van Steenbakkerij Hove is één van de laatste getuigen van de baksteennijverheid in de zuidoostelijke Vlaamse leemstreek. De basis van de steenbakkerij Hove werd in 1946 gelegd, en vandaag worden er nog steeds ambachtelijk bakstenen en tegels gebakken in deze traditionele ringoven. Het is een belangrijk stuk erfgoed, en zowat de enige plek in Vlaanderen waar nog op die manier handmatig klei verwerkt wordt. De site staat op de lijst van het vastgesteld onroerend erfgoed. Een plek waar onroerend, roerend en immaterieel erfgoed hand in hand gaan. 

Het fragment over de steenbakkerij is een mooi, zelfs emotioneel, stukje televisie over Els Hove die na de dood van haar man het bedrijf is blijven leiden. Prachtige beelden van een bedrijf dat al lang 'uit de tijd' is, maar tegen beter weten in verder doet. 

We schreven al eerder, nl in 2020 en in 2022 twee stukjes over steenbakkerij Hove.

Bekijk het fragment via deze link (van minuut 5:50 tot 12:05)



zondag 10 november 2024

Limburgse ondernemers op bezoek bij Kigali Bricks

Limburgse ondernemers uit de bouwsector op bezoek bij Ruandese steenbakkers? Inderdaad...

Op initiatief van POM Limburg trok een groep ondernemers via Embuild in het voorjaar van 2023 naar Ruanda om uit te wisselen met Ruandese ondernemers over duurzaamheid en circulariteit. Het project werd opgezet door VITO en Ondernemers voor Ondernemers. Een van de bezochte bedrijven was een steenbakkerij. Stenen werden in een traditionele oven gebakken, maar er was ook een bedrijfje dat ongebakken leemstenen produceerde.

Omgekeerd bezocht een delegatie Ruandese ondernemers steenfabriek Vandensanden in Bilzen en baksteenfabrikant Wienerberger in Londerzeel.

De oven van Kigali Bricks met drie kamers.

Bakken met maïskolven

De woningnood is groot in Ruanda. Gelukkig is klei in Ruanda ruim voor handen. Maar om stenen te bakken heb je ook een goedkope brandstof nodig en dat is voor een land als Ruanda een groot probleem. Hout is erg duur en andere brandstoffen zijn moeilijk beschikbaar. Een van de oplossingen is ongebakken leemstenen produceren, een andere is op zoek gaan naar alternatieve brandstoffen. Een van de alternatieven voor hout zijn de gedorste en gedroogde maïskolven.

Het bedrijfje Kigali Bricks ligt op enkele kilometers van de Ruandese hoofdstad Kigali en wordt geleid door mevrouw Immaculé Hervé Hodari. Vrouwelijk ondernemerschap is in Ruanda niet uitzonderlijk. In het bedrijfje werken soms tot 30 mensen.

Het bedrijf werkt met een vaste oven met drie kamers. Het productieproces lijkt heel erg op hoe hier tot zowat halfweg de 20ste eeuw bakstenen werden gemaakt. De stenen worden per stuk met de hand gevormd in een mal. Vervolgens worden ze in de zon gedroogd en daarna in muurtjes gestapeld om verder te drogen. Om de stenen te beschermen tegen de regen worden zeilen in zwart plastic gebruikt. Het bedrijfje beschikt sinds kort over een strengpers, maar die is regelmatig stuk. Met de pers kunnen ze tot 12000 stenen per dag produceren, met de hand zijn er dat slecht 2500.


Ruandese reclame voor de pers voor leemstenen

Bronnen:
- Florian Loosen en Ronny Kuppens, waarvoor dank.
- Kigali Bricks supplies sustainable building materials (ondernemersvoorondernemers.be)
- Artikel Pom Limburg
- Artikel VITO-Eneregyville

- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 1) - TV Limburg
- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 2) - TV Limburg
- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 3) - TV Limburg
- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 4) - TV Limburg


donderdag 27 juni 2024

Limburgse pannenovens in een Nederlands archief

In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waartoe België van 1815 tot 1830 behoorde, gaven de provinciebesturen vergunningen voor de oprichting van (hinderlijke) bedrijven, waaronder pannenfabrieken en steenbakkerijen. Ook voor pannenfabrieken in Belgisch Limburg dus! 

 

Hinderlijke inrichtingen

Keizerlijk decreet 1810 (Wikipedia)

De wetgeving voor gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen kent al een lange geschiedenis. De eerste nationale wetgeving dateert van 15 oktober 1810 en werd ingevoerd om de vele klachten tegen bedrijven die ongezonde en hinderlijke uitwasemingen veroorzaken in te perken. Het keizerlijk decreet (ja, dat was onder Frans bewind) voerde een vergunningsplicht in om een bedrijf te mogen opstarten en maakte een onderscheid tussen drie klassen van bedrijven, naargelang de graad van hinder. Overeenkomstig de drie klassen, werd de vergunning verleend door de nationale overheid, de provincie of de gemeente. Na herzieningen in 1824 en 1849, onderging het vergunningstelsel vooral in 1863 grondige wijzigingen. Van de drie klassen bleven er maar twee over die behandeld werden door ofwel het Schepencollege (klasse 2-bedrijven) ofwel de Bestendige Deputatie (klasse 1-bedrijven). Deze wet vormt nog altijd de basis van het vergunningenstelsel dat na de Tweede Wereldoorlog werd gemoderniseerd en opgenomen in het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming (ARAB). Sinds 1991 is het ARAB vervangen door de Vlarem-decreten (Vlaamse decreten houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne).

Limburgse steen- en pannenbakkers

In het archief van de Nederlandse provincie Limburg bleven deze beslissingen van de provincie uit de 'Hollandse tijd' bewaard. De registers ('Index op de besluiten van Provinciale Staten van Limburg 1824-1861') zijn bovendien online raadpleegbaar. Ik kreeg via Marcel Dings een overzicht van de beslissingen die op Belgisch Limburg betrekking hebben. 

Dit zijn ze:


7 juli 1825:
"toelating aan P. J. van Cluisen om een pannenbakkerij op te richten te Schuelen"

Dit is de panoven in de Leemkuilstraat in Schulen. De oven werd dus al in juli 1825 opgericht door Pieter Jan van Cluisen. Die was er nog steeds pannenbakker ten tijde van de opmaak van het eerste Belgische kadaster in 1841. De oven zou actief geweest zijn tot 1871. Waarschijnlijk was in dezelfde omgeving al rond 1785 een oven actief, uitgebaat door Nicolas Bosmans.
Deze pannenbakkerij staat vermeld in de Almanakken van 1833, 1857 en 1866. 

De vermelding van de toelating aan P.J. van Cluisen te Schuelen in het register (pag. 1359)


30 maart 1827:
"toelating aan J. M. Willems van Beek om zijn pannenbakkerij van Beek naar Bree te verplaatsen"

Het is niet duidelijk om welke pannenbakkerij het hier gaat of waar deze gelegen was. In 1841 zijn er in Bree nog vier pannenbakkerijen actief.


17 april 1827:
"toelating aan J. Bremans om een pannenbakkerij op te richten te Gerdingen"

Dit is de panoven in de huidige Palmenhofstraat in de Rooter Beemden in GerdingenJan Breemans wordt ook als eigenaar vermeld in de inventaris voor het primitief kadaster in 1842. De oven was waarschijnlijk actief tot 1886.
Deze pannenbakkerij staat vermeld in de Almanakken van 1833, 1857, 1860-61, 1866, 1882-83 en 1888.


16 oktober 1827:
"toelating aan A. Broeren om een pannenbakkerij op te richten te Bree"

Dit is de pannenbakkerij in Malta, ‘Aen Veewijerstraet’ in Bree. Arnold Broeren was ook nog steeds pannenbakker ten tijde van de inventaris voor het primitief kadaster in 1842. Hij baatte zijn pannenbakkerij uit tot 1869.
Deze pannenbakkerij staat vermeld in de Almanakken van 1857, 1860-61 en 1866.


15 april 1828:

"toelating aan P. J. Vos om een pannenbakkerij op te richten te Schuelen"

De familie Vos bakte al pannen in de Rey in Schulen rond 1790. Blijkbaar kreeg Pieter Jan Vos dus de toelating voor een nieuwe oven in 1828. Op die locatie bleef een pannenbakkerij bestaan tot in 1879. Op het eind van de 19de eeuw bouwde Joseph Vos een nieuwe pannenbakkerij in diezelfde omgeving met een spooraansluiting naar het station van Schulen. Deze pannenfabriek bleef actief tot ongeveer 1906.
Deze pannenbakkerij staat vermeld in de Almanakken van 1833, 1882-83 en 1888.


18 april 1828:
"toelating aan G. Thoelen om een pannenbakkerij op te richten te Hasselt"

Het is niet duidelijk om welke pannenbakkerij het hier gaat of waar deze gelegen was. Volgens de inventaris voor het primitief kadaster uit 1842 zijn er op dat ogenblik 2 pannenovens actief. In 1810 zou de Hasseltse reus ‘De Langeman’ gebouwd zijn in een pannenbakkerij; “dans une tuilerie, entre le Boomkens- et la Fonteinstraat". Misschien gaat het om deze pannenbakkerij…  


2 september 1828:
"toelating aan J.G. Wilsens om een pannenbakkerij op te richten te Hasselt"

Het is ook in dit geval niet duidelijk om welke Hasseltse pannenbakkerij het gaat.
Deze pannenbakkerij staat wel vermeld in de Almanakken van 1833, 1854, 1857 en 1860-61.


12 mei 1829:
"toelating aan H. van Cosen om een pannenbakkerij op te richten te Schuelen"

Deze pannenbakkerij lag aan de huidige Pannestraat in Schulen en werd dus in 1829 opgericht door Hendrik Vancosen (1771-1850), later verdergezet door zijn zoon Johannes Vancosen. Hij wordt ook vermeld in het voor het primitief kadaster in 1842. De pannenfabriek was vermoedelijk actief tot kort na 1860. In deze omgeving werden al veel vroeger pannen gebakken. Op de Villaretkaart uit 1748 staat al een ’thuillerie’ aangeduid.
Deze pannenbakkerij staat vermeld in de Almanakken van 1857, 1866 en 1888.


15 juni 1830:
"toelating aan K. Smeets om een steen- en pannenbakkerij op te richten te Weijer"

Het is niet duidelijk om welke pannenbakkerij het hier gaat of waar deze gelegen was. In 1841 zijn er in Wijer wel nog drie pannenbakkerijen actief.


29 juli 1830:
"toelating aan J. van Kluisen om een pannen- en steenbakkerij op te richten te Schuelen"

Dit is de panoven van Pieter Jan Van Cluysen in de Leemkuilstraat in Schulen. Hij kreeg ook al in juli 1825 een toelating (zie hoger). De pannenbakkerij was er nog steeds pannenbakker ten tijde van de opmaak van het eerste Belgische kadaster in 1841. De oven zou actief geweest zijn tot 1871.
Deze pannenbakkerij staat vermeld in de Almanakken van 1833, 1857 en 1866. 

 

 

dinsdag 4 juni 2024

Tegula et imbrex

De oudste dakpannen in onze streken waren de dakpannen die door de Romeinen werden gebruikt. Ze combineerden twee types keramische pannen die samen een gesloten dak opleverden: de tegula en de imbrex.

De Romeinse dakpannen waren gebaseerd op oudere types die al door de Grieken werden gemaakt en blijkbaar via de Etrusken bij de Romeinen terecht kwamen. Het ging om grote platte pannen met links en rechts een opstaande rand (de tegula). Die werden netjes naast elkaar gelegd en de twee opstaande randen werden bedekt met een halfronde, taps toelopende, pan (de imbrex). Zo kreeg men een mooi gesloten dakvlak.

De tegula was groot (40 x 60 cm) en dus ook zwaar. Ze werden ook nog eens overlappend geplaatst (1/3). Dat leverde dus een zwaar dak op.

Romeinse Tegula en imbrex (Foto: Rohardus.com)

 

Romeinse pannenovens

In het Nederlandse Berg en Dal werden kort voor de Tweede Wereldoorlog grote Romeinse pottenbakkers- of pannenovens opgegraven. De grote aantallen dakpannen die nodig waren voor al die Romeinse gebouwen in onze streken konden immers moeilijk in een kleine pottenbakkersoven gebakken worden. Het is me niet bekend of ook in België, naast pottenbakkersovens, resten van dergelijke omvangrijke ovens gevonden werden. 

Reconstructie van de Romeinse pannenovens (Foto: Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen)

 

Stempels en hondenpoten

Heel wat Romeinse dakpannen dragen een merkteken of stempel van de maker of van de legerafdeling waar ze werden geproduceerd. Op sommige staan vreemdere tekens of afdrukken van dierenpoten. Zo werd er in Tongeren eentje gevonden met een hondenpoot. In het Nederlandse Voorburg liep er zelfs een lynx over de drogende pannen...

Romeinse dakpan met hondenpoot (Foto: Het Belang van Limburg)

 

zaterdag 20 april 2024

Red de historische pannendaken!

Naar aanleiding van een bezoek tijden de laatste Open Monumentendag aan een gerestaureerde hoeve in Kortessem viel het me op dat men bij de restauratie van het dak de aanwezige historische dakpannen gewoon door een ander type nieuwe dakpan had vervangen. Jammer toch...

De imposante Hoeve Renard in Vliermaal (Kortessem) is sinds kort eigendom van de Nationale Boomgaardenstichting en wordt stap voor stap door hen gerestaureerd. Tijdens de recente Open Monumentendag was er een open-deur-dag met rondleidingen en met de jaarlijkse befaamde fruittentoonstelling van de stichting. 

Kruispannen uit Bree

Het dak werd in het voorjaar van 2023 volledig gerenoveerd. Ze gaven er zelf ook wat informatie over en je kon op de binnenkoer enkele oude pannen bekijken die ze hadden bewaard. Tot mijn verbazing ging het om kruispannen (of Bouletpannen) geproduceerd bij Pannenfabriek Vandevenne-Vandermeulen in Bree. Eigenaardig genoeg geen Kortessemse pannen dus. Dat had misschien te maken met de ouderdom van het dak. De hoeve werd (na een brand) herbouwd in 1888 en blijkbaar koos de rijke eigenaar toen al voor mechanische pannen. Misschien werden die op dat ogenblik nog niet geproduceerd in Kortessem. De Pannenoven Hemelsveld (later Pannenfabriek Van Oostayen) produceerde toen waarschijnlijk nog geen mechanische pannen. Later was dat wel het geval.

Bij de dakrenovatie werden de oorspronkelijke kruispannen niet hergebruikt. Uit een reactie van de organisatie blijkt dat slechts een klein deel van de oude pannen nog bruikbaar was.
Het gerenoveerde dak werd volledig uitgevoerd in nieuwe stormpannen. Nochtans zijn nieuwe kruispannen ook nog steeds beschikbaar (namelijk bij BMI-Monier). Jammer toch? Waarom werd niet het zelfde type pannen gebruikt?

Aandacht voor oude pannen?

We gingen zoeken naar richtlijnen over het gebruik van oude pannen bij restauraties. Zoekwerk op de website van het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed leverde weinig specifieke informatie op. Ook in de beschrijvingen van erfgoedobjecten valt het op dat er weinig aandacht is voor het gebruikte type pannen. Meestal gaat het over 'Vlaamse pannen' (wanneer men handgevormde holle pannen of golfpannen bedoelt) of hanteert men de algemene term 'mechanische pannen' (wanneer het over oude mechanisch geproduceerde pannen gaat). Men lijkt dus weinig belang te hechten aan het type mechanische pannen dat werd gebruikt. Je zou zelfs veronderstellen dat men geen idee heeft van de verschillende types mechanische pannen.

Voor het vervangen van oude Vlaamse pannen bij een restauratie is men schijnbaar redelijk tolerant. Er worden wel aanbevelingen gedaan in verband met hergebruik van oude pannen, maar in één advies lazen we ook dat handgevormde pannen meestal mogen worden vervangen door nieuwe mechanische holle pannen ("meestal door type Pottelberg 451 vieilli", in 'Energiezuinige maatregelen in monumenten met woonfunctie').

Bij de Monumentenwacht geeft men ook aandacht aan de historische pannen. In een zgn. onderhoudsfiche 'Onderhoud van pannendaken' adviseert men om "een voorraad pannen aan te leggen van de juiste grootte, vorm en kleur. Historische pannen zijn over het algemeen nog goed leverbaar via handelaars in tweedehands bouwmaterialen."

Deze info komt bijna letterlijk uit Nederlandse documenten. Bij onze Noorderburen lijkt men veel meer belang te hechten aan het behoud van historische pannendaken van de verschillende types dakpannen. De Nederlandse Rijksdienst voor Monumenten besteedt er een hele website aan. En er wordt verwezen naar publicaties over de verschillende types oude dakpannen. Misschien heeft het werk van ons vriend Huub Mombers er wel wat mee te maken?

Hoeve Renard in Vliermaal. Gerenoveerde dak uitgevoerd in nieuwe stormpannen. (Foto: Het Nieuwsblad)

 

Oproep

Geef toe: een dak in oude kruispannen is een heel ander dak dan eentje in muldenpannen, stormpannen of Loksbergse sluitpannen. Hoe kan je er dan bij een renovatie of restauratie voor kiezen om die zomaar te vervangen door een ander type? Mijn aanvoelen is dat er soms over 'kleuren' veel moeilijker wordt gedaan...

Hierbij dus een warme oproep om bij renovaties en restauraties van gebouwen de oude dakpannen te behouden en specifieke aandacht te hebben voor het gebruikte type mechanische pannen. De meeste types zijn meestal nog verkrijgbaar bij handelaars in tweedehandsbouwmaterialen of worden zelfs nog nieuw geproduceerd.

 

 

woensdag 7 februari 2024

Is waterstof de toekomst voor de steenbakkerijen?

De Vlaamse regering keurde onlangs de uitbreiding goed van Nelissen Steenfabrieken NV uit Lanaken. Het bedrijf kan nu starten met de bouw van een nieuwe fabriek met een tunneloven die, als alles goed gaat, binnen enkele jaren zal werken op waterstof.

Het bedrijf wil haar bedrijfsvoering grondig verduurzamen om zo een oplossing te bieden voor de toekomstige klimaatdoelstellingen. Ze willen hun CO2-uitstoot tegen 2030 met 42 procent doen dalen. Dat kan onder meer door waterstof te gaan gebruiken in de plaats van fossiel aardgas. 

Groene waterstof

Of dat zal lukken is nog maar de vraag: om over voldoende toevoer van 'groene' waterstof te kunnen beschikken zijn ze afhankelijk van de aanleg van een waterstofleiding van Fluxys tussen Antwerpen en Luik. De bouw daarvan zou starten in 2028. Bovendien moet het aanbod aan duurzaam geproduceerde, zgn. 'groene waterstof' op dat ogenblik groot genoeg zijn. Heel veel industrieën die nu volop aardgas gebruiken zullen in de toekomst gebruik willen maken van deze groene waterstof. Ook collega-baksteenproducent Vandersanden denkt aan de mogelijkheden van waterstof als duurzame oplossing.

De waterstofleiding die voorzien wordt tussen Antwerpen en Luik zal net langs de fabriekssite van Nelissen lopen. Hierdoor is een rechtstreekse aansluiting op dat waterstofnetwerk mogelijk tegen 2032”, vertelde een optimistische co-CEO Burt Nelissen al in 2023 aan de pers.

Luchtfoto van het huidige bedrijf Nelissen Steenfabrieken (bron: Nelissen)

zaterdag 27 januari 2024

Artikel over Schulense pannenbakkers

In het januarinummer van het infoblad van mijn gemeente Herk-de-Stad, '3540', staat een artikel van mij over de geschiedenis van de Schulense pannen een pannenbakkers. 

Het is een mooie zaak dat ons gemeentebestuur het lokale erfgoed onder de aandacht wil brengen. In het nummer van januari-februari 2024 is dat dus het verhaal van de Schulense pannenbakkers en vertel ik ook over het laatste stukje tastbaar erfgoed dat bewaard bleef...  Toch een beetje trots.

Erfgoed dichtbij

Erfgoed kan soms heel persoonlijk worden. Misschien waren de Herkse voorouders wel pannenbakkers of werkten ze als kind in een pannenbakkerij? Tot aan de Eerste Wereldoorlog waren in Schulen, deelgemeente van Herk-de-Stad, pannenbakkerijen actief. Ze waren in de regio erg bekend voor de kwaliteit van de pannen die ze produceerden. Toch is het verhaal van deze kleine industriële bedrijfjes vandaag nog amper bekend. Jammer, want het is een belangrijk stuk van de lokale geschiedenis. 

Schulense pannen zijn in Limburg een synoniem voor de oude handgevormde Vlaamse pannen. Deze gegolfde pannen bestaan sinds de 15de-16de eeuw. Door de vele stadsbranden in de middeleeuwse steden werd het gebruik van strooien daken verboden en werden inwoners verplicht om pannen of leien te gebruiken als dakbedekking. Ook in Herk-de-Stad gebeurde dat naar aanleiding van de verschillende stadsbranden in de 17de en 18de eeuw. 

Schulen was in de eerste helft van de 19de eeuw een van de belangrijkste productiecentra in Limburg, naast Loksbergen, Bilzen, Hasselt en Tongeren. Waarschijnlijk werden er in Schulen al vroeg in de 18de eeuw, misschien zelfs al in de 17de eeuw, pannen gebakken. 

 

Download het infoblad '3540'. Het artikel vind je op pagina 20 en 21:
https://www.herk-de-stad.be/sites/default/files/public/Opmaak%203540%20jan%20feb%20FINAAL%20LR.pdf



 

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...