woensdag 21 januari 2026

Over een kapel op de heide en de Hasseltse keramiekfabriek

Hergebruik van gebakken stenen is van alle tijden. De muren van heel wat oude Limburgse kerken bevatten scherven van Romeinse daktegels. Ook vandaag wordt nog heel wat recuperatiesteen gebruikt. In Hasselt vonden we ook een leuk voorbeeld. 

Op de website van Hasel vonden we namelijk het verhaal over de bouw van de 'Kapel op de Hei' in Kiewit-Heide.

De afstand van Kiewit-Heide naar de parochiekerk van Kiewit was voor de parochianen al lang een probleem. Op 2 maart 1959 kreeg de parochie van het bisdom eindelijk toestemming om op de Hasseltse heide een hulpkapel en een schooltje te bouwen. Via zijn relaties vond pastoor Hermans enkele afgedankte barakken voor het schooltje. De kerk werd in recuperatiebaksteen gebouwd. Het dak werd bekleed met rode eterniet, afkomstig van de wereldtentoonstelling 1958 op de Heizel. Brikken kwamen van de afbraak van de voormalige Hasseltse keramiekfabriek. Het kerkje werd op 20 december 1959 ingewijd. 

Kapel op de Hei, Hasseltse Beverzakstraat (Kiewit en Banneux - Warm aanbevolen (2008), p. 66)
Kapel op de Hei, Hasseltse Beverzakstraat, huidige situatie (Google Street View)
 

Sloop van het Hasseltse Keramiekfabriek

De Hasseltse keramiekfabriek sloot haar deuren in 1954. Daarna werden de gebouwen nog voor andere activiteiten gebruikt (o.m. Philips). In de loop van 1959 werden dus reeds verschillende delen van de oude keramiekfabriek gesloopt. De resterende gebouwen bleven bestaan tot de provincie in 1972 van start ging met de bouw van de nieuwe provinciale bibliotheek.

Hoofdgebouw van de Keramiekfabriek eind jaren '60- begin jaren '70

De onderstaande foto (met dank aan Patrick Thijs van de VerzamelaarsUnie van Hasselts Keramiek) toont de situatie na de afbraak van het ovengebouw van de fabriek en het gebouw langs de Martelarenlaan eind jaren '50. Het hoofdgebouw staat er nog, net als het voorste gebouw aan de kant van het begijnhof.

Zicht op de Martelarenlaan. Links de resterende gebouwen van de keramiekfabriek. Bovenaan het Hasseltse begijnhof.


 

Goed nieuws voor Rekemse brikkenbakkers

Milieu en gezondheid waren in de 18de en 19de eeuw nauwelijks een thema. Toch kwam er langzaam maar zeker meer aandacht voor de gevolgen voor de volksgezondheid van industriële activiteiten. Ook die van steenbakkerijen en pannenfabrieken...

Al vanaf 1849 behoorden in België de steenovens bij Koninklijk Besluit tot de hinderlijke inrichtingen van derde categorie. Wegens het brand- en rookgevaar en moesten ze minimaal 100 meter van woningen verwijderd liggen. Daarom moest men voor de oprichting van een nieuwe steenbakkerij ook een vergunning aanvragen en een openbaar onderzoek organiseren.  

Strengere regels voor steenbakkerijen

Blijkbaar volstond deze wetgeving niet en vonden sommige overheden dat er bijkomende regels nodig waren. We schreven eerder al eens over een reglement van de stad Sint-Truiden uit 1914 waarbij men vanaf 1915 alleen nog permanente steenbakkerijen wou toelaten waar in gesloten ovens werd gebakken en die over een 25 m hoge schoorsteen beschikten. We vermoeden dat dit reglement door het uitbreken van de eerste wereldoorlog uiteindelijk niet ingevoerd werd.

Nu vonden we een ander voorbeeld in de krant "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914, dus exact dezelfde periode. De titel van het artikel is "Goed nieuws voor de brikkenbakkers". De krant neemt het duidelijk op voor de steenbakkerijen en is niet enthousiast over een nieuw koninklijk besluit "dat het aansteken van kareelhovens regelt".  We vonden jammer genoeg nergens de officiële tekst van dit koninklijk besluit. Allicht ging het om bijkomende afstandsregels of om nieuwe voorwaarden zoals die ook in het gemeentelijk reglement van Sint-Truiden werden opgenomen.
 
Knipsel uit "'t Nieuws van Limburg" van 30 mei 1914
 

Eene afvaardiging van Reckheim

 
Een afvaardiging van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen van België' werd door minister van Nijverheid, Hubert, ontvangen in aanwezigheid van een aantal volksvertegenwoordigers die het allemaal opnamen voor de kareelbakkers uit hun eigen kieskring. Er was volgens het artikel ook een afvaardiging uit Rekem aanwezig. Rekem was in die tijd de Limburgse gemeente met het grootste aantal steenbakkerijen. 

Katholiek volksvertegenwordiger August Van Ormelingen was blijkbaar de belangrijkste Limburger in het gezelschap. Hij voerde het woord samen met de voorzitter van 'het nationaal verbond der kareelbakkersbazen'.

Ze bewamen van de minister dat de nieuwe strengere regels "slechts in den omtrek der de groote steden" zou toegepast worden en "geene reden tot bestaen hadden in Limburg". Als gevolg van de ontmoeting zou de minister het koninklijk besluit in die zin aanpassen. "De afveerdiging der brikkenbakkers uitte hare tevredenheid". 

Het zou interessant zijn om te weten wat deze twee overheidsinitiatieven met elkaar te maken hebben. Was er in die periode onrust over de hinder die steenbakkerijen en veldovens veroorzaakten? Ook deze wetgeving zal allicht nooit toegepast zijn door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914...
Het lobbywerk tegen degelijke milieuwetten is blijkbaar van alle tijden... 

Volksvertegenwoordiger Auguste Vanormelingen


Auguste Van Ormelingen (Zichen-Zussen-Zolder, 1870 - Tongeren, 1939) was doctor in de rechten. Zijn vader was notaris in Zichen-Zussen-Bolder en hij werd in 1896 zelf ook notaris, eerst in Zichen, vervolgens in Tongeren. Hij trouwde met Hubertine (Bertha) Vroonen (1878-1952) en ze hadden vijf kinderen. In 1903 werd hij gemeenteraadslid van Tongeren en in 1921 schepen. Hij was in die periode ook provincieraadslid. In 1912 werd hij verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Tongeren-Maaseik en vervulde dit mandaat tot in 1914. Hij werd in 1919 provinciaal senator voor Limburg en bekleedde dit ambt tot in 1929.

maandag 12 januari 2026

Ook 'Système Francart' in de kerk van Rijkel

Naar aanleiding van het artikel over de kerk Bierbeek kreeg ik een reactie van Willem Driesen dat ook in de kerk van Rijkel (Tongeren-Borgloon) waarschijnlijk keramische elementen van het bedrijf van Francart werden gebruikt.

De huidig Sint-Jozefskerk van Rijkel werd gebouwd in 1910. Ze kwam op de plaats van de vorige kerk uit 1804. De 'nieuwe' kerk werd gebouwd naar een ontwerp van architect Joseph François Piscador uit Leuven. Het is een neogotische kerk. Het gebouw werd bijna volledig in helderrode baksteen opgetrokken.

Sint-Jozefskerk van Rijkel (foto: Onroerend Erfgoed id 200652)

Sint-Jozefskerk, interieur (foto: Willem Driesen)

Holle elementen gebruikt voor het plafond van de Sint-Jozefskerk (foto: Willem Driesen) 

 

Système Francart

Willem Driesen bezorgde ons een foto van het interieur van de gerenoveerde kerk én een foto van de holle elementen die bij de bouw in 1910 werden gebruikt, jammer genoeg zonder fabrieksnaam of merkteken. 

Toch is de kans erg groot dat in die periode inderdaad producten uit de Pannenfabriek Notre-Dame, het bedrijf van Henri Francart werden gebruikt. Het was, voor zover we weten, de enige fabriek in Limburg (en directe omgeving) die dergelijke producten verkocht. Het bedrijf maakt uitdrukkelijk reclame voor deze holle keramische elementen die uitermate geschikt waren voor de constructie van (plafonds van) (neogotische) kerken. We kennen intussen verschillende voorbeelden en bovendien onderhielden Sylvain en Henri Francart goede contacten met de architecten die gespecialiseerd waren in neogotische gebouwen. 

Gelijkaardige holle elementen komen in verschillende catalogi van het bedrijf voor. Bovendien vroeg Henri Francart voor deze specifieke in elkaar hakende 'koppeling' (emboitement) van holle elementen in 1912 in Frankrijk een uitvindersbrevet aan (dat deed hij waarschijnlijk ook in andere landen). Het lijkt wel op het hedendaagse 'kliklaminaat'...

In het 'brevet d'invention' legt Henri Francart tot in de details uit hoe de verbinding werkt en wat de voordelen zijn. Op de bijgevoegde tekening zien we de 'tanden' die een sterke verbinding tot stand brengen tussen twee elementen.

Vader Sylvain en zoon Henri Francart waren steeds op zoek naar nieuwe producten en betere productietechnieken. Henri diende heel wat aanvragen in voor patenten in binnen- en buitenland (Engeland, USA, Duitsland, Frankrijk, Denemarken...). 


Tekening van de koppeling, 'emboitement' tussen twee keramische elementen.

Eerste pagina van het 'brévet d'invention' nr. 449223 ingediend door Henri Francart in 1912
Afbeelding van gelijkaardige holle elementen uit een catalogus van het bedrijf.


zaterdag 10 januari 2026

Nog meer steenbakkers uit Borgloon

Zo'n twee jaar geleden schreef ik al eens over steenbakkers in Borgloon. In dat stukje uit 2023 had ik het over Lambert Jans in Kerniel en een onbekende steenbakkerij in Broekom.  

Met dank aan Serge Houbrechts van de geschiedkundige kring van Borgloon kan ik nieuwe informatie geven over steenbakkers in Borgloon en interessante foto's tonen van een steenbakkersfamilie in Nerem.  

Familie Derwae 

Onderstaande foto's verder genomen door Albert Bamps uit Borgloon, een amateurfotograaf die in de jaren '50 blijkbaar heel wat foto's nam van het Borgloon op dat moment. Ook dus van de familie Derwae uit Nerem bij Borgloon die werkten als kareelbakkers (steenbakkers). Op de foto's staan blijkbaar vader Hendrik Joseph Derwae (1891-1974) en zijn zoon Albert Norbert Derwae (1913-1973). 

Op de eerste foto zien we drie steenbakkers met hun steenpers en een kruiwagen, aangepast voor het vervoer van bakstenen. Achter hen zien we een voorraad klei of leem. Op de achtergrond is volgens Serge Houbrechts de kerktoren van Borgloon zichtbaar (links blijkbaar nog meer gebouwen van Borgloon). Dat lijkt logisch: Nerem ligt vlak ten zuiden van Borgloon. 

Op de andere foto zien we één van de drie mannen samen met een (zijn?) vrouw.  Zo te zien zijn alle personen 'op zijn zondags gekleed'. Het is duidelijk een foto om het materiaal te tonen op de plaats waar de bakstenen gemaakt werden. Allicht werd er zo geposeerd op vraag van fotograaf Bamps. 

Kareelbakkers in Nerem, drie steenbakkers met hun steenpers en kruiwagen (foto Albert Bamps) 

Kareelbakkers in Nerem, één van de steenbakkers samen met een (zijn?) vrouw (foto Albert Bamps)

Het zijn twee foto's van dezelfde situatie. We zien de steenpers met achteraan, bij de man in het midden, de vormen voor twee bakstenen. Vooraan heeft de man links de hefboom in de hand waarmee de klei of leem samengedrukt werd en de bakstenen hun vorm kregen. In de bak vooraan zit waarschijnlijk zand of zagemeel om de vormen 'in te strooien'. Zo kleefde de klei of leem niet in de vorm en kwamen de bakstenen er gemakkelijk uit.

De kruiwagen was vooraan extra hoog uitgevoerd om zoveel mogelijk ongebakken ('rauwe') of gebakken stenen te kunnen stapelen en vervoeren. 

We krijgen niet meer te zien van deze veldoven. Normaal werden de ongebakken stenen eerst te drogen gelegd op een 'droogveld' en vervolgens opgestapeld in 'hagen' onder een afdak, of in elk geval afgeschermd met rieten matten, zowel tegen de brandende zon als tegen de regen.

Vervolgens werden ze met duizenden tegelijk opgestapeld in een veldoven en gebakken. 

Voorbeelden van dergelijke veldovens bestaan vandaag nauwelijks nog. In Limburg is er enkel nog de familie Wagemans in Werm die op deze manier brikken bakt. Oudere voorbeelden zijn de familie Vanheusden in Piringen of de steenbakkers van Linkhout.

Familie Deroye

Een andere steenbakkersfamilie die in dezelfde omgeving actief was, is de familie Deroye (beide families waren overigens verwant). Ze hadden hun steenbakkerij (veldoven) langs de Tongerse steenweg op nummer 24 (dat is vlak buiten het centrum van Borgloon richting Tongeren).

Van deze familie kennen we nu August Deroye (1891-1924), Joseph Deroye (1867-1948) en zijn zoon Willem Arnold Deroye (1904-1975).

Van August Deroye zijn enkele advertenties bekend waarin hij zichzelf als steenbakker aanprijst 'om brikken in te zetten', of om 'uw kareelen te maken en ovens in te zetten'. 

advertentie 20/02/1921

 

advertentie 27/06/1920

dinsdag 23 december 2025

Bloempotten persen in Bree

Onlangs kregen we van Rik van de Konijnenburg een aantal foto's doorgestuurd van de Pannenfabriek Taxandria in Bree. In het archief van de heemkundige kring is blijkbaar een deel van het bedrijfsarchief bewaard gebleven. Daar moet ik zeker nog eens naar toe.

Bloempotten in alle formaten

Er waren twee foto's die onmiddellijk mijn aandacht trokken. Ze tonen drie werknemers die bezig zijn met de productie van bloempotten. De productie gebeurt met een verticale pers. De eerste persoon links brengt blijkbaar een bol klei in de persvorm, de tweede persoon haalt de gevormde bloempot uit de pers en de derde persoon rechts verzamelt de geproduceerde potten. De bediening van de pers gebeurt waarschijnlijk door de tweede persoon door het induwen van een pedaal onderaan.

Drie arbeiders die bloempotten maken in Pannenfabriek Taxandria (foto Heemkundig kring Bree)

Het bedrijf Vandevenne-Vandermeulen maakte al van bij de start in 1875 blijkbaar ook (of enkel?) bloempotten. Later stopten ze daarmee, maar vanaf 1932 ging men naast dakpannen ook opnieuw bloempotten produceren. De productie daarvan bleef lange tijd een belangrijk deel van de activiteit.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf zwaar beschadigd. De machines zelf bleven blijkbaar gespaard en men kon met eigen kapitaal snel weer opstarten. In een artikel uit 1952 wordt vermeld dat het productieprogramma bestaat uit 'rode en verglaasde pannen, dubbele sluitingen in verschillende modellen, alle mogelijke hulpstukken voor het bouwbedrijf en tenslotte bloempotten'.

Levering in Spa

We vonden op een veilingsite ooit een factuur van de 'Fabrique de Tuiles "Taxandria", J. Vandermeulen en Cie - Précédemment: J. Van de Venne & Jos. Vandermeulen'. De factuur uit 1939 gaat over een levering van bloempotten aan tuinbedrijf Parmentier in Spa. Blijkbaar werden er heel wat formaten van bloempotten geproduceerd. Jammer genoeg vonden we tot nu toe geen verkoopcatalogus van het bedrijf.

Het bedrijf startte rond 1875 als Pannenfabriek J. Van De Venne & Jos. Van Der Meulen. Het verhuisde naar de andere kant van de Zuid-Willemsvaart. Na zware schade in de Tweede Wereldoorlog werd de pannenfabriek heropgebouwd en sloot uiteindelijk de deuren in 1967. De fabriek met de ringoven werd gesloopt in 1975. Het keramiekbedrijf werkte blijkbaar verder tot in 1998. 

Pannenfabriek Taxandria in 1952 (Heemkundige kring Bree)

 

zaterdag 20 december 2025

Veel volk in de Sint-Jozefskerk

Op zondag 7 december gingen we naar een unieke rondleiding in de Sint-Jozefskerk in Tongeren. Deze rondleiding werd georganiseerd door de toeristische dienst van de stad Tongeren-Borglooon. Onze gids was Paul Denis, stadsgids én geoloog. Er was heel wat volk komen opdagen (ook door de aankondiging in mijn nieuwsbrief). Het werd een interessante namiddag.

Het kerkje is gelegen naast het voormalige bedrijfsterrein van de Pannenfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de familie Francart. Directeur Henri was een diepgelovig man en bouwde het kerkje in 1932 als dank voor een genezing, maar uiteraard ook als uithangbord voor de producten die door het bedrijf werden gemaakt. 

Onze gids Paul vertelde ons met een uitgebreide presentatie over de geschiedenis van de familie Francart en haar bedrijven, over de bouw van deze kerk en het speciale verhaal van de heilige Rita die in deze kerk vereerd wordt. 

Gids Paul Denis doet de rondleiding in de Sint-Jozefskerk (foto: Patrick Boucneau)


Muurschildering

Eén van de interessante wetenswaardigheden was dat achter het altaar van het kerkje oorspronkelijk een prachtige muurschildering was aangebracht. Het was een erg christelijke afbeelding, uiteraard. Mooi was dat linksonder arbeiders staan afgebeeld die duidelijk in een pannen- of steenbakkerij aan het werk zijn. Een uniek beeld. Jammer genoeg werd dit mooie werk in de jaren '80 volledig overschilderd. Ondanks heel wat zoekwerk konden we de uitvoerder van deze muurschildering niet achterhalen.

Muurschildering in de Sint-Jozefskerk (foto: kerkfabriek Sint-Jozef via Paul Denis)


Een beeld van het huidige interieur van de kerk (foto: Patrick Boucneau)

 

Wie het verhaal van de familie Francart en haar bedrijven wil lezen kan hier terecht voor de twee artikels die ik hierover mocht publiceren.


Het verhaal van de familie Francart (publicaties)

Het verhaal van de familie Francart en hun bedrijven is erg interessant en leert ons veel over de evoluties in de grofkeramische secor in België de voorbije 150 jaar. Het leek me een uitdaging hun verhaal te reconstrueren en te delen met iedereen die interesse heeft in industrieel erfgoed, nog meer omdat bleek dat zij vanaf 1913 de eerste functionele tunneloven bouwden in België. 

Mijn eerste contact met de familie was met Jean-Marie Francart, een afstammeling van Sylvain Francart die in Eischen in Luxemburg woonde. Via hem vond ik ook Jean-Marie Francart in Tongeren, de laatste directeur van de Tongerse fabriek. Samen reconstrueerden we het verhaal van de bedrijven van Sylvain Francart en zijn afstammelingen in Beerse en Tongeren.

Dat resulteerde (voorlopig) in twee artikels, nl. in het tijdschrift Tongerse Annalen, het historisch en heemkundig tijdschrift over Tongeren en omgeving, uitgegeven door het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig genootschap Tongeren i.s.m. Stadsarchief Tongeren, en in het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek, een uitgave van de Stichting Erfgoed en VVIA.

Hier de pdf's van de artikels:

Tongerse Annalen, december 2021



 

Welkom!

Een Limburgse inventaris!?

Een inventaris van 'alle' Limburgse panovens, pannenfabrieken en steenbakkerijen? Allicht onbegonnen werk... In elk geval wil ik m...