Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen

donderdag 4 juni 2026

Elise verdronk in een steenbakkerij in Vottem!

Een tijdje geleden, in november 2025, schreef ik al eens over een toespraak van Adolphe Daens in de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers over de trieste arbeidsomstandigheden in de Belgische steenbakkerijen in 1896. Naar aanleiding daarvan schreef de Limburgse krant De Demer over de dood van een 9-jarig meisje in een steenbakkerij in Herstal. Ze verdronk in de waterput...

Concreet ging het om Elisabeth Spooren, dochtertje van Theodoor Spooren en Margaretha Maes, een steenbakkersgezin uit Maasmechelen. Ze waren volgens de krant met een ploeg steenbakkers aan het werk in een steenbakkerij in Herstal bij Luik.

artikel in de krant De Demer van 16 mei 1896

Na wat zoeken vond ik de overlijdensakte van Elisabeth (Elise), niet in Herstal zelf, maar in de huidige deelgemeente Vottem. De aangifte gebeurde door twee andere brikkenbakkers, nl. Peter Schiepers uit Neeroeteren en Gerard Ramaekers uit Maasmechelen. Elisa overleed op 12 mei 1896. Ze was die dag beginnen werken om drie uur 's morgens. Ze werd volgens het krantenbericht dood teruggevonden toen de steenbakkersploeg om vier uur koffie ging drinken. In de aangifte staat zes uur... "Men vond het arm schepsel verdronken in den put, den hengel van den emmer in zijnen hals hangende..."

De Belgische wet op de kinderarbeid dateert 'al' van 1889. Die bepaalde dat kinderen vanaf dan onder de 12 jaar niet mogen werken in de industrie. Het heeft voor Elise geen verschil gemaakt...

Overlijdensakte van Elisa Spooren, overleden op 12 mei 1896 in Vottem bij Luik

Elisabeth was het oudste kind van het gezin Theodoor (°1857) en Margaretha (°1856) Spooren-Maes. Ze werd geboren in augustus 1885 en was dus nog geen tien jaar oud. Het gezin had acht kinderen.

Moord aan de Maas

Toevallig zag ik onlangs een nieuw verhaal van Marco Mariotti op instagram. Marco is een geweldig verteller en de auteur van de interessante website 'Ooit aan de Maas'. Zijn verhaal gaat over exact dezelfde gebeurtenis, namelijk de dood van Elisabeth Spooren. Hij eindigt het verhaal met de informatie dat de twee jongere broertjes van Elisabeth, Theodorus en Wilhelmus Spooren, later, in de jaren 1920 aan het werk gaan in steenbakkerij Eyben in Maasmechelen. En dat heeft dan weer te maken met het moordverhaal uit zijn boek 'Moord aan de Maas' dat recent verscheen... Het leven van de Maasmechelse brikkenbakkers speelt blijkbaar een grote rol in het verhaal.


woensdag 3 juni 2026

Stopzetting productie Keramo nu definitief

Zoals ik al eerder schreef zou de productie bij Keramo in Hasselt stopgezet worden. Die beslissing is nu definitief: 84 personeelsleden verliezen hun werk. De overigen zouden nog drie jaar kunnen blijven werken in het Hasseltse bedrijf. Zo eindigt een geschiedenis van ongeveer 80 jaar... 

In januari 2026 raakte bekend dat Wienerberger de productie in de Hasseltse vestiging wou stopzetten. De laatste jaren ging het helemaal niet goed in het bedrijf, o.m. door de hoge productiekosten. Er volgde meteen een algemene staking en na onderhandelingen blijkt nu dat de beslissing inderdaad definitief is. Op 29 mei lazen we in Het Belang van Limburg dat uiteindelijk 84 jobs verdwijnen: 35 werknemers vertrekken vrijwillig, 49 anderen worden ontslagen. Er zou voor de resterende 56 werknemers nog drie jaar werkzekerheid gegarandeerd worden.

Vakbonden voeren actie aan de hoofdingang van Keramo (foto: HBVL)


80 jaar geschiedenis

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt.

Nu, 26 jaar later, wordt de volledige productie stopgezet. Zo verdwijnt een uniek keramisch bedrijf in Limburg én in Vlaanderen.


woensdag 20 mei 2026

Dat opent deuren...

Er is één opvallend ding aan het jaren '60 huis van mijn ouders: de blauwe voordeur met een deurgreep in keramiek. Nu blijkt aan die deurgreep ook nog een interessant verhaal verbonden te zijn. Begin mei 2026 stond in Het Belang van Limburg een uitgebreid artikel over deze unieke kunstwerkjes.

De deurgreep van de voordeur van mijn ouderlijk huis.

Grootste permanente kunsttentoonstelling

Blijkbaar werden in Vlaanderen in de jaren '60 en '70 door verschillende kunstenaars en bedrijven unieke keramische deurgrepen gemaakt. Het was een periode van veel uniforme nieuwbouw en de Belgen wilden zich toch op een of andere manier onderscheiden van hun buren. De deur en de deurgreep waren een gemakkelijke manier om dat te doen en zo ontstond er een aanbod aan opvallende deurgrepen die door heel wat Belgen gesmaakt werden. Het was bovendien een uniek Belgisch verschijnsel.

Het belang van Limburg schreef al in 2018 over grafisch ontwerpster Gerbrich Reynaert die overal in Vlaanderen dergelijke deurgrepen fotografeerde. In het recente artikel laat men antropologe Kathleen Boel aan het woord. Zij heeft intussen meer dan 4000 (!) keramische deurgrepen gefotografeerd en organiseert er tentoonstellingen mee. 

Antropologe Kathleen Boel op haar tentoonstelling met deurgrepen en foto's daarvan (foto HBVL, Florian Van Eenoo)

Kathleen Boel kreeg voor haar onderzoek in 2024 de Erfgoedprijs van de provincie Antwerpen. De antropologe ziet al deze deurgrepen als de grootste permanente kunsttentoonstelling in Vlaanderen.

Of dat nog lang het geval zal zijn is maar de vraag. De smaak van de Belgen is sterk veranderd en bij woningrenovatie verdwijnen dergelijke deuren en deurgrepen bijna systematisch. Alleen een enkeling heeft er aandacht voor.

Ook in Bree

De familie Vandermeulen in Bree blijkt in Limburg een belangrijke producent te zijn geweest van dergelijk deurgrepen. In het artikel in Het Belang van Limburg komt Els Vandermeulen aan het woord. Haar vader Leon Vandermeulen en zijn echtgenote Gerda Vaes hadden een atelier in Bree waar jarenlang gebruikskeramiek werd gemaakt, en dus ook de keramische deurgrepen die vandaag nog op duizenden Belgische voordeuren te vinden zijn.

Leon Vandermeulen was de derde zoon in een rij van zeven. Zijn ­vader Louis maakte dakpannen (Pannenfabriek Taxandria, Vandermeulen en Cie.) en dat bracht hem op het idee om keramiek te studeren in Duitsland. Leon begon op het bedrijfsterrein van de familie een eigen fabriek. Ze produceerden vazen, asbakken, kruisbeelden, wapenschilden voor gemeenten... en vooral: deurklinken. Het was blijkbaar vooral echtgenote Gerda (Gerdje) Vaes die voor de creativiteit verantwoordelijk was. In de jaren '80 stopten ze met de productie van keramiek.

Ik schreef al eerder een stukje over dakpannen en kunstkeramiek uit Bree. Het verhaal van Els Vandermeulen in Het Belang van Limburg maakt nu ook duidelijk hoe die vork in de steel zit... 

 

zaterdag 28 maart 2026

Productie kleibuizen Keramo stopgezet

In januari 2026 liet de Hasseltse producent van kleibuizen Steinzeug-Keramo weten dat ze stoppen met de productie in hun Hasseltse vestiging. Als gevolg daarvan verliezen 90 van de 144 werknemers hun job. De productie wordt overgebracht naar het zusterbedrijf in het Duitse Bad Schmiedeberg (in het voormalige Oost-Duitsland). 

Steinzeug-Keramo in Hasselt (foto TVL)

Het productiebedrijf Keramo werd in Hasselt gebouwd in 1957 aan de Paalsteenstraat in Hasselt. Constant Kumpen vestigde zich in 1947 in Hasselt samen met zijn broer Emiel als handelaar in bouwmaterialen. Na de oorlog was er een grote bouwactiviteit en zo startten ze in 1950 ook met wegenbouwactiviteiten. Daaruit groeide de firma Kumpen die zich specialiseerde in wegenbouw en in handel van bouwmaterialen.

Vanaf 1991 gingen zij in de sector van de buizenproductie een partnerschap aan met de Oostenrijkse groep Wienerberger, die de helft van de aandelen overnam en in 1995 de andere helft. Zo ontstaat Steunzeug-Keramo. Het hoofdkantoor van het bedrijf ligt in Frechen, bij Keulen (Duitsland). Hasselt was lange tijd een belangrijk productiecentrum. Daarnaast waren er ook vestigingen in Nederland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Polen. 

In 2000 was er ook al een herstructurering in het bedrijf in Hasselt en toen werden 99 werknemers ontslagen. De productie werd zo goed als gehalveerd naar 65.000 ton. Er was sprake van overcapaciteit op de Duitse en Europese markt. 

Egypte... 

Nu zou de volledige productie in Hasselt stopgezet worden. Het ging blijkbaar al een tijd niet goed met het bedrijf. Sinds december 2025 was er technische werkloosheid omdat de tunneloven stilgelegd werd. Die wordt nu niet meer heropgestart. De hoge energiekosten en de oorlog in Oekraïne zouden vooral een rol spelen. De productie verhuist volgens de directie van het bedrijf naar Duitsland. Volgens de werknemers zou men echter meer buizen willen kopen in Egypte waar de productiekosten (uiteraard) veel lager liggen. Het bedrijf zou volgens de werknemers de laatste jaren niet meer geïnvesteerd hebben in het Hasseltse bedrijf.

Andere activiteiten van Keramo blijven volgens de directie wel behouden. Zo zouden 90 van de 144 werknemers hun job verliezen. De onderhandelingen tussen werkgever en vakbonden lopen nog. Volgens de vakbonden zou er in Hasselt wel degelijk een beperkte productie kunnen behouden blijven.

Met het stoppen van de productie in Hasselt eindigt een belangrijk verhaal van de grofkeramische industrie in Limburg en België... 

 

zondag 1 maart 2026

Wandelen op de zeedijk...

Je bent er waarschijnlijk al eens over gelopen. Overal aan zee werden de typische gele straattegels gebruikt voor de aanleg van de zeedijken. De laatste jaren werden heel wat dijken vernieuwd en zo verdwijnen ze stilaan. 
Deze oersterke tegels werden echter niet in West-Vlaanderen geproduceerd...

De zeedijk in Blankenberge, als je op de foto inzoomt zie je vooraan de details van de straattegels...
 

Onlangs kreeg ik van mijn vriend Bert zo'n oude tegel cadeau. Hij kwam van zijn vader die heel zijn leven lang aannemer was geweest in Knokke. Uiteraard kende hij deze gele tegels met het typische patroon.
 



Deze zware onverwoestbare gele tegel meet ongeveer 14 x 14 cm en is 3 cm dik. Misschien moet ik de tegel nog verder reinigen en proberen de cementresten op de onderkant te verwijderen. Maar de vermelding is zo ook wel leesbaar: CERABATI - JURBISE - MADE IN BELGIUM.

Na wat zoeken ontdekten we een interessant verhaal over de productie van dergelijke tegels in de 19de en 20ste eeuw. CERABATI was een keramisch bedrijf met vestigingen onder meer in België, in Jurbise, in de buurt van Mons.

Van Sarreguemines naar Jurbise 

De tegels zijn van het ‘genre Sarreguemines’. Dit verwijst naar de productie bij de firma Utzschneider & Jaunez et Cie uit Sarreguemines in Frankrijk, die vanaf 1876 ook een vestiging had in Jurbise. Er werden in de loop van de jaren nog meer vestigingen gestart. Al deze bedrijven werden in 1921 gegroepeerd tot de Compagnie Générale de la CERAmique du BATIment (CERABATI). Deze tegel dateert dus in elk geval van na 1921. Mogelijk werden de zeedijken heraangelegd met deze tegels na de vernielingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bedrijf in Jurbise sloot in 1984. Er waren toen nog ongeveer 170 werknemers actief. 

Tegels van het ‘genre Sarreguemines’ waren gemaakt van Duitse kleisoorten waaraan zgn. hoogovenmelk of slak toegevoegd werd. Deze ovenslak, een bijproduct van de ijzerproductie, bestaat uit mineralen zoals silicaten en aluminiumsilicaten.
De tegels bestonden in verschillende kleuren, vormen, formaten en diktes, al dan niet effen of met een reliëfversiering aan de bovenzijde. 

Of hoe de bekendste 'West-Vlaamse' tegels helemaal niet uit West-Vlaanderen komen maar uit een fabriek in de buurt van Mons...

 

Afbeelding van de fabriek in Jurbise rond 1911 (Bron: industrie.lu)

Bronnen:

  • Artikel 'Van fabrieksvloeren tot de wandeldijken aan de Belgische kust: slijtvaste Waalse fabrieksdallen en plavuizen uit de 19e en vroeg-20e eeuw', Mario Baeck, 2024 op Polycaro.
  • Website industrie.lu - The History of the Industry of Luxembourg, and beyond, Jurbise. 

 

zaterdag 20 december 2025

Het verhaal van de familie Francart (publicaties)

Het verhaal van de familie Francart en hun bedrijven is erg interessant en leert ons veel over de evoluties in de grofkeramische secor in België de voorbije 150 jaar. Het leek me een uitdaging hun verhaal te reconstrueren en te delen met iedereen die interesse heeft in industrieel erfgoed, nog meer omdat bleek dat zij vanaf 1913 de eerste functionele tunneloven bouwden in België. 

Mijn eerste contact met de familie was met Jean-Marie Francart, een afstammeling van Sylvain Francart die in Eischen in Luxemburg woonde. Via hem vond ik ook Jean-Marie Francart in Tongeren, de laatste directeur van de Tongerse fabriek. Samen reconstrueerden we het verhaal van de bedrijven van Sylvain Francart en zijn afstammelingen in Beerse en Tongeren.

Dat resulteerde (voorlopig) in twee artikels, nl. in het tijdschrift Tongerse Annalen, het historisch en heemkundig tijdschrift over Tongeren en omgeving, uitgegeven door het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig genootschap Tongeren i.s.m. Stadsarchief Tongeren, en in het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek, een uitgave van de Stichting Erfgoed en VVIA.

Hier de pdf's van de artikels:

Tongerse Annalen, december 2021



 

donderdag 27 november 2025

Podcast over de pannenfabriek van Kortessem

Van 7 tot 30 november loopt in Hasselt het programma Kalle & Klappe over de Hasseltse dialecten. In het kader van dit programma werd een podcast opgenomen over de pannenfabriek van Kortessem. Marleen Oris, bestuurslid van de Heemkundige Kring Kortessem vertelt het verhaal in het 'Kotsoves' dialect!

De pannenfabriek in Wintershoven (Kortessem) lag op het Hemelsveld en werd opgericht in 1822. Volgens de beschrijving voor het eerste kadaster (rond 1840) was het één van de best uitgeruste pannenfabrieken uit die periode. De pannenfabriek beschikte onder meer over een rosmolen voor het mengen van de klei. Eigenaar op dat moment was François August Delbrouck.

In 1909 werd het bedrijf openbaar verkocht. Jean Wilhelmus Hubert (Jean) Van Oostayen (1872-1951), een directeur van pannenfabriek 'De Maas' in Kessenich werd de nieuwe eigenaar en verhuisde met zijn gezin naar Kortessem. Zijn zoon Leonard Jean Hubert (Jean) zette het bedrijf verder na zijn overlijden in 1951. Uiteindelijk stopte het bedrijf met de productie van pannen in 1964. Er werden daarna blijkbaar nog enkele jaren drainagebuizen gemaakt.

Een leuke anekdote is het verhaal over de panovese ka'l: de werknemers van het bedrijf hielden er een eigen mysterieus taaltje op na...  

Beluister de podcast van Marleen Oris op Spotify

  

De pannenbakkers van pannenfabriek Van Oostayen (foto HKK 'Kortessem vroeger en nu')

 

(Met dank aan Marleen Oris)

woensdag 26 november 2025

Open Monumentendag 2026: we doen (waarschijnlijk) weer mee!

Als alles verloopt zoals gehoopt, doen we volgend jaar weer mee met Open Monumentendag 2026. De bedoeling is de laatste Schulense panoven nog eens in de kijker te zetten. Het thema van #OMD2026 is erg toepasselijk: 'Erfgoed in Gevaar'. 

Al voor de derde keer organiseren we dan een grote activiteit rond de ruïne van de laatste Schulense pannenoven in de Pannestraat in Schulen (Herk-de-Stad). Eerder, namelijk naar aanleiding van 900 jaar Schulen in 2007 en op Open Monumentendag 2018 organiseerden we al eens een publieke activiteit.

Onze deelname kadert in het thema ‘Erfgoed in gevaar’. Dat deze ruïne als laatste getuige van de Schulense pannennijverheid beter beschermd moet worden is erg duidelijk. Een team van Open Monumentenwacht maakte enkele jaren geleden al eens een rapport met aanbevelingen.

Vlaanderen volgt dit jaar overigens het thema van de European Heritage Days, nl. 'Heritage at Risk: Revive, Resist, Reimagine'. Die ondertitel is een mooie oproep die we zullen proberen waar te maken!  

De laatste Schulense pannenoven

'Onze' pannenoven was tot het begin van de 20ste eeuw in gebruik en ligt in de Pannestraat in Schulen, in het gehucht de "Rey". In de Rey waren er rond 1840 drie gekende pannenbakkerijen. Op oude kaarten is te zien dat er verschillende droogloodsen van pannenbakkerijen waren.

Deze laatste pannenoven was eigendom van de Henri Raymaekers die tot in de jaren 1920 als pannenbakker actief was. De oven is een zogenaamde 'paepeoven'. Een oven met een grote vulopening die bij het bakken met klei ‘dichtgemetst’ werd en een stookopening die met een deur werd afgesloten. Op oude foto’s is een kleine schouw waarneembaar en was de oven aan de buitenzijde versterkt door balken of ijzeren banden tegen de temperatuurschommelingen.

Deze oven is het enige restant van de pannenindustrie in Schulen en is daarom historisch en industrieel-archeologisch interessant voor de streek.

Onze deelname aan Open Monumentendag 2026 is tegelijk ook een hulde aan Ludo Thys, keramist, vriend, buurman in de Pannestraat en medeorganisator van de vorige activiteiten.

We houden je zeker op de hoogte!  

De laatste Schulense pannenoven is een schapenstal... (Foto: Patrick Boucneau)

dinsdag 7 oktober 2025

Op bezoek bij Steenbakkerij Membruggen

In het kader van het project ‘Park onder de pannen’ bezocht een groep geïnteresseerden uit Loksbergen op initiatief van de IOED Lage Kempen de Steenbakkerij Membruggen in Riemst. Wij gingen mee.

Steenbakkerij van Membruggen, verborgen achter de stapels ingepakte bakstenen (Foto Patrick Boucneau)

De ambachtelijke steenbakkerij van Membruggen werd opgericht door Emiel Partoens in 1947. Het is een stuk levend erfgoed. Steenbakker en kleinzoon Kristof Hex ontvangt ons en leidt ons rond met veel kennis van zaken (hij had eerst nog snel wat stenen uit de oven gereden).

Steenbakker Kristof Hex aan het woord in de oude ringoven (Foto Patrick Boucneau)


Ringoven

Oorspronkelijk werkte Emiel Partoens met een veldoven, maar in 1963 werd een kleine ringoven gebouwd. Het was allicht één van de (zo niet dé) laatst gebouwde ringovens in België. De ringoven werd achtereenvolgens met steenkool en gemalen steenkool gestookt. Sinds 2007 gebruikt men aardgas. In de loop van de jaren werd de ringoven ook omgebouwd van een traditionele oven met kleine toegangspoorten, groot genoeg om met een kruiwagen in en uit te rijden, naar een oven ingedeeld in vier zones met telkens een brede poort waar men met de heftruck naar binnen kan om de  stapels stenen in en uit te laden. Bij die verbouwing verdwenen ook de ‘bochten’ en werden het in feite twee lange gangen die onderling verbonden zijn. Omwille van de gasinstallatie werd de ‘zolder’ van het ovengebouw ook opengemaakt. De ringoven is intussen meer dan 60 jaar oud en moet regelmatig hersteld worden. Dat gebeurt tussen het bakken door. Ook de productie-installaties gaan al erg lang mee. 

Vandaag brandt de oven volgens onze gastheer al bijna dertig jaar onafgebroken. Het is overigens één van de twee laatste actieve ringovens in Limburg (de andere staat in Maaseik). 

De oude strengpers (Foto Patrick Boucneau)


Gas én steenkool

De volle bakstenen worden gemaakt met een eenvoudige strengpers. De roodbakkende leem is afkomstig van de eigen groeve vlakbij of van uitgegraven kelders op bouwwerven in de nabije omgeving.

De aanvoer van de leem vanuit een silo buiten het gebouw gaat via enkele walsen en loopbanden. Met de strengpers maken ze verschillende formaten van brikken. De vochtige brikken worden op wagentjes geladen en worden gedroogd in een lange droogkamer die ze verwarmen met de lucht die boven de oven wordt afgezogen. Dan stapelen ze de gedroogde brikken op vuurvaste stenen en elke stapel gaat vervolgens met de heftruck de oven in. Voor de het uitzicht van de typische veldovenstenen wordt gemalen steenkool tussen de ongebakken stenen gestrooid. Sommige types worden met zand of mergel bestrooid, voor donkere stenen wordt mangaan toegevoegd, voor gele stenen een ander mineraal.

Het bakken gebeurt bij 1060 graden. Een thermostaat stuurt de ventielen van de branders van de gasinstallatie. De branders worden in de oude stookopeningen geplaatst. De hele stookinstallatie schuift langzaam op, net als de verplaatsbare afzuigkappen aan de overkant van de ringoven. Via deze kappen worden door een centraal kanaal de rookgassen weggezogen. Zo blijft de oven permanent branden en worden de ongebakken stenen langzaam opgewarmd en de gebakken stenen afgekoeld.

Na het uitladen van de gebakken brikken worden ze op kwaliteit gesorteerd en op paletten gestapeld en in krimpplastic ingepakt.

De gasinstallatie boven op de oven en vooraan de afzuigkappen (Foto Patrick Boucneau)


Produceren voor Wienerberger

De verkoop van bakstenen verloopt via de baksteengroothandel in Vlaanderen en Nederland. Soms kunnen stenen voor een groter project worden geleverd, zoals momenteel in Utrecht. Er is geen echte verkoopstructuur of vertegenwoordiging. Mond-tot-mondreclame speelt een grote rol voor de lokale verkoop.

Opvallend is dat het bedrijf niet alleen produceert onder eigen naam, maar ook stenen maakt voor Wienerberger. Blijkbaar is deze multinational geïnteresseerd in de ambachtelijke brikken die blijkbaar niet in een grote industriële installatie te imiteren zijn.

Steenbakker Kristof Hex leidt ons rond met veel enthousiasme. Hij vertelt ook over de problemen die ze ondervinden: bij het zoeken naar geschikt personeel, met de toevoer van grondstof, de afzet van hun unieke bakstenen…

De toekomst van dit ambachtelijk bedrijf is erg onzeker. Enkele jaren geleden kreeg men een nieuwe vergunning ‘van onbeperkte duur’. Intussen worden de normen steeds strenger. Naast het hoge energieverbruik en de daaraan verbonden CO2-uitstoot is ook de uitstoot van stikstof een probleem.

We hopen dat dit unieke familiebedrijf nog lang kan blijven werken. We schreven al eerder over de problemen die dergelijke kleine ambachtelijke bedrijven ondervinden om te kunnen blijven bestaan. Het is belangrijk dat dergelijke bedrijven stenen kunnen blijven produceren onder meer voor restauratieprojecten en dat er daarom specifieke milieuregelingen worden uitgewerkt.

We danken steenbakker Kristof voor zijn rondleiding en voor het bezoek dat we mochten brengen (ook met dank aan de mensen van de IOED Lage Kempen).  

Ik maakte een reeks foto's tijdens het bezoek: https://photos.app.goo.gl/896UaKBQeryZVYsT9 

Verpakte bakstenen van Membruggen, rechts de stenen voor Wienerberger (Foto Patrick Boucneau)

Meer over het bedrijf op hun website: https://steenbakkerijen-van-membruggen.be/
Er staat ook een leuk filmpje op YouTube van de hand van Louis Vanheusden: https://www.youtube.com/watch?v=JJlGDvRn0sc. De film werd blijkbaar gemaakt toen er nog met gemalen steenkool werd gestookt.

 

Eindelijk goed nieuws uit Loksbergen?

Pannenfabriek Jorissen in Loksbergen (Halen) is een uniek stukje industrieel erfgoed. Jammer genoeg staan gebouwen en machines al jaren te vervallen. Ik schreef er al eerder over (namelijk in 2021, in 2022 en in 2023).

De panoven in Loksbergen (foto RLLK)
 

Ook al gaf de gemeente in 2021 de formele opdracht aan Arat Architecten voor de restauratie van de beschermde pannenfabriek, er is intussen nog steeds niets gebeurd. Het gemeentebestuur wil blijkbaar geen goedkeuring geven aan het architectenbureau om echt van start te gaan. Onbegrijpelijk vinden wij. We zijn immers weer vier jaar verder. Is dit de manier waarop Halen met zijn erfgoed omgaat?

Park onder de pannen

Gelukkig is er intussen ook goed nieuws. Het Regionaal Landschap Lage Kempen (in feite de Intergemeentelijke Onroerend ErfgoedDienst (IOED)) diende samen met de stad Halen een project in voor Leader, een Europees subsidieprogramma voor Plattelandsontwikkeling. Met het project ‘Park onder de Pannen’ werken de Stad Halen en de IOED Lage Kempen samen om de omgeving van de pannenfabriek te verbeteren.

Het Regionaal Landschap probeerde jaren geleden al eens het domein rond de pannenoven een meer natuurlijke inrichting te geven. Dat ging echter niet door. Intussen werd er tussen de historische resten van de pannenfabriek een ’opvallende’ moderne kinderopvang gebouwd en binnenkort komt er op de plaats van de verdwenen droogloodsen ook nog eens een omvangrijk nieuw schoolgebouw…

Hoe dan ook, het Leader-project werd intussen goedgekeurd. De stad Halen en de IOED Lage Kempen willen op het domein werken aan 'meer natuur, aan erfgoedbeleving en aan ontmoeting'. Alle organisaties die op het domein van de oude pannenoven actief zijn, worden betrokken bij het project.

Vreemd is wel dat architectenbureau Arat, dat verantwoordelijk is voor de restauratie van de pannenoven, niet op de hoogte was van het project. Het blijft een erg dubbelzinnige situatie...
De mensen van de IOED Lage Kempen werken nochtans met een open vizier. Een tijdje geleden had ik een fijne ontmoeting met hen en we blijven in contact over het project.

We zijn zeer benieuwd naar de realisatie van het Leader-project en hopen dat er eindelijk ook schot komt in de restauratie van de pannenoven. 



vrijdag 3 oktober 2025

Het 'système Francart' in de kerk van Bierbeek

Het plan was dat ik tijdens Open Monumentendag in september naar Bierbeek zou gaan voor een bezoek aan de Sint-Hilariuskerk, maar dat liep anders dan verwacht. Dankzij mijn goede vriend Liebrecht Saelen kan ik toch interessante nieuwe foto's laten zien.

Sint-Hilariuskerk van Bierbeek (VIOE, Kris Vandevorst, maart 2009)

De eeuwenoude Sint-Hilariuskerk van Bierbeek werd tussen 1906 en 1909 hersteld. Men verving toen ook het plafond van de middenbeuk van de kerk. De architect gebruikte daarvoor het zogenaamde 'systeem Francart'. Deze speciale holle keramische elementen werden meestal bevestigd aan een metalen draagstructuur. In Bierbeek werden de platte elementen blijkbaar tussen houten balken gemetst. 

In een artikel over een studie in het tijdschrift Relicta, uitgegeven door Onroerend Erfgoed, gaat het over de geschiedenis van de kerk in Bierbeek en over de dakstructuur. Op pagina 80 lezen we volgende voetnoot: "De tegels, 20 x 40 x 2,5 cm, dragen de stempelmerken francart en beersse. Het zijn producten van de steenbakkerij ‘S.A. des Briqueteries et Tuileries Saint-Joseph’ te Beerse bij Turnhout."
Blijkbaar ging het dus om holle keramische elementen uit het bedrijf van Francart in Beerse. Later zouden Sylvain en Henri Francart in Tongeren dezelfde producten blijven produceren. Het 'Système Francart' werd destijds in veel grote gebouwen gebruikt: scholen, fabrieken, kerken... 

Foto's uit het parochiearchief 

Dankzij mijn goede vriend Liebrecht Saelen, die op zoek ging in het Bierbeekse parochiearchief, kunnen we onderstaande foto's tonen. Die foto’s dateren van 2008. De eerste foto toont duidelijk de gebruikte keramische elementen met een formaat van 20 x 40 x 2,5 cm, zoals beschreven in het vermelde artikel. Op de andere foto's zie je meer details van het stempelmerk op de stenen. Je ziet duidelijk de aanduidingen 'FRANCART' en 'BEERSSE'. 
In de lastenboeken van de verbouwingen van 1900-1910 werd jammer genoeg geen bijkomende informatie gevonden. 

Opvallend is dat deze verbouwing tussen 1906 en 1909 plaatsvond met stenen die afkomstig zijn uit Beerse. Nochtans verhuisde Sylvain Francart al in 1907 naar Tongeren waar hij een nieuw bedrijf startte. Hij overlijdt in 1908. Zijn zoon Henri zet het bedrijf verder. Op het ogenblik van de verbouwing werden er dus blijkbaar nog producten met het merk 'Francart' van het bedrijf in Beerse verkocht, ook al was de fabriek intussen overgenomen. Mogelijk produceerde het bedrijf in Beerse nog onder de oude bedrijfsnaam en werd er samengewerkt met het nieuwe bedrijf van Sylvain of Henri Francart in Tongeren...

Foto van de holle keramische elementen, formaat van 20 x 40 x 2,5 cm (foto parochiearchief Bierbeek)
Stempelmerk op holle elementen 'FRANCART' (foto Parochiearchief Bierbeek)

Stempelmerk op holle elementen 'BEERSSE' (foto Parochiearchief Bierbeek) 

 



dinsdag 2 september 2025

Open monumentendag 2025


Open Monumentendag 2025 nodigt iedereen uit om met extra aandacht naar ons architecturaal erfgoed te kijken. De gevels, parken en gebouwen waar we op een normale dag gewoon voorbij lopen, zitten vol schoonheid en interessante weetjes. Onder de noemer ‘In stijl’ focust OMD25 onder andere op bekende en minder bekende architecten, bijzondere bouwstijlen, iconische gevels en de specifieke architectuur van kerken, militair erfgoed en parken en tuinen. 

Steenbakkers in Boom 

Wij zijn uiteraard geïnteresseerd in industrieel erfgoed en meer bepaald dat van steenbakkerijen en pannenfabrieken. Jammer genoeg is de oogst dit jaar erg mager. Allicht heeft dat ook met het thema te maken. In het programma vonden we enkel steenbakker 't Geleeg in Boom terug.

Industrieel erfgoed in Limburg 

Dichter bij huis, in mijn eigen provincie Limburg, zijn er dit jaar wel enkele interessante locaties te bezoeken als je interesse hebt in industrieel erfgoed.
Er zijn activiteiten in en rond twee historische mijnsites, nl. in Beringen en in Zwartberg.
Er is een voormalige brouwerij en een stroopfabriek waar je op bezoek kan. En dan is er ook nog een hele reeks watermolens, nl. in Kaulille, in Bocholt, in Opoeteren, in Neeroeteren (unieke zaagmolen!), nog eentje in Neeroeteren en een windmolen in Maasmechelen!

Sint-Hilariuskerk van Bierbeek (VIOE, Kris Vandevorst, maart 2009)

Francart in Bierbeek

Zelf ga ik misschien naar Bierbeek. In de eeuwenoude Sint-Hilariuskerk werd in 1910 het plafond van de kerk hersteld. Men maakt daarvoor gebruik van het zogenaamde 'systeem Francart'. Deze speciale holle keramische elementen werden meestal bevestigd aan een metalen draagstructuur. In Bierbeek werden de platte elementen blijkbaar tussen houten balken gemetst.
In een artikel over een studie in het tijdschrift Relicta, uitgegeven door Onroerend Erfgoed, gaat het over de geschiedenis van de kerk in Bierbeek en over de dakstructuur. Op pagina 80 lezen we volgende voetnoot: "De tegels, 20 x 40 x 2,5 cm, dragen de stempelmerken francart en beersse. Het zijn producten van de steenbakkerij ‘S.A. des Briqueteries et Tuileries Saint-Joseph’ te Beerse bij Turnhout."
Blijkbaar ging het dus om holle keramische elementen uit het bedrijf van Francart in Beerse

Vanaf 1907 bouwde Sylvain en Henri Francart in Tongeren een nieuwe fabriek. Daar zouden ze dezelfde producten produceren. Het 'Système Francart' werd destijds in veel grote gebouwen gebruikt: scholen, fabrieken, kerken... 

Er zijn tijdens OMD25 rondleidingen in de Sint-Hilariuskerk, maar het is me niet duidelijk of de stenen afkomstig van steenbakkerij Francart zichtbaar zullen zijn tijdens het bezoek... Wordt vervolgd.

woensdag 13 augustus 2025

Een pannenfabriek met een kerk

Over het bedrijf van de familie Francart publiceerden we al heel wat informatie. Interessant is dat directeur Henri Francart in de jaren '30 van vorig eeuw zelf een kerk bouwde voor zijn personeel. Dit kerkje was een echt uithangbord voor het bedrijf.

In de periode tussen de twee wereldoorlogen produceerde de pannenfabriek van Henri Francart naast hun bekende 'système Francart' (een systeem van keramische elementen voor daken en muren), vooral geglazuurde bakstenen. Directeur Henri was een diepgelovig man en het kerkje dat door hem in 1932 werd gebouwd op de rand van het bedrijfsterrein aan de Henisstraat in Tongeren, was een echt uithangbord voor de producten die door het bedrijf werden gemaakt.

Speciaal aan dit kerkje is dat het gebouwd werd met een stalen skelet. Dat was ook de manier waarop het 'Systeme Francart' werd gebruikt, namelijk keramische elementen die bevestigd werden aan een stalen structuur. De binnenafwerking van het kerkje bestaat volledig uit gekleurde bakstenen in diverse kleuren en modellen.

Kerk in opbouw in 1932. We zien de stalen structuur en achteraan de ruwbouw van de directeurswoning.
(Foto: familiearchief Francart)
Achteraan het kerkgebouw werd de directeursvilla toegevoegd. De laatste directeur van het bedrijf, nl. Jean-Marie Francart, woont er nog steeds. 

Zicht op de kerk en de directeurswoning vanaf het bedrijfsterrein begin jaren '50. 
Vooraan zien we in het midden Henri Francart (1882-1952) en links zijn zoon Sylvain.
(Foto: familiearchief Francart)
Begin jaren '60 werd de kerk uitgebreid, o.m. met een kapel voor de Heilige Rita. Sindsdien is de kerk ook een bedevaartsoord voor deze heilige. De plechtige inhuldiging kwam in de krant. In het artikel lezen we ook dat Henri Francart de kerk al in 1950 overdroeg voor de nieuwe parochie die in 1954 officieel werd opgericht. Blijkbaar werd het kerkje tot dan als een 'noodkerk' beschouwd.  

Het kerkje is een levende illustratie van de producten van het bedrijf van de familie Francart. De 'Pannen-en steenbakkerij Onze-Lieve-Vrouw' sluit in 1982 definitief de deuren en wordt vervolgens afgebroken. Het kerkje en de directeurswoning, evenals drie arbeiderswoningen worden behouden. Ook het 'nieuwste' gebouw van het bedrijf bleef overeind en wordt nog steeds gebruikt door schuttersvereniging Tongria. 

Een beeld van het interieur van de kerk (foto: Patrick Boucneau)

 

Unieke rondleiding in de Sint-Jozefskerk

Op zondag 7 december 2025 wordt door de toeristische dienst van de stad Tongeren-Borgloon voor de tweede keer een unieke rondleiding georganiseerd in deze Sint-Jozefskerk. Toeristisch gids Paul Denis vertelt het verhaal van de kerk (en het bedrijf van de familie Francart) onder meer op basis van onze informatie en een interview met Jean-Marie Francart, de laatste directeur van de pannenfabriek.

Praktische informatie:
Rondleiding op zondag 7 december, om 14 uur.
Parkeerplaats: parkeerterrein bij Henisstraat 20 te Tongeren.

Inschrijven via Visit Tongeren-Borgloon, info@visittongerenborgloon.be of 012 80 00 70

zondag 6 juli 2025

Limburgse merken tussen 1880 en 1936

Tijdens onze zoektocht naar de pannenfabriek die pannen met het merk 'VTB' produceerde, verwees Willem Driesen ons naar een publicatie uit 1991, nl. 'Inventaris van merken in Limburg gedeponeerd tussen 1880 en 1936'. 

Merken en merknamen

Merken bestaan al eeuwenlang, de eerste officiële registraties zouden al in de middeleeuwen ontstaan zijn. De toenemende industrialisering en commercialisering leidden in de loop van de 19de eeuw tot meer overheidsreglementering. Zo voorzag de Belgische wet van 1 april 1879 in een algemeen kader voor de registratie van merken. Tot 1971 moest elke fabrikant of handelaar die een fabrieks- of handelsmerk wilde beschermen hiervan een model neerleggen bij de griffie van de Rechtbank van Koophandel. 

Bewaarde processen-verbaal zijn te vinden in de rijksarchieven. Veel processen-verbaal zijn echter verloren gegaan, maar afschriften werden overgemaakt aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, nadien het Ministerie van Economische Zaken.  

Het archief van de Dienst Handels- en Nijverheidseigendom/Fabrieks- en handelsmerken van het Ministerie van Economische Zaken bleef bewaard en bestaat uit de geïllustreerde processen-verbaal van neerlegging van merken. Enkel de chronologisch geordende registers van fabrieks- en handelsmerken (1879-1970), die toegang geven tot de processen-verbaal, zijn integraal gedigitaliseerd.

Limburgse merken 

De merken die in Limburg gedeponeerd werden van 1880 tot 1936, werden geïnventariseerd en zijn ontsloten in het werk van A. Jacobs en R. Vandeweyer, "Merknamen. Inventaris van merken in Limburg gedeponeerd tussen 1880 en 1936", uitgegeven in Hasselt in 1991. Voor andere provincies gebeurde een dergelijke inventarisatie nog niet. Het is een omvangrijk losbladig werk van 192 pagina's met alle geïnventariseerde merken uit die periode. Je kan het momenteel online kopen bij De Slegte voor 75 euro.

Ik heb de publicatie kunnen inkijken bij een van mijn collega's van de provinciale Afdeling Erfgoed (bedankt Peter!). Op het eerste zicht zijn het vooral sigarenfabrikanten en jeneverstokers die hun talrijke merken registreerden. Dikwijls waren het prachtig geïllustreerde merknamen. 

Tongria 

Het aantal grofkeramische bedrijven in de inventaris viel erg tegen. Voor onze zoektocht naar het merk 'VTB' leverde het niets op. Wel vonden we het merk 'Impermo' van de Sint-Truidense familie Stultjens, niet eens een echt keramisch bedrijf, en het merk 'Tongria' van Tuileries en Briqueteries Notre-Dame, de pannenfabriek van de familie Francart. Het merk 'Tongria' werd blijkbaar geregistreerd bij de Rechtbank van Koophandel van Tongeren op 18 april 1924 onder het nummer 126.


'Tongria' was het merk waaronder het bedrijf van de familie Francart vanaf de jaren '20 heel wat producten verkocht: geglazuurde gevelstenen in allerlei vormen, holle elementen, vensterbanken... Later was het ook het merk van de holle welfsels die door het bedrijf geproduceerd werden.

Briefhoofd van het bedrijf Francart uit 1941 met vermelding van het merk 'Tongria'.

Dat het juist het bedrijf is van de familie Francart dat al in 1924 hun merk 'Tongria' registreerde, mag niet verbazen. Het waren in hun tijd erg innovatieve ondernemers die de wereld kenden. Ze publiceerden verschillende geïllustreerde catalogi en adverteerden actief in diverse kranten. Sylvain en zijn zoon Henri namen deel aan verschillende wereldtentoonstellingen en waren steeds op zoek naar naar betere productietechnieken. Vooral Henri dient heel wat aanvragen in voor patenten in binnen- en buitenland (Engeland, USA, Duitsland, Frankrijk, Denemarken...). 

Vandersanden

Ook vandaag de dag registreren grofkeramische bedrijven hun merken en handelsnamen, zij het nu op het niveau van de Benelux, Europees of internationaal. Kijk bijvoorbeeld in de database van het Beneluxburo voor de Intellectuele Eigendom naar de merken die door het Limburgse bedrijf Vandersanden werden geregistreerd.

 


zaterdag 5 juli 2025

Molen en voormalige pannenbakkerij in Elen te koop

Sinds kort staat de prachtig gerestaureerde windmolen van Elen (Dilsen-Stokkem) te koop. Het gaat om de windmolen en de bijhorende vakantiewoningen, waarvan enkele zijn ondergebracht in een voormalige pannenloods.

We schreven al eerder een stukje over deze interessante pannenfabriek die gelegen was aan de voet van windmolen 'De Hoop'. De pannenfabriek was actief van ongeveer 1870 tot 1930.

De eigenaar Dirk Peusens verkoopt nu de molen en de bijgebouwen omdat hij in Oost-Vlaanderen woont en het project graag overdraagt aan iemand anders. 

Dirk Peusens bij de molen en de pannendroogschuur die tot vakantiewoningen zijn ingericht. 
Foto: Mark Dreesen - Het Belang van Limburg

In het Belang van Limburg doet hij zijn verhaal. Dirk Peusens groeide op in Heppeneert. Windmolen De Hoop stond naast zijn ouderlijke woning op grondgebied Elen. Op zijn 21ste kocht Dirk de molen, waarvan hij de wieken nog nooit had zien draaien. Dat was in 2001. “Ik kocht de totaal vervallen windmolen om ze op te knappen en de bergmolen weer maalvaardig te maken”, zegt Dirk. “Mijn echtgenote Karin Boers en ik houden van maatschappelijke projecten en samen met de inwoners van Elen hebben we de windmolen opgeknapt via een vzw. Heel veel mensen hebben meegewerkt aan de renovatie.” Later verbouwde hij ook de voormalige pannenloods tot twee vakantiewoningen.

Het domein met de maalvaardige windmolen staat te koop voor 720 000 euro.

Je kan de activiteiten in de molen volgen via zijn Facebook-pagina.

Foto van de molen (met de molenaar) en de pannenoven (helemaal links) uit 1905, 
met de pannenbakkers en hun materiaal, de familie en allicht ook de eigenaars (rechts)

 

vrijdag 27 juni 2025

Raadselachtige dakpannen... uit Bree!

Onlangs kreeg ik van mijn 'pannenvriend' Huub Mombers de vraag of ik een idee had waar dakpannen met het merk 'VTB' vandaan zouden kunnen komen. Het werd een speurtocht waarbij ik bij heel wat mensen informeerde en uiteindelijk de bevestiging kreeg van wat we al van in het begin een beetje vermoed hadden...

De kruispan van Huub
Ik had wel wel eens eerder pannen met het merk 'VTB' gezien op tweedehandssites, maar ik dacht altijd dat ze van een of ander Kempisch bedrijf afkomstig waren. Toen Huub me uitdrukkelijk de vraag stelde of ik niet wist waar deze kruispannen vandaan kwamen ging ik actief op zoek. Huub vermoedde immers dat het, omwille van het formaat, Belgische pannen waren. Hij had immers ook pannen van het type 'tuile du nord' met het merk 'VTB' in zijn bezit. Deze pannen waren afkomstig uit Dilsen-Stokkem...

Navraag bij heel wat kenners leverende weinig op (toch heel erg bedankt allemaal!). Wel was men er zo goed als zeker van dat het geen pan kon zijn uit de Kempen (Beerse, Turnhout...). Ook een inventaris van Limburgse merken gedeponeerd tussen 1880 en 1936 leverde niets op (wel een vermelding van het bedrijf Francart).

Limburgse pannen? 

Als je op tweedehandssites gaat kijken, blijken de pannen met het merk 'VTB' toch vooral in Limburg aangeboden te worden: Bree, Bocholt, Achel, Peer, Maaseik, Kuringen (Hasselt), ... Dat kon er op wijzen dat ons vermoeden (ook van Huub) juist kon zijn, namelijk dat het om pannen uit Limburg en meer bepaald uit Bree kon gaan. Dan kon het gaan om het bedrijf Van de Venne - Vandermeulen, ook wel Taxandria. Nochtans had ik van dat bedrijf tot nu toe alleen pannen gevonden waarbij de fabrieksnaam voluit werd vermeld...

Vermelding van de bedrijfsnaam 'Vandevenne et Vandermeulen Bree Belgique' op een zwarte muldenpan

 

Vermelding van de bedrijfsnaam 'Van-de-venne & Van-der-meulen Bree' op een rode kruispan

Raadsel opgelost

De oplossing kwam uiteindelijk uit Bree. Rik van de Konijnenburg, voorzitter van de stedelijke erfgoedraad van Bree, bevestigde dat 'VTB' stond voor Vandermeulen - Taxandria - Bree.

Raadsel opgelost dus. Alleen zouden we graag nog de materiële bevestiging vinden in de vorm van een factuur, folder of advertentie. Volgens Rik is ook een deeltje van het bedrijfsarchief in bewaring gegeven bij het archief van het stadsmuseum. Ik kan dus nog verder op zoek gaan naar meer informatie. Bovendien gaf hij me ook nog de contactgegevens van een van de afstammelingen van de familie Vandermeulen. 
Ik wil dus graag Rik heel erg bedanken voor zijn hulp! 

Pannenfabriek Taxandria 

Pannenfabriek Taxandria heeft een lange geschiedenis. De pannenfabriek (Taxandria, of ook Pannenfabriek Taxandria, Vandermeulen en Cie of Pannenfabriek Van de Venne & Vandermeulen) werd waarschijnlijk opgericht rond 1900. Oorspronkelijk startte ze rond 1840 op een andere locatie en werd later Pannenfabriek J. Van De Venne & Jos. Van Der Meulen.

Afbeelding van het bedrijf op een briefhoofd op de oorspronkelijke plaats, voor 1900.
Een interessant beeld van het bedrijf met vooraan het kanaal met een schip getrokken door een paard 
en een schip met rokende schouw, met allicht van een stoommachine

In het begin van de 20ste eeuw maakt men allicht enkel rode en 'blauwe' sluitpannen. Na de eerste wereldoorlog werd een ringoven gebouwd en de productie gebeurde nu bijna uitsluitend mechanisch. Dat zorgde voor een grote productietoename. Vanaf 1932 ging men ook (opnieuw) bloempotten produceren. De productie daarvan bleef lange tijd een belangrijk deel van de activiteit.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd het bedrijf zwaar beschadigd. De machines zelf bleven blijkbaar gespaard en men kon met eigen kapitaal snel weer opstarten.

Het bedrijf produceerde diverse types dakpannen. Uit een advertentie uit 1927 komen we te weten dat het bedrijf, behalve kruis- of Bouletpannen, ook Leforest- of Kortrijkse pannen, Mulden-, Noord- en handpannen produceert en uiteraard alle bijkomende types en benodigdheden. De verzending van de bestelde pannen gebeurt zowel per trein als per schip! In een artikel uit 1952 wordt vermeld dat het productieprogramma bestaat uit 'rode en verglaasde pannen, dubbele sluitingen in veschillende modellen, alle mogelijke hulpstukken voor het bouwbedrijf en tenslotte bloempotten'.

In de jaren '50 legt men zich (of een nevenbedrijf) ook toe op 'kunstceramiek': sierpotten, vazen, schotels enz. Dakpannenfabriek Taxandria sloot de deuren in de zestiger jaren. 

Het bedrijf Taxandria in de jaren '50 (foto uit een krantenartikel uit 1952)

 

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...