zondag 10 november 2024

Limburgse ondernemers op bezoek bij Kigali Bricks

Limburgse ondernemers uit de bouwsector op bezoek bij Ruandese steenbakkers? Inderdaad...

Op initiatief van POM Limburg trok een groep ondernemers via Embuild in het voorjaar van 2023 naar Ruanda om uit te wisselen met Ruandese ondernemers over duurzaamheid en circulariteit. Het project werd opgezet door VITO en Ondernemers voor Ondernemers. Een van de bezochte bedrijven was een steenbakkerij. Stenen werden in een traditionele oven gebakken, maar er was ook een bedrijfje dat ongebakken leemstenen produceerde.

Omgekeerd bezocht een delegatie Ruandese ondernemers steenfabriek Vandensanden in Bilzen en baksteenfabrikant Wienerberger in Londerzeel.

De oven van Kigali Bricks met drie kamers.

Bakken met maïskolven

De woningnood is groot in Ruanda. Gelukkig is klei in Ruanda ruim voor handen. Maar om stenen te bakken heb je ook een goedkope brandstof nodig en dat is voor een land als Ruanda een groot probleem. Hout is erg duur en andere brandstoffen zijn moeilijk beschikbaar. Een van de oplossingen is ongebakken leemstenen produceren, een andere is op zoek gaan naar alternatieve brandstoffen. Een van de alternatieven voor hout zijn de gedorste en gedroogde maïskolven.

Het bedrijfje Kigali Bricks ligt op enkele kilometers van de Ruandese hoofdstad Kigali en wordt geleid door mevrouw Immaculé Hervé Hodari. Vrouwelijk ondernemerschap is in Ruanda niet uitzonderlijk. In het bedrijfje werken soms tot 30 mensen.

Het bedrijf werkt met een vaste oven met drie kamers. Het productieproces lijkt heel erg op hoe hier tot zowat halfweg de 20ste eeuw bakstenen werden gemaakt. De stenen worden per stuk met de hand gevormd in een mal. Vervolgens worden ze in de zon gedroogd en daarna in muurtjes gestapeld om verder te drogen. Om de stenen te beschermen tegen de regen worden zeilen in zwart plastic gebruikt. Het bedrijfje beschikt sinds kort over een strengpers, maar die is regelmatig stuk. Met de pers kunnen ze tot 12000 stenen per dag produceren, met de hand zijn er dat slecht 2500.


Ruandese reclame voor de pers voor leemstenen

Bronnen:
- Florian Loosen en Ronny Kuppens, waarvoor dank.
- Kigali Bricks supplies sustainable building materials (ondernemersvoorondernemers.be)
- Artikel Pom Limburg
- Artikel VITO-Eneregyville

- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 1) - TV Limburg
- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 2) - TV Limburg
- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 3) - TV Limburg
- Limburg deelt kennis in circulariteit met Rwandese bouwsector (deel 4) - TV Limburg


woensdag 6 november 2024

Een pijpenfabriek in Bree

Dat er in Limburg destijds ook pijpen uit klei werden gemaakt is niet zo bekend. Toch was er onder andere in Bree een producent van pijpen actief van 1853 tot 1979.

Vooral Nederland heeft een heeft een lange traditie in het produceren van (klei-)pijpen. Het pijproken werd geïntroduceerd vanaf circa 1600, vlak na de introductie van de tabak uit de Nieuwe Wereld. De eerste pijpen werden gemaakt uit witbakkende klei, de zogenaamde pijpaarde. In de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) was de productie van pijpen uit klei veel minder algemeen.

In Belgisch Limburg zijn slechts enkele fabrikanten van pijpen bekend: een onbekend producent in Hasselt in de 18de eeuw, pijpenmakers Ritzen en Bous in Maaseik (1810-1861) en Knoedgen (later Hillen) in Bree.

De firma Knoedgen staat in heel wat inventarissen vermeld, o.a. in  'Les industries céramiques' van Marcel De Meester uit 1907 en in de Nijverheidstelling van 1896 en 1910.

Pijpenfabriek Knoedgen

De broers Jean Jacques Knoedgen en Jacques Knoedgen waren afstammelingen uit een oude Duitse (Westerwald) pijpenmakers familie die in het begin van de 19e eeuw in Chokier (een deelgemeente van Flémalle in de provincie Luik) was neergestreken en daar een pijpenmakerij had. In 1834 trouwde Marie-Anne Knoedgen met Henri Wingender en dat was de start van de firma Knoedgen-Wingender in Chokier. De broers Jean Jacques en Jacques vertrokken in 1839 naar Luik om daar hun eigen pijpenmakerij op te richten. In 1846 verliet Jean Jacques Knoedgen de stad Luik en vestigde zich eerst in Maastricht en in 1853 in Bree waar zijn vrouw Anna Peeters vandaan kwam.

Door opvolging vanuit volgende huwelijken kwam de fabriek na de eerste wereldoorlog in handen van een kleinzoon van de oprichter, Jan Hillen die zich later ook gaat bezighouden met fabricage van Asbestos en Bruyere pijpen. Er zouden in Bree kleipijpen geproduceerd zijn tot in 1928.

Advertentie J.J. Knoedgen

In 1979 wordt de firma Hillen overgenomen (en verplaatst) door de Royal Dutch Pipe Factory, de Koninklijke Pijpenfabriek van Elbert Gubbels uit Roermond. 

De fabriek bevond zich nabij de Gerdingerpoort in Bree. Het bedrijf produceerde blijkbaar zowel Hollandse types als Franse en Duitse pijpen, voornamelijk voor de lokale markt. In 1910 werkten er 40 werknemers in de fabriek. Er is minstens één mooie catalogus van het bedrijf bewaard. 

Voorpagina catalogus pijpenfabriek J.J. Knoedgen, Bree

 

Eerste pagina uit een catalogus van pijpenfabriek J.J. Knoedgen, Bree

 

Bronnen:
https://www.tabakspijp.nl/
https://www.claypipes.nl/buitenland/belgie/knoedgen-bree/
http://www.grootstebreeenaar.be/hillen.html



vrijdag 1 november 2024

Limburgse keramische bedrijven in de nijverheidstellingen

Wist je dat er naast de Belgische volkstellingen ook nijverheidstellingen bestonden? En die bevatten interessante informatie over steenbakkerijen en pannenfabrieken...

In 1846 nam de beroemde statisticus en socioloog Adolphe Quetelet het initiatief om de eerste wetenschappelijke tellingen in België te organiseren. Het ging om de eerste volkstelling en om een landbouw- en nijverheidstelling. Deze  initiatieven werden niet systematisch herhaald en voor een nieuwe industrietelling was het zelfs 50 jaar wachten tot de nijverheidstelling van 1896. Toch verschaffen deze volks-, landbouw- en industriële tellingen de onderzoeker een unieke inkijk in de veranderde demografische en economische structuur van België, vanaf het ontstaan tot huidige vorm. De telling van 2001 betekende het einde van de klassieke tellingen. Deze telling werd ook niet meer volkstelling genoemd, maar socio-economische enquête. Het aantal inwoners werd nu op basis van het Rijksregister bepaald.  

Limburgse pannenfabrieken en steenbakkerijen

Deze nijverheidstellingen zijn een interessante bron om een globaal beeld te krijgen van een bepaalde industrie, in ons geval van de steenbakkerijen en pannenfabrieken. De tellingen geven het totale aantal van een bepaald bedrijfstype voor een bepaalde regio. Jammer genoeg werd de onderliggende informatie niet gepubliceerd of bewaard.

De meeste tellingen, maar niet allemaal, zijn online beschikbaar. Er zijn tellingen voor 1846, 1880, 1896, 1910, 1937, 1947, 1961 en 1970. Niet allemaal bevatten ze specifieke informatie over de keramische bedrijven.

Telling 1846

Deze eerste Belgische nijverheidstelling geeft interessante informatie over de steenbakkerijen en de pannenfabrieken. Onder meer het aantal werknemers en de lonen werden bevraagd en staan in het rapport. Jammer genoeg werden de steenbakkerijen en de pannenfabrieken samengeteld. Hieronder de gegevens voor Limburg. Er zijn volgens de nijverheidstelling in 1846 65 keramische bedrijven actief in de provincie Limburg.

In de inventaris van het primitief kadaster uit 1840 komen volgens het artikel van Willem Driesen 51 panovens voor. We zouden dus kunnen veronderstellen dat er in Limburg in 1846 ongeveer 50 pannenfabrieken en zo'n 15 permanente steenbakkerijen zijn. In de lijst van het primitief kadaster staat bijvoorbeeld maar één pannenoven voor Hasselt. De andere zijn dan mogelijk steenbakkerijen...

 

Telling 1880

De nijverheidstelling van 1880 is erg algemeen. In Limburg zijn er volgens de telling in dat jaar 80 keramische bedrijven actief.

Telling 1896

Van alle nijverheidstellingen die in België ooit hebben plaatsgevonden, neemt die van 1896 een bijzondere plaats in. Het was de eerste telling die een vrij betrouwbaar en gedetailleerd overzicht verschaft van de verschillende nijverheden overal in het land. Wie op zoek is naar harde informatie over plaatselijke nijverheden, huisarbeid op het platteland, oude beroepen die vandaag verdwenen zijn of meer algemeen de economische ontwikkeling, vindt hierin veel informatie. 

Door uit te gaan van één specifieke teldatum, nl. 31 oktober, kwam een aantal nijverheden niet zo goed in beeld. Zeker voor de keramische nijverheid is dit het geval. Veldovens worden immers niet in de herfst gestookt. In de telling is dan ook sprake van bedrijven die al dan niet actief zijn. Een deel van de werknemers uit deze sector zullen op het ogenblik van de telling aan de slag zijn geweest in andere bedrijfstakken, bijvoorbeeld de suikerfabrieken die in oktober op volle toeren draaiden.  

Steenbakkerijen

As, Borlo, Brustem, Engelmanshoven, Vorsen, Genk (2), Gingelom, Sint-Lambrechts-Herk, Linkhout, Loksbergen (2), Montenaken, Sint-Truiden (5), Schulen, Dilsen (4), Eksel, Grote-Brogel, Houthalen, Maaseik (2), Ophoven, Opoeteren, Peer (3), Rotem (3), Beverst, Bilzen (3), Boorsem, Kortessem (2), Valmeer, Vreren, Grote-Spouwen, Hoepertingen, Kerniel (2), Koninksem, Lanaken, Borgloon (2), Mal, Maasmechelen (3), Millen, Mopertingen, Neerharen, Opgrimbie (8), Rekem (9), Rijkhoven (3), Stokkem, Tongeren, Uikhoven (8), Vucht en Wellen.
In het totaal zijn er in 1896 92 steenbakkerijen actief in Limburg.

In onze inventaris hebben we relatief weinig informatie over steenbakkerijen (veldovens) in die periode, nl. slechts van zo'n 15 à 20.

Pannenfabrieken

Alken, Bree, Elen, Lanklaar, Stokkem, Hamont, Schulen, Vliermaalroot, Wintershoven, Rekem, Nieuwerkerken, Loksbergen (2), Maaseik (2), Peer (2) en Tongeren (5).
In het totaal zijn er in 1896 22 pannenfabrieken actief in Limburg.

Dit aantal komt goed overeen met de gegevens in onze inventaris. Het is immers niet gemakkelijk te weten tot wanneer een bepaalde pannenfabriek actief is geweest.

Pijpenfabrieken

Bree

Dit is de bekende pijpenfabriek Knoedgen uit Bree.

Pottenbakkerijen

Sint-Truiden, Schulen, Bree (4), Dilsen, Wijchmaal, Alken, Bilzen en Tongeren.
In het totaal zijn er in 1896 11 pottenbakkerijen actief in Limburg.

Eén van de pagina's uit de nijverheidstelling 1896

Telling 1910

Ook de nijverheidstelling van 31 december 1910 geeft enkel globale cijfers. Uiteraard liggen er op 31 december veel keramische bedrijven stil, nl. 51. In het totaal zijn er in Limburg in 1910 121 keramische bedrijven actief.

Vergelijking met andere bronnen

Al deze cijfers kunnen we vergelijken met andere bronnen. Naast de inventaris voor het primitief kadaster zijn er immers nog interessante gegevens bewaard. Er is echter een belangrijk verschil tussen de nijverheidstellingen en sommige andere cijfers. In de nijverheidstellingen werden blijkbaar de actieve steenbakkerijen, in de meeste gevallen veldovens, ook meegeteld. Dat deed bijvoorbeeld De Meester uitdrukkelijk niet. Hij heeft in zijn inventaris voor Limburg geen steenbakkerijen (dat wil dus zeggen geen mechanische), maar wel 21 pannenfabrieken, 5 pottenbakkerijen en één pijpenfabriek (in Bree). Die cijfers komen redelijk goed overeen met de tellingen van 1880, 1896 en 1910 (als je uitgaat van ongeveer 80 à 100 steenbakkerijen).

Een andere bron zijn de Almanakken. Daarin zijn de namen van steen- en pannenbakkers per gemeente opgesomd. Deze bevatten wel veldovens. In 1857 zijn er bijvoorbeeld 95 tuilers en briquetiers opgenomen, in 1866 109, in 1882 111, en in 1888 91.



dinsdag 29 oktober 2024

Openbare verkoop van de panoven van Jozef Vos

Sinds kort is een deel van het gedigitaliseerde archief van de stad Hasselt online raadpleegbaar. Even zoeken leverde meteen enkele interessante vondsten op, waaronder deze openbare verkoop.

Het gaat om de verkoop van 'schoone bouwmaterialen' afkomstig van de afbraak van de pannenoven van Jozef Vos aan het station van Schulen. 

Dit was de laatste pannenoven van de familie Vos. Jozef Vos verkocht zijn laatste pannen volgens zijn eigen notities in 1906. Hij overleed in het begin van de eerste wereldoorlog op 6 december 1914. 

Het gebouw was op het moment van de verkoop eigendom van notaris M. de Valkeneer, notaris in Brussel. De panoven was dus blijkbaar eerder al verkocht door de familie. Het was notaris Vandersmissen van Lummen die de verkoop op verzoek van notaris de Valkeneer organiseerde op 3 februari 1911. Het geheel werd in 8 loten verkocht: de pannenhut (lot 1 tot 5), de leemmolen (lot 6), de panoven (lot 7) en het stookhuis (lot 8). Alles moest opgeruimd zijn voor 1 april van dat jaar.

Kleimolen

We gingen er steeds van uit dat de pannen in deze panoven tot op het eind met de hand werden gemaakt en dat in Schulen de stap naar mechanisatie nooit werd gezet. Uit de beschrijving blijkt dat het misschien niet helemaal klopt. Het 6de lot is een 'leemmolen'. Die werd misschien wel door een stoommachine aangedreven. De vermelding van een stookhuis zou daarop kunnen wijzen, maar het zou evengoed het gebouw bij de panoven kunnen zijn. Van een stoommachine, of van andere machines, is echter geen sprake in de verkoopaankondiging. Oorspronkelijk werden klei- of leemmolens ook aangedreven met paarden. Het zou dus ook over zo'n traditionele kleimolen kunnen gaan.



De panoven van Jozef Vos werd waarschijnlijk gebouwd voor 1870. Hij had destijds een eigen aansluiting op het station van Schulen (links op het kaartje).

Panoven Vos op de militaire kaart van 1903 (links) met twee droogloodsen, een stookhuis en de pannenhut.

 

zondag 25 augustus 2024

Steenbakkerij Houben en Spitz in 1973

In de Bibliotheek Hasselt-Limburg (de voormalige Provinciale Bibliotheek), vond ik een tijdje geleden in de Collectie Limburgensia twee interessante documenten over steenbakkerijen. Het ging om eindwerken die in de jaren '70 gemaakt werden door leerlingen aan het Limburgs Handelsinstituut in Genk, vanaf 1985 samengegaan met het Sint-Jan Berchmanscollege, en vanaf 2018 een onderdeel van het Atlas College in Genk. Het Atlas College schonk in 2021 meer dan 400 van dergelijke eindwerken aan de Bibliotheek Hasselt-Limburg. Een interessante bron over de Limburgse bedrijven in die jaren.

Concreet gaat het om een eindwerk van Willy Mengels uit 1976 over de Steenbakkerij van Membruggen pvba en een eindwerk van Mathieu Neyens uit 1973 over de Machinale Steenbakkerij Houben en Spits nv. Het zijn beiden interessante documenten, omdat ze een momentopname zijn van deze bedrijven zoals ze op dat ogenblik actief waren en ze enkele interessante foto's bevatten.

Machinale steenbakkerij Houben en Spitz nv

Vooral voor Steenbakkerij Houben en Spitz in Aldeneik (Maaseik) is dit een interessante bron. Tot nu toe hadden we niet erg veel informatie over het bedrijf. De steenbakkerij sloot allicht in 1984 (en niet in 1971 zoals we tot nu dachten op basis van bepaalde informatie) en dus geeft dit document een zicht op het bedrijf zo'n tien jaar voor het zijn activiteiten stopzette. 

Van 1925 tot 1973 werkte de steenbakkerij met een ringoven en droogloodsen. Een nieuwe droogoven en nieuwe tunneloven werden in 1973 gebouwd, maar de tunneloven was blijkbaar nog net niet in gebruik op het ogenblik dat de tekst werd geschreven. Het ging toen om een investering van 9,32 miljoen frank. De tunneloven zou dus (slechts) 11 jaar in bedrijf blijven.

Op luchtfoto's en kaarten kan je inderdaad zien dat het bedrijf lang over een ringoven en droogloodsen beschikte. In de jaren '70 verdwenen die op de foto's.

Het document is niet slecht geschreven voor een scholier (allicht in het laatste jaar middelbaar) en beschrijft de activiteiten, de administratieve werkzaamheden en de financiële resultaten van het bedrijf. Sommige beschrijvingen zijn echter niet erg accuraat; "De steenbakkerij beschikt over een hofmanshof d.w.z. een steenpers met de hand bediend" (heeft de bedrijfsleider dit wel nagelezen?) en soms zelfs aandoenlijk: "Veel veiligheidsvoorschriften moeten in deze onderneming niet genomen worden, daar er geen enkel beroep bij is dat enig gevaar voor de werknemer kan opleveren". 

Op het ogenblik van het gesprek zijn er in het bedrijf 15 werknemers aan het werk en twee leidinggevenden (directeurs?), nl. Jozef Dederen en Norbert Houben.

Ingang van het bedrijf Houben-Spitz
De strengpers
De ringoven (1925-1973)
De nieuwe tunneloven (1973)
De opgestapelde stenen langs de ringoven



dinsdag 16 juli 2024

Steenbakkerijen in de Annalen der Mijnen

Een beetje onverwacht ontdekten we interessante informatie over pannenfabrieken en steenbakkerijen in de Annalen der Mijnen, een publicatie van het Bestuur der Mijnwezen.

Deze publicatie, gestart rond 1900, bevat onder meer een jaarlijks overzicht van de activiteiten van het Kempisch bekken, met andere woorden van de mijnen die actief zijn in de provincie Limburg (de concessie van het Kempisch bekken lag deels ook in de provincie Antwerpen).

Een belangrijk aspect van deze rapporten was de informatie over de veiligheid in de bedrijven waarop de ingenieurs van het Bestuur der Mijnwezen toezicht hielden. Sinds een wijziging van de wetgeving in 1957 werden niet alleen de steenkoolmijnen opgevolgd, maar ook de graverijen, de groeven, de metaalfabrieken en de cokes- en agglomeratenfabrieken.

De graverijen zijn volgens de wetgeving 'de ontginningen van baksteenaarde bestemd voor permanente steen- en pannenfabrieken', onder de groeven vielen ook de ontginningen van veldsteenbakkerijen. Naast informatie over de aantallen graverijen en groeven, bevatten de rapporten ook informatie over zware ongevallen en over relevante wijzigingen in de productietechnieken.

We vonden slechts een enkele van deze publicaties online terug. Allicht zijn er wel meer jaargangen te vinden in bibliotheken.

Graverijen

De graverijen zijn volgens de definitie de grotere kleigroeven voor permanente steen- en pannenbakkerijen.

1960 1961 1962 1963
Antwerpen 83 83 79 77
Limburg 9 10 11 13
Oost-Vlaanderen 22 24 39 25
Vlaams-Brabant 14 15 16 13
West-Vlaanderen 52 43 24 35
Totaal
180 175 169 163
 
Volgens deze cijfers zouden er in Limburg dus in 1963 nog 13 'grote' steen- en pannenbakkerijen actief zijn geweest. Inventaris komen we inderdaad ongeveer aan dat aantal. Opvallend is ook de stijging van 9 in 1960 naar 13 in 1963. Het zou interessant zijn te weten of de oorspronkelijke gegevens voor deze rapporten bewaard zijn gebleven.

Groeven

Onder de groeven vermeld men afzonderlijk het aantal veldsteenbakkerijen per provincie.


1960 1961
1963
Antwerpen 1 0
3
Limburg 12 11
13
Oost-Vlaanderen 77 65
68
Vlaams-Brabant 38 40
44
West-Vlaanderen 11 9
8
Totaal
139 125
136

Dit zijn opvallende cijfers. Indien dit klopt, waar we toch wel van mogen uitgaan, zouden er dus in Limburg in 1963 nog 13 veldsteenbakkerijen bestaan hebben. In onze inventaris vinden we er daarvan slechts enkele terug. Er blijft dus nog heel wat te ontdekken...


donderdag 11 juli 2024

Luikse steenbakkers voor de Zuid-Willemsvaart

Op zoek naar pannenfabriekjes en steenbakkers in de verschillende Limburgse gemeenten kregen we een tijdje geleden ook informatie uit Bocholt. 

Volgens de Wim Cuppens van de heemkundige kring van Bocholt waren er in Bocholt of Reppel geen pannenbakkers. Wel zijn er brikkenbakkers actief geweest, maar waarschijnlijk enkel voor concrete gebouwen of bouwprojecten, zoals de Zuid-Willemsvaart. Over de brikkenbakkers in een andere Bocholtse deelgemeente Kaulille schreven we al eerder een stukje.

Zuid-Willemsvaart 

De Zuid-Willemsvaart is ontstaan als een idee van Napoleon en werd destijds omschreven als 'Le Grand Canal du Nord'. Toch was het Koning Willem I van Nederland die het kanaal afmaakte. Wegens het hoogteverschil was men genoodzaakt 20 sluizen te voorzien op de Zuid-Willemsvaart, waarvan sluis 17 en 18 respectievelijk in Lozen en in Veldhoven gelegen zijn.

Erg opvallende bouwprojecten waren dus de sluizen en brughoofden die tussen 1821 en 1826 bij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in Bocholt werden gebouwd. Het gaat concreet om de sluizen nr. 17 in Lozen en nr. 18 in Veldhoven. Uiteraard waren voor de bouw daarvan heel veel bakstenen nodig. De gebruikte brikkenoven zou volgens de informatie van Wim Cuppens gelegen hebben in de buurt van sluis 17 in Lozen. Het is niet duidelijk vanwaar de nodige klei werd aangevoerd. Waarschijnlijk kwam die gewoon beschikbaar bij het graven van het kanaal. Volgens Wim Cuppens waren de oude leemkuilen (langs de Leemkuilenstraat) in die periode immers al lang uitgeput.

Luikse brikkenbakkers

De nodige bakstenen werden gebakken door brikkenbakkers die de werken aan de Zuid-Willemsvaart 'volgden'. Het zou gaan om de brikkenbakkersfamilie Balsat uit het Luikse die dat jaar, in 1825, in Bocholt verbleef.

Inderdaad op de website van de heemkring van Kinrooi vonden we de vermelding van een huwelijk van Lambertus Balsat, gedoopt te Luik. Lambert trouwde voor de kerk op 26 november 1825 in Bocholt met Anna Catharina Marechal, ook gedoopt in de buurt van Luik. We vonden ook enkele stambomen op Geneanet en zochten en vonden de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand van Bocholt. Die was erg interessant. Lambert is geboren in 1802 in Ans et Glain bij Luik en is dus 23 jaar, zijn echtgenote Anna Catherina, 26 jaar oud, is geboren in de parochie Saint-Walburge in Luik. Ze staan beiden vermeld als brikkenmakers, net als de ouders van Lambert, Gerard en Maria Catharina Robert, die op dat moment blijkbaar ook in Bocholt verblijven.

Deel van de huwelijksakte van Lambert Balsat en Anna Catharina Marechal uit 1825
Later vinden we de familie terug in Luik waar Lambert Balsat en verschillende van zijn zonen als mijnwerker aan de slag zijn...  

Er zijn wel meer verhalen over Waalse brikkenbakkers die als rondtrekkende ambachtslieden in Limburg werkten. Dit is een concreet voorbeeld mét concreet bewijsmateriaal, in een periode dat bakstenen huizen op het platteland nog een uitzondering waren.

Brikkenbakkers in Bocholt.
Prachtige foto uit een familiearchief uit Bocholt via Wim Cuppens van de Heemkundige Kring


Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...